Het Arabische doel om de Joodse geschiedenis van de Tempelberg te wissen

Geschreven door Rabbijn Leibel Reznick; vertaald door Ilonia

Tempelberg ©Kena

In zijn autobiograaf Mein Kampf schreef Adolf Hitler dat mensen een verschrikkelijke leugen zouden aannemen als waarheid, omdat geen mens de moed zou hebben om dit te verzinnen. Later toen zijn propaganda technieken meer ontwikkeld waren zei hij: “Als een grote leugen genoeg wordt herhaald dan zal het algemeen aanvaard worden als waarheid.”

Dit stukje Nazi propaganda wordt heden ten dage gebruikt door de Palestijnen. De grote leugen wordt gepredikt vanaf de spreekstoel in moskeeën en in schoollokalen in de madrasas (Koran school)- meer en meer eenvoudige mensen geloven dit.

Deel 1: De grote leugen: moslims, Jeruzalem en archeologie
Wat is de grote leugen van Palestijnen?

PA Moefti Ikrama Sabri werd geciteerd door Palestijnse krant Al-Ayyam (22 november 1997) met de woorden dat de Westelijke Muur (Kotel, ‘Klaagmuur’) onderdeel van de Al-Aska moskee is en dat de Joden geen connectie met de muur zouden hebben. Dezelfde krant (18 juli 1997) meldde daarvoor dat Hamad Yusef, het hoofd van de Institution for the Rejuvenation of the Palestinian Heritage (Instituut voor vernieuwing van het Palestijnse erfgoed), verwijst naar de “valse historische claim van de Joden in het heilige stad en een claim die zij niet door de (archeologische) opgravingen die door buitenlandse groepen in de afgelopen honderd jaar zijn uitgevoerd kunnen bewijzen.”
Met andere woorden, het Joodse volk heeft geen historische connectie met de Tempelberg, noch met de Westelijke Muur noch het oude Jeruzalem (de ‘Oude Stad’, Oost Jeruzalem). Er zou geen elke archeologische bewijs zijn die dit anders zou beweren, zo claimen zij.

Sjeik Yusef Kardawi, een van de meest invloedrijkste moslim geestelijke, ontkent dat het oude volk van de Joden ooit in Jeruzalem hebben gewoond en dat zij niks anders zijn dan indringers vanuit Europa die een Arabische land in de 20e eeuw hebben ingenomen. De Palestijnse minister van Islamitische zaken Sjeik Yusef Salameh maakt het helemaal bont door te zeggen dat de Al-Aska moskee op de Tempelberg 40 jaar na de bouw van de moskee in Mekka door de eerste mens Adam werd gebouwd. De voormalige Jordaanse minister van Islamitische zaken Abed al-Salaam al-Abadi denkt dat de Islamitische profeet Abraham de bouwer van de Al-Aska moskee 4.000 jaar geleden is geweest.
De Egyptische archeoloog Abed al-Rahim Rihan Barakat schrijft: “De mythe over de Tempel die door de Joden zijn verzonnen is de grootste historische misdaad die uit geschiedvervalsing ontstaan is”. (bron: Nadav Shragai, “In the Beginning was Al-Aqsa,” Haaretz, november 27, 2005)

De Koninklijke Saudische familie, de Palestijnse archeoloog Dr. Dimitri Baramki, Sheikh Kardawi en een groot gedeelte van de Syrische geestelijke identificeren zich met de oude Jebusieten (waarvan koning David de Tempelberg kocht, zie 2 Samuel 24 vanaf vers 17) als de oude Arabische stam dat samen met de Kanaanieten omstreeks 3.000 jaar voor de gewone jaar telling van het Arabische schiereiland rondtrok en daarom zouden zij al vóór de Joden in het land aanwezig zijn geweest (Bron: Nadav Shragai, “Christian Zionists See US Devastation as ‘A Home for a Home’,” September 13, 2005).
Op 27 augustus 2009 melde de Jeruzalem Post dat PA Sjeik Tayseer Rajab Tamimi, hoofd van de Islamitische Recht, opschepte dat er geen bewijs is terug te vinden dat de Joden ooit in Jeruzalem geleefd of dat de Tempel ooit bestaan heeft. Israëlische archeologen hebben “toe gegeven” dat Jeruzalem nooit bewoond is door Joden, vulde hij zichzelf aan.

