De Macht van de Arabisch-Islamitische Lobby

Bron: Likkoed.nl

Lees ook:
Ernstige spanningen tussen de VS en Israel
Valse rapportages VN/EU tav Israel
Israel en het Internationaal Recht

De Macht van de Arabisch-Islamitische Lobby is een drieluik dat door Likkoed.nl is geschreven.

Deel I beschrijft hoe het de Arabisch-Islamitische lobby is gelukt om via de Verenigde Naties het Palestijnse vluchtelingenprobleem grotendeels kunstmatig te creëren en kunstmatig in stand te houden. Deel II gaat over de invloed van de Arabisch-Islamitische lobby bij de Verenigde Naties in het algemeen en deel III gaat over de invloed van de Arabisch-Islamitische lobby in de Verenigde Staten.

Deel I De twee soorten vluchtelingen van de VN: Palestijnse en gewone

Balata vluchtelingenkamp

Opinie-artikel van Likoed Nederland, 24 november 2010. Een ingekorte versie verscheen in het Nederlands Dagblad.
Volgens het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties (Engelse afkorting: de UNHCR) is een vluchteling iemand die “wegens een gegronde vrees voor vervolging zich bevindt buiten het land van zijn nationaliteit.” De UNHCR heeft daarbij tot doel: “vluchtelingen te helpen om terug naar huis te gaan dan wel zich te vestigen in een ander land. De UNHCR wil duurzame oplossingen voor de benarde situatie van vluchtelingen.”

Dit geldt voor alle vluchtelingen, waar ook ter wereld.
Een groep ‘vluchtelingen’ heeft echter veel meer rechten dan welke andere groep vluchtelingen dan ook: de Palestijnse vluchtelingen. Onder Arabische druk gelden voor Palestijnen als enige bevolkingsgroep op de wereld compleet andere regels. Dit om dit ‘vluchtelingenprobleem’ zo groot mogelijk te maken, en zo te gebruiken als politiek wapen tegen de staat Israel.

Voor Palestijnen zijn de volgende uitzonderingen gecreëerd:

De definitie voor een Palestijnse ‘vluchteling’ wijkt als volgt af van bovenstaande definitie die voor alle andere vluchtelingen geldt:

Iemand die zelfs maar één ouder, grootouder of overgrootouder heeft die erkend is als Palestijnse vluchteling, geldt ook als vluchteling. Bij alle andere vluchtelingen op aarde, of dit nu een christen uit Irak betreft of een gezin uit Afghanistan, geldt deze merkwaardige regel niet. Dus waar andere vluchtelingenproblemen slinken, is het aantal Palestijnse ‘vluchtelingen’ al bijna vertienvoudigd en – onvermijdelijk – nog steeds groeiende. Inmiddels is al een derde deel (!) van het totaal aantal wereldwijde vluchtelingen Palestijn.

In afwijking van de normale definitie – dat een vluchteling de nationaliteit moest hebben van het land waar hij uit vluchtte – geldt voor de Palestijnse vluchtelingen dat het genoeg was om minimaal twee jaar in het mandaatgebied Palestina te hebben gewoond. Dus ook de vele Egyptenaren, Bosniërs enz. enz. die als gastarbeider naar Palestina waren getrokken vanwege de gunstige economische ontwikkeling en de goede medische voorzieningen, werden ‘Palestijnse’ vluchtelingen.

Ook het criterium dat een vluchteling gevlucht moet zijn voor vervolging is losgelaten voor Palestijnen. De meeste Palestijnen zijn gevlucht zonder een Israëlische soldaat gezien te hebben, laat staan vervolgd te zijn.
De belangrijkste reden om te vluchten was het ontlopen van de oorlog, zoals geadviseerd door de Arabische leiding. Zo zei de Irakese premier Nuri Said, wiens leger Israël aanviel: “We zullen het land verpletteren met onze kanonnen en alle schuilplaatsen van de Joden vernietigen. De Arabieren moeten daarom hun vrouwen en kinderen naar veilige gebieden brengen tot na de gevechten.”

