Hoe breng je de zeven Noachidische geboden in praktijk?

Inleiding.

Dit artikel gaat over de 7 Noachidische mitswes /geboden, maar eigenlijk zijn de 7 mitswes een osamenvatting van 39 mitswes. Ook de 10 geboden is een samenvatting van de 613 mitswes (geboden) die in Exodus beschreven wordt.

Op de berg (Har) Sinaj gaf Hasjem de Tora aan het Israëlische volk . Volgens Rav Dessler in Michtav Me’eliyahu betekent dit dat de spirituele Tora naar het Israëlische volk werd gebracht in de vorm van mitswes. Daarom zeiden ze: “na’aseh wenisjma’… we zullen doen, we zullen horen!” Sjmot/Ex. 24:7. Vandaar dat er in de Kiddoesjien 31a staat: “Groter is de persoon die een mitswe doet zonder dat dit opgedragen wordt”.

Degene die bewust is dat je verantwoording moet afleggen aan de Allerhoogste en constant nadenkt wat je doet en hoe je iets doet, zal uiteindelijk dichter tot Hasjem komen. Iemand die oprecht de mitswes uitvoert, zal uiteindelijk een innerlijke stem horen die wijst op naar de hoogte naar de spirituele doelen van de Tora wijst. Mensen die mitswes alleen maar naleven uit moraal besef, bijvoorbeeld dat je geen moord pleegt, hebben zich ontdaan van de juk van de Tora volgens Rav Dessler in Mivtach Me’eliyahu. Deze mensen kunnen zich ook geen Bne Noach noemen, omdat ze Hasjem niet erkennen in het doen van hun mitswes.

Voor een Bne Noach is het ook niet genoeg om de mitswes alleen maar te observeren. Men dient er ook naar te leven en er naar te handelen. Want er staat geschreven: . “oesjmatem ‘et choektai we’et misjpatai ‘asjer l’aseh ‘otam ha’adam wachaj behem: Anie Hasjem…Je zult Mijn inzettingen en Mijn regels bewaken, welke MENS doet zal door hen leven: Ik ben Hasjem” Wajjiqra/Lev. 18:5. Hier valt op dat dit vers niet specifiek gericht is naar Joden, maar dat het zich tot de gehele mensheid richt.

In Beraita wordt Rabbi Meir geciteerd en hij zei: : “Hoe weten wij dat zelfs een niet-Jood dat zichzelf wijdt aan de Tora is gelijk aan een Kohen Hakadol (Hoge Priester)? Omdat de Tora zegt: ‘welke mens doet zal door hen leven (in Olam Haba; de Toekomstige wereld). Deze vers refereert niet naar Kohaniem noch naar Levi’iem noch naar Bnej Jisrael, maar naar de mens. We leren hierdoor dat zelfs een niet-Jood dat zich wijdt aan de Torah gelijk is als de Kohen Hagadol. [Avodah Zarah 3a].” Wel dient een Bne Noach zich alleen te richten op de 7 mitswes [Tosfot ad loc. s.v. she’afilu], maar diegene die de Tora leert met het doel om de mitswes in praktijk te brengen en de mitswes zien als een G’ddelijk gebod als avodah Hasjem, het dienen van Hasjem in het ruimste zin van het woord.

Wel zijn er zes mitswes die een Bne Noach niet mogen leren en uitvoeren deze zijn:

1. Het houden van de Sjabbat op de Joodse wijze.

2. Joodse feestdagen op een Joodse wijze vieren.

3.Torastudie [lees Gemorra] wat geen betrekking heeft op de Sjeva Mitswes [zeven geboden].

4. Alijah(Tora reciteren) ontvangen in de synagoge.

5. Tefillien (gebedsriemen) leggen, schrijven, dragen.

6. Torarol schrijven.

Doordat de Tora op de Har Sinaj werd gegeven werd het pad voor niet-Joden makkelijker gemaakt om de niveaus van de waarheid en oprechtheid te bereiken. Door de Tora te observeren gaat hij zich verplicht voelen om de wil van Hasjem te dienen en hiermee bereikt degene het niveau van ‘na’aseh.. we zullen doen’. Als degene dit niveau behoudt, bereikt degene misschien wel het niveau van wenisjma’.. we zullen horen’. Als een Bne Noach aan deze twee niveaus voldoet dan wijdt een Bne Noach zich aan de Tora volgens Rabbi Meir . Volgens de Rambam is dan een niet-Jood hetzelfde als een Kohen Hagadol en zal degene deel hebben aan Olam Haba.

Waar staan de zeven geboden?
Bron: AskNoach

De Mondelinge Thora (Tractate Sanhedrin, hoofdstuk. 7) legt uit dat alle 7 geboden van Noach te vinden zijn in één vers: Bereesjiet/ Genesis 2:16. Vijf geboden zijn expliciet te vinden in verschillende verzen van het boek Bereesjiet/ Genesis en één gebod kan je vinden in Wajjikra /Leviticus.

