Het bewijs van het bestaan van G-d

Geschreven door Nissan Dovid Dubov. Vertaald door de redactie

doen komen zal Ik hen
naar de berg van Mijn Heiligdom
en verheugen zal ik hen
in mijn huis van gebed;
hun opgangsgaven en hun offers
zullen welgevallig zijn op mijn offersteen,-
ja, Mijn huis
zal huis van gebed heten
voor alle gemeenschappen!-

Jesjajahoe 56:7

“Bewijs me dat G-d bestaat” is een uitdaging zo oud als religie zelf bestaat. Religie wordt gedefinieerd als een geloof in het bestaand van een bovenmenselijke controlerende macht, en wanneer wij het Jodendom als onze godsdienst beschouwen, is ons geloof in G-d niet bewezen, maar als grondslag aanvaarde stelling. Maar toch vragen zo vele Joden dit nog af. Het is nog moeilijker om een overtuigende en een duidelijk antwoord te geven. Voorts wordt ieder antwoord altijd opgevolgd door een bergstroom van protest vragend: „als er G-d is, waar was hij tijdens de Holocaust?”. En: „waarom overkomen goede mensen slechte dingen?” In dit artikel zullen wij concentreren op de kernkwestie.

Alvorens dit te doen, zullen wij kort het Joodse geloof in G-d verklaren. Vele Joden reciteren dagelijks de Dertien Principes van het Jodendom. Deze zijn gebaseerd op de commentaar van Maimonides (RaMBaM) aan Misjnah Sanhedrin 10:1. De eerste vier principes zijn:

IK GELOOF ER VOLLEDIG AAN, dat G-d de enige schepper en leider is van al wat geschapen is en tot stand kwam, komt en komen zal.
IK GELOOF ER VOLLEDIG AAN, dat G-d een absolute eenheid is, onvergelijkelijk met welke eenheid ook; dat alleen Hij de G-d is, die er was, er is, en er altijd zal zijn.
IK GELOOF ER VOLLEDIG AAN, dat Hij onlichamelijk is, Hij geen lichamelijke functies bezit en dat van Hem generlei voorstelling mogelijk is
IK GELOOF ER VOLLEDIG AAN, dat Hij de eerste en de laatste is.
Bewijs dit het bestaan van G-d? Eerlijkheidshalve moeten wij deze vraag analyseren alvorens wij een antwoord proberen te geven. Wat kan beschouwd worden als een bewijs? Hoe bewijst iemand dat iets bestaat? Neem, bijvoorbeeld, een blinde man. Bestaan er kleuren voor de blinde man? Hij kan niet zien en toch bestaan er kleuren. De blinde man gelooft en vertrouwt dat zijn medemens – die wel kan zien – op zijn persoonlijke ervaring met kleuren.

Een ander voorbeeld is elektriciteit. Kunnen wij elektriciteit zien wanneer we een licht aandoen? Het antwoord is nee. Wij zien slechts het effect. Neem zwaartekracht. Wanneer een voorwerp valt kunnen wij de zwaartekracht niet zien, horen, voelen, proeven of ruiken? Wij zien slechts het effect. Iedereen is er mee eens dat zwaartekracht een onbetwiste natuurlijke feit is, omdat wij het effect van de zwaartekracht zien. Huidige wetenschappers weten nog steeds niet wat de materie van zwaartekracht is.

Kortom: het bewijs van het bestaan van iets betekent noodzakelijkerwijs niet dat wij niet zouden merken dat het bestaat. Het bestaat omdat wij zijn effect of zien. Zoals in het geval van de blinde man, geloven wij andere mensen die kunnen zien. Wij geloven dat G-d onlichamelijk is of een vorm van een lichaam heeft. Hij is overal en schept tijd en ruimte. Per definitie kunnen wij geen enkele fysieke beschrijving geven van G-d. Per definitie kan de mens G-d niet zien. Om Zijn bestaan te bewijzen, moeten wij Zijn effect op onszelf of op anderen die Zijn effect hebben aanschouwd, vertrouwen (zoals de blinde man).

Samenvattend: de test of G-d bestaat kunnen wij op twee manieren uitvoeren:

door te onderzoeken of iedereen iets G-ddelijks heeft gezien; heeft meegemaakt of
door bewijs van bestaan van Zijn effect te extrapoleren (doorberekenen) moeten wij het verschillend uitdrukken zowel middels traditie als middels metafysica. Wij zullen ook bewijs van bestaan door Joodse geschiedenis en de vervulling van de profetieën te bestuderen onderzoeken.
Alvorens wij al deze wegen onderzoeken moet men vermelden dat de grote Joodse filosofen niet eens wat het sterkste bewijs is.

Rabbijn Jehoedah Halevi debatteert in zijn boek Koezari (2:26) dat het “hoogste [vorm van] geloof is alleen door traditie afgeleid, waarbij metafysica slechts als laatste redmiddel zou moeten worden gebruikt om ongeloof uit te sluiten.”

RaMBaM (Moreh Nevuchim 3:51) is het daar niet mee eens. Hij debatteert dat “ons geloof begint met de tradities die aan ons door onze voorvaderen en in onze heilige literatuur zijn overgebracht. Hier wordt gezinspeeld het vers, Hoor Israël, de HEERE is onze G-d. GD EEN.’ Nochtans, komt het hoogste niveau van geloof uit filosofisch bewijs, en hen die de capaciteit hebben moeten de stichtingen van ons geloof bewijzen.” In deze poging zullen wij alle wegen onderzoeken. Onze benadering is dat, door een combinatie traditionele, filosofische en historische bewijzen, om het even welke denkende Jood tot een vast geloof het bestaand van G’D zal worden geleid.