Bovenstaand criterium dat men “buiten het land van zijn nationaliteit” gevlucht moet zijn om als vluchteling te worden aangemerkt, geldt ook al niet voor Palestijnen. Dus ook de vele Palestijnen die zich in 1948 verplaatsten naar een ander deel van het mandaatgebied Palestina – dat ook de Westbank, Gaza en Jordanië omvatte – werden als vluchteling aangemerkt. Als de gewone definitie van vluchteling was gebruikt, zou alleen op dit criterium ongeveer 80% van de ‘vluchtelingen’ zijn afgevallen.

Het kon daardoor dus zelfs gebeuren dat iemand die in Gaza geboren was, in Haifa was gaan werken en vanwege de oorlog terug gegaan was naar zijn geboortestad Gaza als ‘vluchteling’ werd erkend. Dit is geen vergezocht voorbeeld. Zoals gesteld trok de voor 1948 door Joden veroorzaakte economische bloei in het kustgebied van het huidige Israël vele Arabieren aan, van binnen en buiten het mandaatgebied Palestina. Het zorgde voor een flinke groei van de Arabische bevolking in Palestina. Dit blijkt uit de grote bevolkingsgroei van de gemengd Joods-Arabische steden. Volgens de volkstellingen van 1922 en 1931 nam de Arabische bevolking in gemengde steden in die slechts negen jaar enorm toe, in Jeruzalem bijvoorbeeld met 37% in Tel-Aviv/Jaffa met 62% en in Haifa zelfs met 86%! In dezelfde periode bleef het aantal inwoners van steden met vrijwel alleen Arabische inwoners ongeveer gelijk (Hebron en Nabloes plus 7%) of krompen zelfs (Gaza min 2%).

In afwijking van het normale streven om vluchtelingen na een conflict terug te laten keren naar hun oorspronkelijke woonplaats, is dat voor de Palestijnen niet gebeurd. Dit had gekund, de Arabieren die niet vertrokken zijn uit Israel vanwege de oorlog, zijn niet vervolgd maar zijn er blijven wonen en Israelisch staatsburger geworden. (Dit in tegenstelling tot de Joden die in de Westbank en Oost-Jeruzalem woonden, die werden met veel geweld gedwongen te vertrekken.)
De terugkeer van de Arabieren naar hun woonplaatsen in Israël werd echter tegen gehouden door de Arabische leiding. Het Arabisch Hoger Commando verklaarde: “Het is ondenkbaar dat de vluchtelingen terug gaan. Het zou een eerste stap zijn in de richting van Arabische erkenning van de staat van Israël.”

Zoals bovenstaand gememoreerd is – als terugkeer niet kan – de volgende oplossing die voor een vluchtelingenprobleem wordt gezocht de hervestiging in een ander land. Ook dat is voor de Palestijnen niet gedaan, eveneens om politieke redenen. Palestijnen mochten en mogen niet integreren in andere landen. Integendeel, ze werden daar door de Arabische regeringen opgesloten in kampen, met name in de Gazastrook, de Westbank, Libanon en Jordanië.
Anno 2010 worden ze in Libanon nog steeds als tweederangs burger beschouwd. De ruim vierhonderdduizend Palestijnen in Libanon mogen bijvoorbeeld geen huizen of grond kopen, mogen bepaalde beroepen niet uitoefenen (zoals advocaat, arts en ingenieur), ze worden structureel onderbetaald, waardoor meer dan de helft van hen onder de armoedegrens leeft en ze moeten opeengepakt in hun kampen blijven wonen. Ze mogen zeker geen Libanees worden, al zijn zij, hun ouders of zelfs hun grootouders er geboren.