De aanvallen dat er geen traditionele connectie bestaat tussen Joden en hun heilige stad Jeruzalem gaat dagelijks door. Degene die deze dwaze bewering gelooft is niet mogelijk om te overtuigen dat het tegendeel een feit is. Zoals Albert Einstein zei: “twee dingen zijn oneindig: Het universum en menselijke domheid en van het universum ben ik niet zeker “.
Om de historische connectie tussen Joden en Jeruzalem te ontkennen wordt er een grens overschreden die tegen de rationele en absurditeit ligt. De Hebreeuwse Bijbel beschrijft door de hele Hebreeuwse Bijbel heen gedetailleerd de geschiedenis van de Israëlieten en Jeruzalem. Dit wordt tastbare door de vondst van de Dode Zee rollen die 600 jaar eerder op perkament was geschreven dan de Koran. Door koolstof-14 heeft men kunnen dateren wanneer de Dode Zee rollen zijn geschreven. In de Hebreeuwse Bijbel worden Jeruzalem en de stad van David meer dan 700 keer genoemd, terwijl Jeruzalem geen één keer voorkomt in de Koran.
Daarnaast is het aantal oude niet-Joodse bronnen dat de aanwezigheid van de Joden in Jeruzalem vast leggen indrukwekkend:

1. De Taylor prisma, genoemd naar de ontdekker kolonel Taylor, is in 1830 gevonden in een ruïne van de Nineveh in Irak. Het was gemaakt voor Assyrische koning Sennacherib en op het prisma staat een gedetailleerd verslag over de aanval van de Assyrie tegen de “Joodse koning Hizkia met als hoofdstad Jeruzalem”.

2. Recentelijk zijn in het Britse museum oude tabletten gevonden die de geschiedenis en grote gebeurtenissen vertellen van het Babylonische Rijk en ook van Joden en Jeruzalem.

3. Eén van de papyri (omstreeks 500 vgj) uit Elephantine (een eiland in de Nijl) is gemaakt in het 17de jaar van koning Darius en het gaat over de Joodse Tempel in Jeruzalem en de priesters. Vele Griekse en Romeinse historisch bevestigen ook dat Jeruzalem een Joodse stad was. Het is daarom irrationeel om te denken dat alle boven genoemde bronnen, waarvan vele antisemitisch zijn, onderdeel zijn van een Zionistische plot tegen de inheemse Arabisch-kanaanieten bevolking.

4. Het meest indrukwekkende bewijs is misschien wel de van historicus Josephus Flavius die in de eerste eeuw van de gewone jaartelling leefde. In de Antiquities en Wars of the Jews wijdt hij honderden pagina’s aan de benarde positie van het Joodse volk in Jeruzalem en de uiteindelijke vernietiging van hun Tempel. Josephus beschrijft over de architectonische en geografische details, die keer op keer nauwkeurig wordt bevestigd door archeologische ontdekkingen.

5. De claim dat de een grote groep Joden pas tijdens de 20ste eeuw in Jeruzalem zou zijn gekomen, komt niet met de feiten overeen. Om de paar jaar werd er een volkstelling in Jeruzalem gehouden. Dit begon in 1844. Tijdens deze volkstelling werden Arabieren, Christenen en Joden apart geteld en de Joden bleek keer op keer de grootste bevolkingsgroep te zijn. In vele gevallen waren de groep Joden groter dan de Arabieren en Christenen samen.