Het traditionele bewijs
In een rechtszaak is het getuigenverklaring het sterkste bewijs dat iets gebeurde of bestond. Zien is geloven. Je kunt iets gezien te hebben niet vergelijken met iets gehoord te hebben. Ieder historische gebeurtenis wordt bewezen door degene die er getuigen van zijn geweest en het feit hebben vastgelegd. Hoe meer getuigen van een gebeurtenis, hoe meer bona fide een feit is. Één van de meest gevierde feest van de Joodse kalender is Pesach. Op nacht van Seder verzamelen Joodse families zich overal in de hele wereld om samen de Uittocht uit Egypte te herinneren. De avond is vol van rituelen en Haggadah is onze gids. Iedereen eet van de matzah – het brood van kwelling. Zohar (het vroege Kabbalistische werk) zegt dat de matzah het brood van geloof is. Het herinnert ons eraan dat de Joden matzah bij het verlaten van Egypte aten. Hoewel de minhag kan verschillen blijft het basisverhaal van de Uittocht het zelfde. De Joden van Bombay, Birmingham of Wit Rusland: allen vertellen hetzelfde verhaal.

Vraag iedere Jood hoeveel plagen er in Egypte waren en zijn antwoord zal 10 zijn. Als iemand suggereert dat het er 11 zijn, zou hij onmiddellijk tegengesproken worden. Niet alleen op historische detail, zoals geschreven in Tora, maar hoofdzakelijk wegens het jaarlijkse weer herbepalen van de Tien Plagen tijdens Seder. Wij hebben een minhag van het morsen van de wijn bij de vermelding van elke plaag. Wij zouden ons herinnerd hebben als er 11 plagen waren. Nee, er waren er 10. Als er “Chinese fluisteringen” (pers. A vertelt het verhaal aan pers. B, pers. B. vertelt het verhaal door aan pers. C, enz.) zou hebben plaatsgevonden, zouden wij eindigen met verschillende versies van hetzelfde verhaal. Maar daarentegen gaat iedereen akkoord met het gegeven dat de Joden Egypte verlieten en 49 dagen later vond de Openbaring op de berg Sinaj plaats waar de Joden de Tien Woorden van G-d hoorden.

Dit weten wij niet alleen door de Tora, maar simpel door traditie door het feit dat de generatie op generatie van Joden dit verhaal heeft overgebracht, en dat het op de daadwerkelijke ervaring van een volledige natie gebaseerd is. Het blijft daarom een onbetwist historisch feit dat de Joden die Egypte verlieten getuigen waren van de Tien Plagen, getuigen waren van de Uittocht, en getuigen waren van de Openbaring op Sinaj. De getuigen van al deze gebeurtenissen gaven deze gebeurtenissen weer door aan de komende generaties. Door de Joodse geschiedenis heen waren er nooit minder dan een miljoen Joden die deze traditie weer overbrachten. Het basisverhaal bleef het zelfde, zelfs toen de Joden naar de vier hoeken van de aarde werden verspreid. In Sinaj, 600.000 mannen tussen de leeftijden van 20 en 60, plus vrouwen en kinderen (en mensen onder de leeftijd van 20 en over de leeftijd van 60) – een totaal van ongeveer drie miljoen mensen – hoorde de Tien Woord van G-d zelf. Deze gebeurtenis, die in Tora is geregistreerd, is gelijktijdig een gebeurtenis dat opgemerkt is door getuigen en daardoor een onbetwist historisch feit. Het is hoogst onwetenschappelijk om dit gegeven te wantrouwen!

Het moet benadrukt worden dat de Openbaring op Sinaj niet te vergelijken was met andere openbaringen die door andere religiën geclaimd worden. In Christendom, wordt de openbaring toegewezen aan één mens of aan een kleine groep discipelen, en het zelfde geldt voor de Islam (aan Mohammed) en Boeddhisme (aan een oude Hindoese salie, Boedha – de geïnformeerde – waarvan de aanhangers zijn onderwijs en doctrines goedkeurden en zichzelf Boeddhisten noemen). Zo is dit niet met het Jodendom. Een hele natie was getuige van de Openbaring op Sinaj.

In feite, zo verklaart een groot rabbijn Rabijn Shlomo Ben Aderet (RaSJBa), dat al die ooggetuigen bij Sinaj noodzakelijk was. Wanneer de getuigenverklaring van de Openbaring slechts aan de één mens toe te schrijven zou zijn geweest – Mosje – het zou de Openbaring betwist worden. Hij verklaart: “veronderstel: Mosje komt in Egypte en vertelt de Joden dat de tijd voor hun afkoop was aangevangen. Aanvankelijk twijfelen zij aan hem, maar zodra hij de Tien Plagen begint te bewerkstelligen, realiseren zij dat er bovennatuurlijke krachten aan het werk zijn. Mosje daagt de Egyptische tovenaars uit en brengt plagen voort die zij niet konden voortbrengen. Zij geven zelfs toe dat dit de “vinger van G-d” dat aan het werk is. Mosje, in naam van G-d, geeft constant een waarschuwing dat door een plaag wordt gevolgd. Na de Tien Plagen en de Uittocht, en vooral na splijten van de zee, getuigt Torah het feit van dat de mensen “in G-d en in Zijn bediende Mosje” geloofden.”