Maar het kan nog gekker, ook Palestijnse ‘vluchtelingen’ die onder Palestijnse autonomie op de Westbank en Gaza leven, mogen zich niet vrij vestigen. Ook zij moeten in hun kampen opgesloten blijven van de eigen Palestijnse regering. Die wil hun daar houden als politiek drukmiddel, ‘in afwachting van hun terugkeer naar Israël’. Zelfs zij zijn ze dus tweederangs burger, in hun eigen gemeenschap.
Berucht is bijvoorbeeld het vluchtelingenkamp Balata op de Westelijke Jordaanoever. Door de bevolkingsgroei leven daar steeds meer Palestijnen (inmiddels 30.000), opgesloten op een vierkante kilometer. Het is daardoor een van de dichtstbevolkte plaatsen ter wereld. De bewoners mogen echter niet buiten het kamp gaan wonen of huizen bouwen. Ze mogen niet stemmen bij lokale verkiezingen. De kinderen mogen niet buiten het kamp naar school. In plaats van ze op te sluiten was herhuisvesting in Arabische landen een logische optie. Destijds in 1948 waren er immers tegelijkertijd nog meer Joden die vanuit Arabische landen naar Israël vluchten (bijna een miljoen). Zij ontvluchtten de pogroms die in reactie op de stichting van de staat Israël georganiseerd werden. Wat was logischer geweest om de Palestijnen te herhuisvesten in de door de Joden verlaten woningen in die Arabische landen? Zo een bevolkingsuitruil is bij vele andere vluchtelingenproblemen ook een oplossing geweest, bijvoorbeeld na het conflict tussen India en Pakistan dat ook in 1948 plaats vond.

Palestijnen vallen als enigen niet onder de gewone VN-vluchtelingenorganisatie, de UNHCR, maar hebben een eigen VN-organisatie, het Ondersteuning en Werk Agentschap van de Verenigde Naties (Engelse afkorting UNRWA). Dat werkt alleen voor Palestijnen. Dit is nodig omdat de Palestijnen in hun kampen moeten blijven, nu al ruim zestig jaar. Verder hebben ze nog een eigen solidariteitsdag bij de Verenigde Naties, twee eigen voorlichtingsdepartementen enz. enz.
De UNRWA zorgt voor de Palestijnen in de vluchtelingenkampen. Zij voorziet in onder meer het onderwijs en medische en sociale voorzieningen. Voor deze bijstand heeft het een jaarlijks budget van 1,2 miljard dollar (2009). De Europese Unie betaalt daarvan 233 miljoen dollar, met Nederland als een van de grootste gevers.

De conclusie kan niet anders zijn dan dat het Palestijnse vluchtelingenprobleem volkomen kunstmatig gecreëerd is. Als het probleem behandeld was als alle andere vluchtelingenproblemen, met de normale criteria, dan was er maar een fractie van het huidige aantal geweest. En het probleem was allang opgelost, hetzij door terugkeer, hetzij door herhuisvesting.

Dat is echter niet gebeurd, door druk van de Arabische wereld. De rekening van dit probleem wordt echter niet al jaren door de Arabische wereld betaald, die komt vooral bij ons in het westen terecht.

Maar de echte verliezers, dat zijn de Palestijnen zelf. Zij worden door de Arabische wereld gedwongen tot een triest bestaan: gediscrimineerd en opgesloten in kampen.
Zoals de Syrische oud-premier Khalid al-Azm in zijn memoires schrijft: “Wij hebben eerst er voor gezocht dat ze vertrokken. We hebben hen ontheemd en ze vervolgens tot voortdurende bedelaars gemaakt.”

Zo worden ze al generaties lang, tot op de dag van vandaag, cynisch ingezet als politiek wapen tegen Israël.