6. De Jeruzalmische bevolking:

Jaar

Joden

Moslims

Christenen

Totaal

1844

7,120

5,000

3,390

15,510

1876

12,000

7,560

5,470

25,030

1896

28,112

8,560

8,748

45,420

1922

33,971

13,411

4,699

52,081

1931

51,222

19,894

19,335

90,451

1948

100,000

40,000

25,000

165,000

1967

95,700

54,963

12,646

263,309

1987

340,000

121,000

14,000

475,000

1990

378,200

131,800

14,400

524,400

2009

476,000

247,800

15,200

760,800

Het is een absurd idee dat er geen archeologisch bewijs bestaat die historisch aangeeft dat er altijd Joden in de Heilig stad hebben geleefd. Als ik een gedetailleerd verslag van alle archeologisch bewijs zou schrijven, dan zou ik vele grote pagina’s nodig hebben om dit kunnen plaatsen. Ik zal zelf maar een kort verslag maken van de archeologische artikelen, om zo alleen al mijn eigen natuurlijke nieuwsgierigheid te voldoen en niet om een leugen te verdrijven. Jeruzalem is een van de oudste steden in de wereld en bevat velen archeologische vindplaatsen. Dit zoals verwacht mag worden van een oude stad. Echter een bewijs voor een oud gebouw, zoals een huis of een fort of een paleis, hoeft niet meteen bewijs te zijn voor de aanwezigheid van Joden. Oude potten of speerpunten op zich zelf is ook geen bewijs dat dit van Joden afkomstig zijn. Wij moeten ons dus beperken tot archeologische vondsten dat overduidelijk van Joodse herkomst is. Met deze beperking kunnen we verder gaan.

Deel 2: De Tempelberg
1. Ashlars (gebouwblokken): Een aantal jaren voor de gewone jaartelling werd de tweede Tempel door de Joodse tiran koning Herodes compleet herbouwd. De gehele Tempel werd met grote stenen gebouwd. De naam van deze stenen zijn ashlars. Herodes verordende dat de ashlars een unieke design moesten hebben die alleen gebruikt mocht worden voor de Tempel en niet voor andere gebouwen in Jeruzalem. Op de Tempelberg kun je deze ashlars vandaag de dag nog zien: op de Westelijke muur, de Zuidelijke muur en op delen van oostelijke en noordelijke Tempel muren. Deze stenen staan nog steeds op dezelfde plaats zoals de tijd van de tweede Tempel.

Deze eerdergenoemde vieren muren zijn de overblijfselen van de Tempel. De muur rondom de Tempelberg staat op een op stevige fundament en de hoogte van de muur hangt sterk af van de omtrek van het fundament. De hoogte van de Westelijke muur is – vanaf fundament naar boven gemeten – ongeveer 107 voet (33 meter). Waar de muur hoger wordt, loopt het spits toe (zie Talmoed Traktaat Yoma 28b). Het is aan de onderkant ongeveer 12 voet (ongeveer 3,5 meter) dik en aan de bovenkant 3 voet (ongeveer 1 meter) dik. Door de eeuwen heen hebben vijanden geprobeerd om de muur neer te halen om zo alle aanwijzingen van het Joodse volk in de stad uit te wissen. Ze waren echter slechts gedeeltelijk erin geslaagd om de muur neer te halen, omdat het bovenste gedeelte van de muur dunner is en het naar beneden dikker wordt.

Als je goed naar de grote ashlars aan de onderkant van de muur kijkt, dan zie je Herodianus (dat wil zeggen Joods) ontwerp op deze stenen. Als iemand naar het midden van de muur kijkt dan, waar de kleinere ashlars te zien is, ontbreekt de Herodianus ontwerp. Deze stenen maakten deel van de wederopbouw, dat door de Arabieren in de negende eeuw van de gewone jaartelling is gebouwd, uit. Dit komt met de Arabische ashlars overeen. Aan de bovenkant, waar de stenen nog kleiner zijn, ontbreekt namelijk het Herodianus ontwerp. Dit stuk muur is in de zestiende eeuw door de Arabieren gebouwd. De unieke Herodianus ashlars getuigen van de Joodse aanwezigheid op de Tempelberg.

2. Binnenplaats muur van de Tempel: Een aantal jaren geleden werd bij de rotskoepel een deel van een binnenste binnenplaats een muur (azarah) van de tweede Tempel ontdekt. Het had hetzelfde Herodianus ontwerp als de muur. Toen de moslims realiseerde dat dit het bewijs van een van Joodse aanwezigheid op de Tempel berg was, bedekten zij het bewijs met cement. Eerder fotografische bewijs bevestigt echter het feit dat de muur er is.