Maar er is nog één probleem. De Joden werden door een schepsel van vlees en bloed verteld dat hij door G-d gestuurd zou zijn. Er was dus nog ruimte voor de scepticus – in het bijzonder in een recentere generatie – om te betwijfelen. Daarom, zegt RaSJBa, was de gehele natie in Sinaj noodzakelijk. De gebeurtenis dat door een volledige natie wordt getuigd was de Openbaring van G-d Zelf op Sinaj en Hij gaf de Tien Woorden. Elke Jood ervoer op hetzelfde niveau van communicatie zoals Mosje had ervaren. Daarna waren de Joden volledig overtuigd wanneer Mosje het woord van

G-d overbracht het ook oorsprong van het woord écht G-ddelijk was. Men moet daarnaast vermelden dat de Kinderen van Israël op dat ogenblik geen ongeschoolde slaven waren die gemakkelijk voor de gek gehouden konden worden. Onder hen waren grote vertellers, priesters, architecten en bouwers, professionals die piramides en andere gebouwen bouwden – wonderen van de wereld – de waarvan de architectuur de moderne architecten in de diepste verbazing brengen. Zij waren een goed geïnformeerde generatie – en zeker twistzieke en stijfkoppige mensen zoals bij vele gelegenheden werd getoond. Als een deel van de natie een verhaal zou hebben gedroomd, zou deze zeker door anderen verworpen zijn.

De Uittocht en de Openbaring op Sinaj blijven onbetwiste historische feiten. Zoals eerder vermeld, de getuigen het grootste bewijs binnen een rechtzaak. Hoeveel temeer de getuigenis van een volledige natie! Dat is zeker een wetenschappelijk bewijs van het bestaan van G-d. Hoewel wij hem niet kunnen zien – als de blinde man die geen kleuren kan – konden onze voorvaderen (oog)getuigen van deze Openbaring en brachten het feit over als zowel mondelinge als geschreven traditie (Tora). Misschien is het daarom dat de eerste Gebod van G-d luidde: ‘Ik de Here uw G-d Die u uit het land van Egypte heeft geleid’. Als de Schepping van de wereld een veel complexer en verbazender fenomeen dan de Uittocht van Egypte is, waarom zei G-d niet, “Ik ben de Here uw G-d Die hemel en aarde creëert.’? Één mogelijk antwoord is dat de huidige wetenschappers nog (steeds) afvragen wat de oorsprong van de kosmos is en sommigen negeren de kwestie “G-d”. Toen G-d met de Joden communiceerde, maakte Hij de mededeling zeer persoonlijk: “Ik ben de G-d van Wie u getuige bent, Die u uit Egypte heeft meegenomen en Die nu met u praat.” Deze mensen hadden geen filosofische bewijzen nodig. Hun eigen ogen zagen het, hun eigen oren hoorden het. Zij waren getuigen aan de voet van Sinaj. Dat is het grootste bewijs!

De bekendste gebed in het Jodendom is de Sjema. In de Sefer Tora of Mezoeza worden de letters Ajin en Dalet van Echad met een grote letter geschreven. Samen vormen zij het Hebreeuwse woord “‘Ed” wat getuige betekent. Wanneer een Jood de Sjema reciteert, getuigt hij van het bestaan van

G-d, het bestaan dat door onze voorvaders werd ervaren en dat aan ons door een ongebroken lijn van traditie werd doorgegeven.

Filosofische bewijzen
Naast het traditionele bewijs kunnen wij nu filosofische bewijzen gaan bekijken. Vele bewijzen zijn aangehaald, maar wij zullen ons tot de bekendste en meeste vaak geciteerde teksten beperken.

•1. Het klassieke werk Chovot Halevovot (1:6) citeert een mooie masjal. Een rabbijn ging het paleis van een koning binnen en mocht bij de koning op audiëntie. De koning stelde hem de vraag, “hoe u weet u van het bestaan van de Schepper?” De rabbijn vroeg de koning eerbiedig om de ruimte voor korte tijd te verlaten. Op tafel stond een veren pen, een inktpot en wat papier. Terwijl de koning uit de ruimte was, schreef de rabbijn op papier een mooi gedicht. Toen de koning terugkeerde merkte hij het gedicht op en werd verbaasd om zijn poëtische stijl. De inkt was nog nat en de koning prijsde de rabbijn voor het schrijven van een dergelijk mooi gedicht. De rabbijn antwoordde dat hij niet het gedicht had geschreven, maar dat hij de inktpot had opgepakt, goot het over het papier en de letters zouden uit zichzelf hebben gevormd. De koning bespotte een dergelijke suggestie zeggend dat het voor de inkt onmogelijk was om in één enkele letter te schikken, laat staan een woord, een zin en niet zeker in een mooi gedicht! De rabbijn antwoordde: “Hier is uw antwoord. Als de inkt in een inktpot geen gedicht zonder de hand van de dichter kan vormen, dan zeker de wereld, die oneindig complexer is dan het gedicht, kan zonder de hand van een Schepper onmogelijk gevormd worden!”