Deel II Moslim machtsblok domineert VN

het machtsblok van 57 Islamitische landen in de Verenigde Naties

Opinie artikel van Likoed Nederland in het NIW (Nieuw Israelitisch Weekblad), 24 december 2010.
De grote kracht van de Arabisch/islamitische lobby komt het meest naar voren bij de Verenigde Naties (VN). Daar ziet de Organisatie van Islamitische Landen (OIC) met haar machtsblok van 57 landen kans om veel door te drukken wat maar tegen de democratische staat Israël is.
De OIC bereikt dit doordat het beschikt over een gecombineerd blok van 57 stemmen van Islamitische landen, tegen 1 van de Joodse staat Israël.
Daarbij wordt het Islamitische blok vaak gemakkelijk aan een meerderheid geholpen door de steun van andere dictaturen, zoals Noord-Korea, Cuba, Myanmar enz.

Palestijnse kwestie

De macht van de Arabisch-Islamitische lobby blijkt onder meer uit het feit dat Palestijnen bij de Verenigde Naties allerlei speciale regelingen hebben:

Een eigen solidariteitsdag.

Een eigen hulpdepartement,

Twee eigen voorlichtingsdepartementen etc.

Geen enkele andere vluchtelingengroep heeft deze privileges.

Ook gelden voor Palestijnse vluchtelingen heel andere criteria dan voor andere vluchtelingen. Zo konden Arabieren ‘Palestijnse vluchteling’ worden, ook zonder Palestijn te zijn en zonder ooit te zijn gevlucht. Vervolgens zijn zelfs al hun elders geboren nakomelingen officieel ‘vluchtelingen’.
Zonder deze volledig afwijkende criteria zou het Palestijnse vluchtelingenprobleem niet meer bestaan.
Zie verder het artikel: De twee soorten vluchtelingen van de VN: Palestijnse en gewone’.

Mensenrechtenraad

Bij de VN Mensenrechtenraad, waar op dit moment meedogenloze dictaturen als China en Saoedi-Arabie in zitten, is het zo mogelijk nog erger. Zie bijvoorbeeld de berichtgeving van Radio Nederland Wereldomroep van 16 september j.l. waarin (toen nog) minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken zich zeer beklaagt over de Raad: “Landen die zelf de mensenrechten schenden, zorgen er doelbewust voor dat de VN Mensenrechtenraad in Geneve niet effectief kan zijn.”
De minster vindt ook dat: “Israël disproportionele aandacht krijgt binnen de raad, waardoor de situatie in andere landen onderbelicht blijft. Lidstaten van de Mensenrechtenraad tasten de middelen aan die de VN hebben om mensenrechten juist te beschermen.”

De internationale mensenrechtenorganisatie Freedom House is het grotendeels met Verhagen eens. Volgens Freedom House “dekt de raad sommige ernstige mensenrechtenschendingen zelfs toe.”

De Mensenrechtenraad is dankzij het grote aantal Arabische/Islamitische landen verworden tot een veroordelingsmachine van Israël. Zo veroordeelde de Mensenrechtenraad Israël vaker dan alle andere 191 lidstaten samen!
Sterker nog, er zijn in het verleden slechts 9 andere staten veroordeeld. Iran bijvoorbeeld niet, terwijl dit land haar bevolking meedogenloos onderdrukt, homo’s ophangt alleen vanwege hun geaardheid en de holocaust ontkent.

Over de volgende schendingen van de mensenrechten zal de VN Mensenrechtenraad zich dus niet uitlaten:

De voortgaande genocide door moslims op de christenen in Zuid-Soedan – 2 miljoen doden!

De totale etnische zuivering van Grieken in Noord-Cyprus.

De voortdurende bezetting van de Westelijke Sahara door Marokko,

De Turkse bezettingen van Koerdistan en Noord-Cyprus.

De discriminatie van Palestijnen in Libanon.

De onderdrukking van christenen in bijvoorbeeld de Palestijnse gebieden, Egypte en Saoedi-Arabie.

De ophangingen van homo’s en de stenigingen van vrouwen in Iran.

Niet voor niets zei oud-premier Balkenende bij zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN op 25 september 2010 dat de VN dringend aan hervorming toe zijn, onder andere vanwege de “gepolitiseerde verhoudingen”.