3. De 12 treden: In de Talmoed Traktaat Middot wordt de constructie van de Tempel behandeld en beschrijft de twaalf treden van de trap dat toegang geeft op de binnenplaats van de Tempel. Eeuwen na de vernietiging van de Tweede Tempel zijn sommige treden nog zichtbaar. De treden zijn door de vijanden gebruikt voor andere bouwwerken, maar tegen het einde van de 19de eeuw bevonden drie treden nog op het Tempelberg. Deze treden liggen ten zuiden van de rotskoepel. Door de Arabieren werden deze treden eerst genegeerd, maar toen de Moslim autoriteiten zich realiseerde dat het hier om bewijs van de Joodse Tempel ging, werden de treden begraven en het zicht werd door een muur geblokkeerd. Op deze foto van eind 1800 zijn de treden nog steeds zichtbaar.

4. Stenen tekens: In de eerste eeuw had de historicus Josephus Flavius in verslagen vast gelegd (Josephus 5:5) dat op de Tempelberg, aan het begin van de treden, stenen tekens bestonden die in het Latijn en Grieks beschreven waren. Deze inscripties waarschuwde niet-Joden om niet voorbij dit punt te gaan (red. FAQ-online: Dit is volgens de Tora namelijk voor de niet-Joden verboden). In 1871 werd een van de stenen tekens vlakbij de Tempelberg ontdekt en wordt nu bewaard in de kelder van het archeologische museum van Istanbul. De Turken zijn niet al te blij het bewijs dat de Tempelberg de plaats van de Joodse tempel was en vandaar de stenen tekens niet worden getoond. Er zijn echter foto’s van de stenen tekens beschikbaar. Bovendien werd er in 1935 een fragment van een andere steen met tekens ontdekt en wordt momenteel getoond in het Rockefeller Museum in Jeruzalem.

5. “Korbon”: er werd in de late zestiger jaren vorige eeuw een stuk aardewerk van meer dan 2.000 jaar oud met een Hebreeuwse (in tegenstelling tot Arabisch) inscriptie vlakbij de Tempelberg gevonden. Daarop stond het woordje ‘korbon’. Korbon betekent Tempeloffers. Het wordt moeilijk om uit te leggen waarom een stuk gedroogde klei met een Hebreeuws woord ‘korbon’ naast de Tempelberg werd gevonden, wanneer Jeruzalem nooit een Joodse stad geweest zou zijn.

6. Shofar inscriptie: De Talmoed (Sukkah 53b) vertelt ons dat tijdens de Tempelperiode de shofar op de avond van Sabbat werd geblazen, om zo kenbaar te maken dat er niet meer mocht worden gewerkt. Tijdens de opgravingen van na de hereniging van Jeruzalem in 1967 (uitgevoerd door Israël Antiquities autoriteit), is een grote steen gevonden met de Hebreeuwse inscriptie Beit HaTokiah, de plaats waar de sjofar werd geblazen, gevonden.

7. “Oudsten”: Degene die in de Hoge Gerechtshof zaten werden oudsten genoemd. Deze term wordt talloze keren in de TeNaCH herhaald. In de tijd van koning Salomon, toen de eerste Tempel werd gebouwd, zetelde het Hoge Gerechtshof op de Tempelberg. Tijdens de tweede Tempel periode werden de oudsten vaak met het Griekse woord Sanhedrin, verzamelen, verwezen. Dit is gebaseerd op Numeri 11:16 waar staat: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israël. Tijdens opgravingen vond men een paar stukjes van een plaat die voortreffelijk was gegraveerd. De Hebreeuwse letters die waren ingegraveerd kon men het woord zekayin, oudsten, ontcijferen.

8. Bar Kocha munten: In 132 van de gewone jaarteling leidde Bar Kocha een opstand tegen de Romeinen. Bar Kocha kreeg Jeruzalem weer onder controle en er werden vervolgens munten uitgegeven die de vrijheid van Jeruzalem verkondigen. Vele van deze munten zijn er in Jeruzalem gevonden en recent werd er een munt in afval gevonden dat afkomstig was van de Tempel berg.

9. Mikvas: Vele mikvas (ritueel baden) zijn vlakbij de Tempel berg gevonden. Allen mikwas voldoen aan de strikte voorschriften van de Joodse wet die in de Talmoed staan beschreven. De potscherven en de munten die rondom de mikvas zijn gevonden dateren allemaal uit de tweede Tempel periode. Elke Jood die naar de Tempel wilde gaan moest ritueel rein zijn en dit kon alleen door de juiste manier van onderdompeling in de mikva. Als de Tempelberg nooit een plaats was van de Joodse Tempel dan waren daar ook geen mikvas gevonden, want dat duidt juist op de Joodse aanwezigheid in Jeruzalem. Daarbij is het moeilijk te verklaren waarom vlakbij de moskeeën een aantal koosjere mikvas zijn.