Een gelijksoortig fictief verhaal – hoewel eigentijdser – wordt verteld over de Amerikanen, de Russen en de Chinezen die samen kwamen en besloten een bemand ruimteschip naar Mars te sturen. Na het besteden van miljarden dollars, roebels,yen en jaren van voorbereiding, schoot een ruimteschip definitief naar Mars. Een tijdje later nam een astronaut een kleine stap voor de mens maar een grote stap voor mensheid en stapte uit op de Martian-oppervlakte. De camera’s zonden elke beweging terug naar aarde. Plotseling, na een paar stappen, wordt de wereld overweldigd door het beeld van een blikje Coca-cola dat op een nabijgelegen rots ligt. De astronaut pakt het blikje op, ziet dat het een echt blikje is waarop de woorden het “Coke trademark – made in the USA” geschreven staat. De Russen en de Chinezen zijn in hevig protest – de Amerikanen hadden hen duidelijk bedrogen en eerder een ruimteschip gezonden. De Amerikanen ontkennen dit maar waren door de verschijning van het blikje Cola in de war gebracht. Tot slot interviewt de pers een professor van de Universiteit van Oxford die het raadsel verklaart door te suggereren dat meer dan miljarden en miljarden jaren geleden het vrij mogelijk was dat door evolutie enz., een blikje Cola zou zijn gevormd. Zelfs de woorden “made in the USA” zou door zichzelf gevormd zijn! Men maakte zijn suggestie belachelijk. Zelfs na miljarden jaren is de wiskundige waarschijnlijkheid van deze woorden – die door zichzelf op het blikje gevormd zouden zijn – nul zijn. Hoeveel temeer is de waarschijnlijkheid dat een ongelooflijke complexe wereld als deze uit zichzelf gevormd is? Zelfs vandaag zijn de wetenschappers het ermee eens dat zij slechts het topje van de ijsberg van de complexheid van het heelal hebben doorgrond. Hoe is het mogelijk dat het zichzelf heeft geformeerd zonder een Meesterlijke Architect en Ontwerper?

Een gelijkaardig verhaal wordt verteld over een man die een volledig geautomatiseerde autofabriek ingaat en na het zien van de productie van een volledige auto kwam de man tot de conclusie dat auto’s zichzelf maken! Hoe belachelijk om te denken dat een dergelijke fabriek niet door een werktuigkundige en een ingenieur ontworpen werd!

•2. Rabbi Aryeh Kaplan, Z”L, schreef in het handboek van de Joodse gedachten 1:1: Het bestaan van een vastberaden Schepper wordt onderstreept door het feit dat het anorganische heelal elke nodige ingrediënt bevat om het organische leven mogelijk te maken. De wereld bestaat als arena voor het leven, en de waarschijnlijkheid dat dit volledig toe te schrijven aan kansberekening is oneindig klein. De essentie van het argument is – mathematisch gezien – hoe ingewikkelder een structuur is, hoe minder waarschijnlijk is dat zijn structuur toe te schrijven is aan kansberekening. De chemie van het leven is veruit het meest complexe proces in onze beleving, en toch vinden wij dat de anorganische kwestie van het heelal dit proces zou ondersteunen. Aangezien er slechts één type van materie in het heelal is, zijn de kansen van zijn het bezitten van alle chemische en fysieke eigenschappen dat nodig is om het leven te steunen extreem klein. Tenzij wij ernstig rekening met een Schepper houden.

•3. Talmoed verklaart dat de mens een microkosmos is. Zonder zelfs de kosmos te bekijken, zien wij de wonderen van het menselijk lichaam dat toe te schrijven is aan een Meesterlijke Schepper, dat zo complex is, dat zelfs over miljarden jaren niet uit zichzelf ontstaan kan zijn. Als voorbeeld nemen we het menselijk oog. Een oog van een baby, dat zich al na 19 dagen ontwikkelt, heeft meer dan 12 miljoen screenpoints per vierkante cm. De retina, het lichtgevoelige gedeelte van het oog; het oognetvlies, heeft meer dan 50 miljard van die screenpoints. Het samengestelde beeld die de ogen registreren is homogeen, omdat deze lichtgevoelige punten als het ware in één geheel worden gemengd. Pak een vergrootglas en bestudeer iedere foto in de krant. Je zult ontdekken dat de foto is opgebouwd uit honderden lichte en donkere punten die samen de foto opbouwen wanneer je de foto vervolgens van een afstand bekijkt. Dit is exact wat een oog doet, maar veel gedetailleerder. Waar komen die miljarden cellen van het zenuwstelsel vandaan? Van een bevruchtte ovum dat zich na een maand verdeeld om het weefsel en de organen van het kind te vormen. Men heeft geschat dat alle 2.000.000.000 (miljard) specifieke zenuwcellen die ieder mens beschaafd maakt, buiten de bedekking van de hersenen gelokaliseerd zijn. Zijn schors en al deze 2.000.000.000 cellen zouden in een vingerhoedje kunnen worden opgeslagen. De ontwikkeling gaat in bepaalde delen van de hersenen, zelfs daarna geboorte, verder. Tegen het eind van de eerste maand van embryonale ontwikkeling, zijn geen van deze delen van de hersenen, het ruggenmerg, de zenuwen of betekenisorganen volledig gevormd, maar de fundamenten van al deze delen zijn wel gelegd. De ontwikkeling van de hersenen en het zenuwstelsel, en zijn besturing over de integratie van alle systemen blijven één van de diepste geheimen van embryologie. Alleen al de ogen tonen dergelijke intelligente planning dat een ieder die het oog bestudeert verbluft van is. In het embryonale stadium worden de ogen gevormd aan de zijkanten van het hoofd en zijn klaar voor verbinding met de optische zenuwen uit onafhankelijk vanuit de hersenen groeien. De krachten die deze integratie verzekeren zijn tot dusver niet ontdekt maar zij moeten inderdaad formidabel zijn, aangezien meer dan één miljoen optische zenuwvezels op het netwerk van ieder oog moet worden ingeschakeld. Denk voor een ogenblik aan de prestatie om alleen al mens te zijn. Het is als het boren van tunnels aan de beide kanten van de Alpen dat de tunnels op een of een ander manier precies moeten passen om samen te kunnen komen, zodat zij een ononderbroken weg vormen. Daarom is iedere daad van de duizenden die een foetus geretourneerd moet doen wonderlijker om zich te ontwikkelen. (The Obvious Proof – CIS p.59). Het zelfde zou het wonder van de eerste adem van de baby worden kunnen gezegd. Na negen maanden het ontvangen van zuurstof door de navelstreng, in een kwestie van ogenblikken dat de longen wonderbaarlijk openen zonder enige fouten. Voor de eerste adem waren de pijpjes niet bruikbaar en na de eerste adem zijn alle pijpjes volledige systemen. Dit is echt fenomenaal. We hebben slechts twee van duizenden voorbeelden van wonderen van de natuur getoond waarvan de systemen zo gecompliceerd zijn dat het haast onmogelijk is dat zij uit zichzelf zijn ontstaan in plaats van dat zij bedacht en ontwikkeld zijn door een Meesterlijke Schepper. Geen wonder dat de Kabbalisten zeggen dat je iemands ziel door de ogen kan zien. Dawied hamelech – koning David – schrijft in de Psalmen dat wij G-d voor iedere adem moeten prijzen. Deze realisatie is tot stand gebracht door recente ontcijfering van het genoom, de menselijke ketting van DNA. De verbazende hoeveelheid genetische informatie die deze kettingen bevatten doet ons duizelen. Hoe kunnen deze extreem gecompliceerde kettingen zichzelf hebben gemaakt?