Vrouwen, Joden en homo’s

Zeer recente opvallende voorbeelden van hoe de Verenigde Naties zich laten sturen door de Arabisch/islamitische lobby blijkt uit:

De benoeming van nota bene het uiterst vrouwonvriendelijke en streng-islamitische Saoedi-Arabie tot lid van de VN Vrouwenraad.

het door de Unesco op papier veranderen van een eeuwenoude Joodse heilige plaats – het graf van Rachel – in een moskee.

het schrappen van de bepaling dat de doodstraf op grond van seksuele oriëntatie wordt veroordeeld, zodat homo’s in Islamitische landen de doodstraf kunnen krijgen enkel omdat ze homo zijn.

De conclusie is dan ook dat onder invloed van de Arabisch-Islamitische lobby de VN zich ontwikkeld heeft tot een zeer vrouw-, jood- en homo-onvriendelijk instituut.

Deel III De verzwegen Arabische lobby in de VS

De vlag van Saoedi Arabie, grootste financier van de Arabisch-Islamitische lobby

Opinie artikel van Likoed Nederland, Boinnk!!!, 2 januari 2011.
Minder bekend is de invloed van de Arabisch-Islamitische lobby in de Verenigde Staten. Vaak hoor je over de grote invloed van de Joodse lobby daar. Daarbij ziet men twee punten over het hoofd:

De relatief grote steun voor Israël komt niet zozeer door het Joodse electoraat, want dat beslaat slechts circa 2% van de bevolking, overigens hetzelfde als het aantal moslims. Doorslaggevend is de omvangrijke pro-Israël houding van de bevolking (ondersteund door circa 65%, tegen circa 15% voor de Palestijnen).

Er is net zo goed een zeer actieve en machtige Arabische lobby, zoals er wel duizend verschillende belangengroepen zijn in Amerika. Maar de Arabische lobby heeft veel meer geld tot haar beschikking, dankzij de oliedollars. En het aantal ambassades van Arabische/Islamitische landen is 57, tegen 1 Joodse. Dus de Arabische lobby heeft een minstens zo sterk stemgeluid als de Joodse, maar daarover hoor je nooit iemand.

De mythe van de macht van de Joodse lobby is daarmee de moderne verpakking van de nazi-mythe van ‘de Joden zijn uit op de wereldheerschappij’.

Dat is onvervalst antisemitisme, bijvoorbeeld ook volgens de definitie van antisemitisme van de Europese Unie, die het omschrijft als “het beschuldigen van Joden van samenzweringen om de overheid te domineren”. Geen wonder dat Gretta Duisenberg het er vaak over heeft.

Recent is er een boek verschenen over de omvangrijke macht en invloed van de Arabische lobby in de Verenigde Staten, die deze macht bevestigt: ‘De Arabische lobby’ van auteur Mitchell Bard.
Hieronder volgt een aantal – vertaalde – passages uit de inleiding van dit boek.

Uit: The Arab Lobby:

“Binnen een paar weken van zijn ambtstermijn als 44ste president begon Obama een gevecht met de Israelische regering over het nederzettingenbeleid. Hij eiste in het openbaar dat Israël alle nederzettingen zou bevriezen.
Toen Israëlische functionarissen er op wezen dat er overeenstemming was bereikt met de voorganger van Obama over wat de Verenigde Staten zou beschouwen als aanvaardbare bouw, ontkende de minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton zelfs dat dergelijke afspraken waren gemaakt. [Likoed Nederland: de afspraken zijn te vinden op onze site.]

Dit beleid van Obama lijkt tegenstrijdig met het idee van de complotdenkers, die geloven in een almachtige Joodse / Israëlische lobby die het Midden-Oosten van de VS beïnvloedt, ten nadele van de nationale belangen.
Hoe kan dit worden verklaard?