10. Chasmoneeën munten: Het verhaal van Chanoeka vertelt over het wonder van de Menora dat voor acht dagen brandde en de overwinning van de Makkabeeën op de Syrische-Griekse heersers. De Makkabeeën komt uit een Koninklijke dynastie van de Chasmoneeën. Zij heerste van halverwege de twee eeuw voor de gewone jaarteling tot een aantal decennia voor de gewone jaarteling. Chasmonese koningen gaven munten met hun namen erop uit. Duizenden van deze Joodse munten zijn er in en om Jeruzalem gevonden.

11. Vier gaten: Josephus Flavius, die als priester in de Tempel diende, beschrijft vier gaten in de westelijke muur van de Tempel complex. (Antiquities, 15:11, para. 5). Alle vier de gaten zijn gevonden en zijn precies zo hoe Josephus Flavius deze heeft beschreven. Sporen van de vier gaten zijn vandaag de dag nog te zien.

12. Menora gegraveerd: Kort nadat Jeruzalem weer in 1967 Joodse handen kwam, begon men met archeologische opgravingen. Daarbij werd een groot herenhuis uit de periode van de tweede Tempel ontdekt. Op één van de muren was een zevenarmige menora gegraveerd met een afbeelding van de grote menora die bij de Tempel stond. Deze laatste afbeelding komt precies overeen met de afbeelding uit de Thora. Deze afbeelding wordt in het Israel museum tentoongesteld.

13. Een Israëlische poel: Aangrenzend aan de noordelijke muur van de Tempelberg zat een waterreservoir. Deze is gebouwd ten tijde dat Simon de rechtvaardige (Shimon HaTzaddik) Hoge priester was in 320 voor de gewone jaartelling. Vanwege vele gezondheidsredenen tijdens het Britse Mandaat, werd dit reservoir weer met water gevuld. Er zijn vele foto’s en tekeningen van dit grote waterreservoir. Voor meer dan 2.000 jaar staat deze waterreservoir bekend onder de Hebreeuwse naam Braichot Yisrael – De Israëlische poel.

14. Een citaat van de Waqf: Het laatste sterke punt komt van de Waqf zelf. In 1925 publiceerde het hoogste Islamitische Raad voor Religieuze Zaken in Jeruzalem (Waqf) een klein boekje, een gids, over de Tempelberg. Op blz. 4 staat: “Deze plaats is de oudste van de wereld. De heiligheid stamt uit vroegere tijden. De identiteit met de plaats en Salomons Tempel staat buiten kijf (wordt nadrukkelijk toegevoegd). Volgens een universeel geloof is dit ook de plaats waar koning David een altaar bouwde voor G’d.”

Het bovenstaande citaat werd ongeveer rond dezelfde tijdstip gepubliceerd als het boek van Adolf Hitler Mein Kampf (d.w.z. De grote leugen van de Nazi’s) publiceerde. Het is dan ook geen wonder dat de later uitgegeven pamfletten van de Waqf dit citaat weglaten.

Ik herhaal: het doel van dit artikel niet is om te bewijzen, maar om aan mijn intellectuele nieuwsgierigheid met betrekking tot een Joodse, Bijbelse en middeleeuwse aanwezigheid in de Tempelberg historisch en archeologische aanwijzingen te voldoen. Het echte bewijs is gevonden in de passages van de boekdelen van de profeten en in de met tranen bevlekte pagina’s van het Hebreeuwse gebedenboek. Zij bevatten de geschiedenis van onze heilige stad en haar glorieuze Tempel. Zij vertellen van haar uitputtende vernietiging en onze 2.000 jaren lange verlangen voor de wederopbouw en voor de dag van de universele vrede.

Lees ook:
De Tempelberg is Joods
Opiniestuk over Jodenhaat in de Islamitische wereld
Opnieuw onrust bij Tempelberg
Wie begon de Al Aksa Intifada?
Hitler’s erfenis- islamitisch antisemitisme in het Midden-Oosten

©Aish.com 2009; vertaling Ilonia voor FAQ-online 2010