Eerste conclusie
Wij kunnen uit het eigenlijke bestaan van het leven en de ingewikkeldheid van het heelal concluderen dat het door een Meesterlijke Schepper ontworpen en ondersteund moeten zijn. Het was awienoe (onze aartsvader) Avraham die door dergelijke logische conclusie tot het monotheïstisch geloof in één GD kwam. Eén verenigde Kracht die tot een diverse heelal leidt. Avraham zette de helft van zijn beschaving uit zijn dagen toe dit geloof te belijden en hij gaf dat geloof aan zijn nakomelingen door. Zeven generaties later bevonden zijn kinderen als natie aan de voet van de Sinaj waar zij de Tora direct van G-d Zelf ontvingen. Het is een onbetwiste historische feit dat de Uittocht van Egypte en de bijeenkomst aan de voet van Sinaj is gebeurd. Van daaruit moeten wij concluderen dat een Meesterlijke Schepper en Architect van de kosmos het bewijs van het bestaan van G-d is.

Het geschiedkundig bewijs
Dit is het laatste vorm van bewijs die wij moeten onderzoeken. Dit gaat niet om traditie noch om filosofie, maar om bewijs van het bestaan van G-d als G-d van de geschiedenis. De Joden worden de “uitverkorenen” genoemd. Zij zijn door G-d uitgekozen voor een specifiek doel: de aanhankelijkheid aan- en het vervullen van de Tora en mitswot. Hierdoor wordt er een woonplaats voor G-d in deze wereld gecreëerd. Een diepgaand overzicht van de Joodse geschiedenis zal onvermijdelijk leiden tot het geloven in G-d als Koning van het Heelal.

Rabbi Meir Simcha Sokolovsky schrijft in zijn boek “Prophecy and Providence – Prophecy and Providence – The Fulfilment of Torah Prophecies in the Course of Jewish History (Feldheim Publications)” dat Tora ons oproept de gebeurtenissen te onthouden en deze te bestuderen. Een studie over het verleden zal onvermijdelijk leiden tot een overtuiging dat de geschiedenis van deze wereld vooraf zorgvuldig werd geprogrammeerd en dat de gebeurtenissen van de wereld en de Joodse geschiedenis heeft een overeenkomstig vooraf opgevat plan. Het mag duidelijk zijn dat zowel de plan als de uitvoering daarvan het werk van een Schepper moet zijn die de geschiedenis en de richting daarvan bepaalt. In zijn boek toont hij uitvoerig hoe dit gegaan is.

De geschiedenis van de Joodse natie komt tot op heden geheel overeen met alle profetieën die in de Tora staan opgetekend.
Volgens de wetten van de natuur zou de Joodse geschiedenis heel anders moeten hebben verlopen. Men wordt ertoe gebracht om tot de conclusie te komen dat slechts een Schepper, die de alleen controle heeft over de krachten in het heelal, vooraf bepaald kan hebben wat de toekomst zou brengen.
De gebeurtenissen van Joodse geschiedenis zijn echt opmerkelijk en buitengewoon. Naast de voorspellingen vooraf, dienen zij als innerlijk bewijs van de unieke en bovennatuurlijke begeleiding waar Joden als het uitverkoren volk van G-d altijd van hebben mogen genieten.
Om een echte mening te vormen zou je het boek zelf moeten lezen. Ondanks dat geven wij hier een aantal korte overzichten die hopelijk de lezer zal doen aansporen de Joodse geschiedenis meer vanuit de diepte te bestuderen. Alvorens wij dit doen, is het de moeite waard het beroemde citaat van Mark Twain betreffende de Joden als introductie te vermelden:

“Als de statistieken juist zijn, vormen de Joden maar een procent van het menselijk ras. Dat komt overeen met een verloren nevelige schemerige rookwolk van sterrenstof in de gehele melkwegstelsel. De Jood zou amper opgemerkt moeten worden, maar zij worden altijd waargenomen en is altijd vernomen. De Jood heeft op deze wereld een prominente aanwezigheid. Zijn commercieel belang is buitengewoon onevenredig en niet in proportie ten opzichte aan de hoeveelheid Joden die er zijn. De bijdragen van de Jood tot de lijst van grote namen in literatuur, wetenschap, kunst, muziek, financiën, geneeskunde en abstruze leren zijn altijd buiten proportioneel geweest ten opzichte van de hoeveelheid Joden die er zijn. De Jood heeft door de hele geschiedenis heen met handen op de rug gebonden, een prachtige strijd in deze wereld geleverd. Hij zou verwaand kunnen zijn en daar een prima excuus voor kunnen vinden. De Egyptenaar, Babyloniër en de Pers kwamen op, vulden de planeet met bombarie, maar verdwenen als een droom en kwamen tot een eind. De Griek en de Romein volgden hen op en maakten een enorm lawaai en zij verdwenen. Andere volkeren kwamen op en hielden hun borst vooruit, maar brandden af. Allen zijn slechts een schim of verdwenen. De Jood zag hen allen, versloeg hen, en is nu wat hij altijd was. Getuigend van geen verval, noch gebrek door leeftijd, noch verzwakking van zijn delen, geen afname van zijn energie, geen het afstomping van zijn waakzame en conflict riskerende mening. Al deze dingen zijn dodelijk maar de Jood – alle krachten trotserend – houdt staande. Wat is het geheim van zijn onsterfelijkheid? (Tijdschrift Harper, Juni 1899)

Eén van de Principes van Joods geloof is dat G-d profetieën aan de mens geeft. Wanneer een profetie de toekomst voorspelt en met een verbazende nauwkeurigheid plaatsvindt, kunnen wij zeker zijn dat dit het woord van G-d is. Nergens anders zijn profetieën zo opmerkelijk aangetoond dan in de Vijf Boeken van Mosje: de Tora. Er zijn drie passages in het bijzonder waarin Mosje de Kinderen van Israël vertelt wat in de toekomst met hen zal gebeuren. In “Prophecy and Providence”, toont de Rabbijn Sokolovsky uitvoerig aan hoe nauwkeurig iedere profetie in de loop van Joodse geschiedenis plaatsvond. In dit hoofdstuk zullen wij zijn inzichten nader omschrijven.

Stel je eens voor dat je een journalist bent die het verhaal van de Exodus van de Joden uit Egypte had gevolgd. Je bent getuige geweest van de tien plagen en het splijten van de zee. Je had met deze mensen veertig jaar door de woestijn gereisd en je was met hen het Beloofde Land in gegaan. Er wordt je een soort persconferentie gegund waarin Mosje – voordat hij sterft – zijn laatste wilsbeschikking met de wereld deelt. Je verwacht dat Mosje zijn mensen met voorspoed zou zegenen en hen een goede opgang en verovering van het Land wenst. Waarschijnlijk verwacht je dat hij de mensen zal vermanen als een vader die zijn kinderen herinnert aan het rechte pad. Nochtans, wat zou er gebeuren wanneer de persconferentie iets anders verloopt? Mosje maakt een document – in Naam van G-d – duidelijk. Hij profeteert wat er met het volk gaat gebeuren tot het Einde der Dagen. Je zal geshockeerd zijn, want hoe is het mogelijk dat Mosje in detail weet wat er de komende 3000 jaar met de Joodse Geschiedenis te wachten staat. Zeker wanneer hij een aangekondigd schrikbeeldige verhaal ontknoopt dat als onwaar beschouwd zou kunnen worden omdat het in het werkelijke leven niet mogelijk is? Hoe kan een mens op de steppe van Moab staan en ondertussen zo’n gedetailleerde inzicht in de toekomstige kronieken van deze mensen hebben? Als scepticus zal je Mosjes voorspellingen als fantasie bestempelen. Nochtans zul je vanuit het oogpunt van het heden terugkijken naar die eerste persconferentie en tot de conclusie komen dat alles wat Mosje gezien heeft, waar is. Dat zijn Tora waar is. Alles wat Mosje voorspelde kwam uit. Hoe is dit mogelijk?

Er is slechts één antwoord en slechts één conclusie. Mosje was een waar profeet en hij ontving en verklaarde het Woord van G-d. Alleen de Schepper van het Universum kan alleen van dit verhaal op de hoogte zijn en alleen Hij kan de constructie van de geschiedenis ontwikkelen om het uit te laten komen. Een eerlijke kijk op Joodse geschiedenis wijst direct naar het bestaan van G-d.

Nu nog een laatst punt voordat wij een summier de voorspellingen onderzoeken.