Het Amerikaanse beleid wordt niet gemaakt door een almachtige Israelische lobby, integendeel; ook sterk beinvloed door een zeker zo krachtige – maar veel minder zichtbare – Arabische lobby. Deze komt voort uit ideologie en uit de olie- en wapenindustrie, die Midden-Oosten regimes wil ondersteunen.

Deze verklaring is begrijpelijkerwijs verrassend, gezien het feit dat er slechts enkele boeken of artikelen over de Arabische lobby bestaan, terwijl er een lange geschiedenis van samenzweringstheorieen is die suggereren dat Joden alles controleren, van de media tot het Amerikaanse Congres en tot het mondiale financiële systeem.

De eerste organisatie die is opgericht om een Arabische perspectief in de Verenigde Staten te promoten was de Arabische Nationale Liga van Amerika in de jaren 1930. Andere groepen volgden. In 1951 vroeg koning Saud van Saoedi-Arabie aan Amerikaanse functionarissen om een pro-Arabische lobby te financieren, om de pro-Israël-lobby te bestrijden. De CIA stemde toe.

Al in 1974 [LN: niet toevallig tijdens de oliecrisis, de eerste grote zichtbare machtsdemonstratie van de Arabische lobby] relativeerde de Democratische senator Thomas McIntyre de invloed van de Israëlische lobby. ‘Hoe zit het dan met de olie-lobby?’ vroeg hij. ‘De invloed van ‘Big Oil’ [de grote oliemaatschappijen] is veel sluipender, maar ook veel ingrijpender dan de invloed van de Joodse lobby, want olie en invloed sijpelen zowel langs ideologische als partij-lijnen, zonder dat het publiek er aan te pas komt.’ Hij voegde eraan toe dat ‘de Joodse lobby niet op kan tegen de lobby van het leger en defensie; zoals het Pentagon.’

Sinds de oprichting van Israël in 1948 is de Arabische lobby gegroeid en steeds meer ondersteund, onder andere door de wapenindustrie, door voormalige ambtenaren in dienst van Arabische staten, door bedrijven met zakelijke belangen in het Midden-Oosten, door NGO’s, door de Verenigde Naties, door een aanzienlijk percentage van de media en de culturele elite, door niet-evangelische christelijke groepen, door ingehuurde bureaus, door Amerikaanse Arabieren en moslims, en door de leiders en diplomaten van Arabische regeringen.

De Arabische lobby heeft weinig sympathie van het publiek. Maar het feit dat ze gewone supporters missen, maken ze goed door met bijna onbeperkte financiële middelen proberen te kopen wat ze vaak niet kunnen winnen op basis van hun argumenten.

Het hart van de Arabische lobby – Saoedi-Arabie – heeft reeds lang zijn aanhangers binnen de Amerikaanse overheid met daarnaast vele PR-bedrijven, lobbyisten en andere ingehuurden in dienst van het koninkrijk om haar zaak aanhangig te maken bij beleidsmakers en het publiek.

Vandaag de dag is Arabische lobby in de Verenigde Staten gericht op het voeden van de Amerikaanse verslaving aan aardolieproducten, de uitbreiding van de economische banden tussen de Verenigde Staten en het Arabische / Islamitische Midden-Oosten, het verkrijgen van Amerikaanse politieke steun in internationale fora, het verwerven van de meest geavanceerde wapens en het verzwakken van de band tussen de Verenigde Staten en Israël.

De Arabische lobby heeft blijk gegeven van haar macht, door ervoor te zorgen dat de Verenigde Staten onevenredig veel aandacht besteden aan de belangen van de Arabische staten en dat landen ondersteund worden die geen enkele van onze waarden delen en slechts enkele van onze belangen.

Erger nog, sommige van deze landen, zoals Saoedi-Arabie. ondermijnen Amerikaanse belangen door het steunen van terrorisme en het bevorderen van radicaal-islamitische opvattingen op wereldwijde schaal.”

©Likkoed.nl 2010/2011