Bij de aanvang als een natie, ervoeren de Joden een G-ddelijke Voorzienigheid en begeleiding. De G-ddelijke interventie in menselijke aangelegenheden waren duidelijk zicht- en tastbaar. De hele natie zag duidelijk dat daar een G-d in Israël was. Maar toen de Joden van de wegen van Tora begonnen af te dwalen, veranderde de G-ddelijke begeleiding hun lot op een andere manier. Het werd verborgen en geheim, zoals de Tora ons (Dwariem/Deut. 31:17) vertelt, “En Mijn woede zal tegen hen op die dag gewekt worden en ik zal hen verlaten en zal Mijn gezicht van hen verbergen”. Toen “die dag” het miraculeuze aspect van de openlijke interventie van G-d in onze geschiedenis stopte, werd de openlijke interventie vervangen door een geheime interventie in het Joodse lot. Deze geheime Voorzienigheid laat ruimte over voor fouten en twijfel, soms lijkt het alsof – G-d verhoedde – Hij Zijn volk heeft verlaten.
Daar begon voortdurend toe- en afnemen van de manifestaties van G-d. Soms is Zijn aanwezigheid duidelijk en andere momenten is Zijn aanwezigheid verborgen. Dit zijn inderdaad de opvallende punten in de Joodse kalender en jaarlijkse cyclus. Op Pesach, Sjavoe’ot en Soekkot vieren wij het feit dat G-d ons uit Egypte leidde, ons de Tora schonk en ons de G-ddelijke bescherming met de wolken van Glorie (Sjechináh) gunde. Op Chanoeka vieren wij de overwinning over de Grieken en steken de Menorah aan om de geestelijke overwinning over de assimilerende machten van hellenisme te symboliseren. Op Poerim vieren wij de verijdeling van Hamans “Entlosing”. Op deze dagen is de aanwezigheid van G-d duidelijk.

Naast wij op Tisja Be-av wenen en rouwen, betreuren wij op andere gedenkdagen de gebeurtenissen en catastrofes die tot vernietiging van het Joodse volk leidden. Heden ten dagen zijn wij nog steeds lam geslagen door het kerkhof van de Joodse geschiedenis: hasjoa. In deze tijden was de aanwezigheid van G-d… geheim.

Nog steeds vieren en rouwen de Joden op dezelfde tijden. Hij weet dat zijn lot boven de regels van natuur staat en dat de pogingen en beproevingen van geheime Voorzienigheid niet slechts toe te schrijven zijn aan toeval, maar eerder aan een uiterst nauwgezette realisatie en voorberekende totstandbrenging van G-d. Het is dit geloof dat de Jood toestaat om op de golven van Antisemitisme te surfen en om onze vijanden te bespotten. De Jood weet dat hij eeuwig is – hij weet van het geheim van zijn onsterfelijkheid. G-d heeft hem (Jeremijahoe 5:18) beloofd, “maar ook in díe dagen, is de tijding van de Ene,- zal ik u niet geheel afmaken;” en (Wajjikra/Lev. 26:44), “Maar zelfs dan, als zij dan zullen wezen in het land van hun vijanden zal ik hen niet zo versmaden en niet zo van hen walgen dat ik een eind aan hen zou maken, dat ik mijn verbond met hen zou breken; nee, ik ben de Ene, hun God!”.

Laten wij nu deze profetieën nader bekijken. In de twee passages van de Tora geeft Mosje ons een tochachah, een waarschuwing. Wij spreken over Wajjikra/ Lev. 26 en Dwariem/Deut. 28. Nachmanides (RaMBaN) zegt in zijn commentaar op de Bijbel dat deze twee hoofdstukken allebei achtereenvolgens zijn vervuld in resp. de vernietiging van de eerste en van de tweede Tempel en de opvolgende ballingsschap. Een derde passage in deze profetie – Dwariem/Deut. 30 – is de het berouw en redding van de Joden.

Wajjikra/Lev. 26:

En uzelf zal ik verstrooien onder de volkeren – de eerste ballingschap naar Babylon
Prijsgeven zal ik uw steden aan het zwaard, – de verwoesting van Erets Jisrael
en uw heiligdommen platleggen; – de verwoesting van de eerst Tempel
ik wil niet meer ruiken aan uw reuk die-tot-rust-brengt! – de beëindiging van het offer in de eerste Tempel.
Dán haalt het land zijn sabbatten in,- De duur van de eerste ballingschap – 70 jaren – was evenredig met het nummer van Sabbatsverlof jaren, die vroeger correct werd nageleefd.
Eten zult ge dan het vlees van uw zonen; en het vlees van uw dochters zult ge eten. – In Klaagliederen 2:20 beschrijft Jeremijahoe deze gruwelijkheden tijdens de vernietiging van de eerste Tempel: Vrouwen,moeten die hun eigen vrucht opeten, de kindertjes die worden gekoesterd?- zie het aan, Ene, en aanschouw aan wie ge zo hebt gehandeld, of in het heiligdom van mijn Heer moet worden gewurgd priester of profeet?
Iemand vroeg: ‘hoe is het voor Mosje mogelijk te weten dat over 800 jaar – na de intocht van Israel olv Jehosjoe’a -de Babyloniërs zouden komen en de eerste Tempel zouden vernietigen en de mensen voor 70 jaar uit het Land zou verbannen? Hoe kon hij weten omtrent de beëindiging van de offeranden en het eten van het vlees? Alleen een cognitieve wanklank zal de scepsis toestaan te ontkennen dat dit een profetie van de ware G-d, de levende G-d was, Die creëert, ondersteunt en het lot van de wereld leidt.

Dwariem/Deut. 28

(soms zijn er verzen uit Wajjikra 26 dat ook betrekking heeft op de tweede ballingschap):

ge zult weggerukt worden – De diaspora; de galoet.
Je zonen en je dochters worden prijsgegeven aan een andere manschap… zul je je vijanden welke de Ene op je zal loslaten, moeten dienen in honger en dorst en naaktheid,- in gebrek aan alles; – voor de diaspora
Dan draagt de Ene tegen jou aan: een volk van verre, van de rand van de aarde, – een verwijzing naar Rome
dat als een adelaar aanzweeft,- een volk welks taal je niet zult kunnen horen, – De Romeinse legioenen hadden banieren met de afbeelding van een adelaar [red. FAQ-online: de Nazi’s hielden ook de adelaar als symbool. Wsij zijn van mening dat deze profetie een verwijzing is naar de galoet met als toppunt de Sjoa. De galoet komt ten einde in 1948 bij de oprichting van Medinat Jisrael (Jechezkiel /Ez. 37)].
In het nauw zal het je drijven, in al je poorten, totdat neervallen je muren, zo hoog en steil, waarachter jij je veilig hebt gewaand, in heel je land; in het nauw zal hij je brengen in al je poorten, in heel dat land van jou dat de Ene, je God, aan jou heeft gegeven. – Het land is veroverd, is was er belegering en de muren vielen om.
De zwerver-te-gast in je kring zal hoger en hoger boven jou opklimmen; en jij zult dalen, dieper en dieper; – een verwijzing naar Herodes.
Je zult je met een vrouw verloven en een andere man zal haar ontmaagden, – een Romeinse verordening.
Verstrooien zal de Ene je over alle gemeenschappen, van de ene rand van de aarde tot aan de andere rand van de aarde; de Jood is naar alle vier hoek van de aarde verbannen.
Bij die volkeren zul je geen halt mogen houden en zal er geen rustplaats wezen voor het hol van je voet…opschrikken zul je nacht en dag,- je zult je eigen leven niet meer vertrouwen! – de situatie van de Joden in galoet.
Worden zullen je levensdagen als iets dat tegenover je hangt; – geen financiële veiligheid
Die er bij hen overblijven maak ik in de landen van hun vijanden hun hart slap als pap … Standhouden zal er voor u niet bij wezen voor het aanschijn van uw vijanden. – de Joden zijn gemakkelijk te onderwerpen.
De vloek van elk dag zal dat van de dag voor overtreffen – Gebeurtenissen gebeuren zo snel achtereen, dat de Jood amper zal kunnen herademen van een incident en de volgende overkomt hem al.
Gij zult overvallen worden door ziekten en plagen die zelfs niet in de Torah vermeld staan – het vele lijden van de galoet.
dienen zul jij daar andere goden, van hout en steen. – Een referentie naar het feit dat in hun lange ballingschap de Jood onderworpen is aan de god van het hout – het kruis – die de Jood verbrande met als inzet de gedwongen conversies; en dat de Jood onderworpen is aan de god van steen van Mekka en Medina.
een verwoestend zwaard doen trekken; blijvend zal uw land platliggen,
uw steden blijven verwoest… Ge zult verloren gaan onder de volkeren; ge zult worden opgegeten door het land van uw vijanden. – Decreten van gedwongen conversies en pogroms (zie ook met interesse dagelijks bij FAQ-online 365 dagen in het jaar, rechts op de voorpagina de Jom hazicharon, greep uit het Joodse lijden van Simon Wiesenthal).
Worden zul je tot een voorwerp van ontzetting, – De Joden zijn tot op heden voor iedereen het onderwerp van bespreking.
tot een spreekwoord,tot iets voor bijtende spot,- De zwerftocht van de Jood is het symbool van lijden en vervolging.
Worden zullen ze bij jou tot een teken en een wonder,- en bij je zaad, tot in eeuwigheid! – door de eeuwen heen werden Joden gedwongen een teken te dragen die hen identificeerde als Jood.
In grafisch detail profeteert Mosje met verbazingwekkende nauwkeurigheid de vernietiging van de tweede Tempel en de opvolgende giloet. Hij sprak over gebeurtenissen die 1500 na dato (vanaf hij het doorgaf) plaatsvonden. Hoe kon hij dit weten?

En nog overleeft de Jood nog steeds – en gedijt: Want ik, de Ene, ben niet veranderd,- en gij, zonen van Jakob, zijt ook niet opgehouden: Malachi 3:6, het eeuwig bestaan van de Joden.
Zo heeft gezegd de Ene,die een zon heeft gegeven als licht overdag en maan en sterren ingezet heeft als licht des nachts,- die de zee opzweept zodat zijn golven bruisen, de Ene, de Omschaarde, is zijn naam: als ooit deze inzettingen zullen wankelen voor mijn aanschijn, is de tijding van de Ene,- pas dan zal ook het zaad van Israël ophouden voor mijn aanschijn een volk te zijn al de dagen! Jeremijahoe 31: 35-36.

Te midden van vreselijke vervolgingen, lijden en verbanningen, floreerde Torastudie.

Samenvattend
In dit verslag hebben wij het bestaan van G-d bewezen

door getuigenissen van de openbaring van G-d aan Sinaj
door filosofische bewijs
door korte Bijbelstudie aangaande Bijbelse voorspellingen.
De Talmoed noemt de Joden: “Gelovigen, kinderen van Gelovigen”, alsof geloof in G-d erfelijk is. Laten we eerlijk zijn: het ingeboren geloof van de Jood stamt nochtans van de kern van de Joodse ziel. Job beschrijft de ziel als een “deel van het G´ddelijke”. Het eenvoudige geloof van een Jood komt van hetgeen hij de bron van zijn ziel voelt – zijn heel essentie. Die essentie zou dikwijls anders kunnen staan door de ongevoeligheden en bevrediging van het lichaam. Nochtans, blijft het typische punt voorgoed ongerept en, op die heel speciale gelegenheden wanneer de ziel vooruit schijnt, voelt de Jood zijn ware bron, zijn hele essentie.

© Nissan Dovid Dubov/Chabad