1. Avoda Zara: verbod op afgodendienst.

Bereesjiet /Genesis 2:16 staat: “De Eeuwige G’d gebood de mens, zeggende…” Deze G’ddelijke opdracht werd Adam geboden en impliceert dat er Eén Ware G’d is, die de fysieke en geestelijke rijken heeft geschapen, die je zult gehoorzamen en eren als G’d. Iemand zou dus de Enige Ware G’d moet dienen en aanbidden en geen idool.

2. Birkat HaSjeem: verbod op Godlastering.

Wajjikra /Leviticus 24:10-17 verteld een incident van een Jood die het gebod van Sjemot/ Exodus 22:27 had geschonden en lasterde in woede. In Leviticus 24:15 staat: “ish ish” (ieder mens)die G’d vervloekt zal zijn zonde dragen. Waarom wordt deze dubbele uitdrukking gebruikt van “ish ish” (letterlijk een mens, een mens)? Omdat het geldt voor zowel Joden als niet-Joden. Dit laat dus zien dat G’dlastering is verboden voor de niet-Joden als voor de Joden (Tractate Sanhedrin, p.56a).

3. Sjefichoet Damiem: verbod op moord.

Dit gebod en de straf voor het gebod te overtreden staat in Bereesjiet/ Genesis 9:6: Hij, die het bloed van de mens vergiet, door de mens zal zijn bloed vergoten worden, want naar het beeld van G’d heeft Hij de mens gemaakt (Dasberg).

4. Arajot: verbod op immorele seksuele relaties (bloedschande).

Vijf van de zes vormen van verboden seksuele relaties die G’d verboden heeft aan niet-Joden staan in Bereesjiet /Genesis 2:24: : “Daarom verlaat een man zijn vader en moeder en verbindt zich hecht met zijn vrouw, zodat zij één vlees worden”. Deze vers verbiedt expliciet de relaties met iemands moeder, met de vriendin of vrouw van zijn vader, met een vrouw die ongetrouwd of getrouwd is met een man, met een man en met een dier. Voor een niet-Jood is het ook verboden om een seksuele relatie te hebben met de zus van zijn moeder. Dit staat in Bereesjiet /Genesis 20:12: “En trouwens, het is ook mijn zuster, de dochter van mijn vader, echter niet die van mijn moeder en zij werd mijn vrouw”.

(Om Abimelech te sussen zei Abraham dit. Het was eigenlijk alleen figuurlijk waar in zijn situatie, omdat Sarah de dochter was van de broer van Abraham. Dus hadden zij de zelfde grootvader, waar mensen ook refereerde als “vader”). Het is ook universeel geaccepteerd dat een vader-dochter relaties verboden zijn, zoals Lot in ongenade viel nadat hij met zijn twee dochters een relatie had, na de vernietiging van Sodom en Gemorrah (Bereesjiet /Genesis 19:29-36). Relaties met twee vrouwen zijn ook een gruwel voor G’d en dit kunnen we vinden in Wajjikra /Leviticus 18:3 waar wordt gesproken over de immorele relaties die door het oude Egypte en de Kanaänieten worden gedaan. In Wajjikra/ Leviticus 18:30 wordt verwijzen naar “abnormale tradities”. De Midrash (Sifra) verduidelijkt dit met: “Een man trouwt een man, een vrouw trouwt een vrouw en een vrouw trouwt twee mannen”.

5. Gezel: verbod op diefstal

In Bereesjiet /Genesis 2:16 geeft G’d Adam en Eva toestemming om te eten van de bomen in het Hof van Eden en dit houdt ook het verbod op diefstal in. Als Adam en Eva geen toestemming had gekregen om te eten van de bomen dan was dit voor hen verboden, want zij waren geen eigenaren van het Hof van Eden. Daarom kregen Adam en Eva de doodstraf toen zij fruit het “de Kennis van Goed en Kwaad” hadden gekregen, omdat dit expliciet was verboden voor hen te eten (Bereesjiet/ Genesis 2:17). Het verbod op diefstal werd nog expliciet door Abraham aangehaald in Bereesjiet/ Genesis 21:25.

6. Ever Min Hachai: Verbod op het eten van vlees van een dier terwijl het nog leeft.

Adam en Eva mochten niet een dier doden voor voedsel, maar dit werd pas na de vloed gegeven. G’d geeft voor het eerst toestemming om dieren te doden voor voedsel nadat Noach en zijn familie de Ark hebben verlaten. Hier wordt dan ook het zevende gebod toegevoegd om niks van een deel van een levend dier te eten. Ook wanneer een dier wordt verdoofd en ongevoelig is, mag men het niet eten. Dit gebod werd aan Noach gegeven en staat in Bereesjiet /Genesis 9:4: “Maar vlees met zijn leven, zijn bloed, mogen jullie niet eten” (Dasberg).

7. Diniem: Gebod op rechtspraak.

G’d gebod Noach met betrekking tot berechting en bestraffing van een moordenaar, zoals dat in Bereesjiet /Genesis 9:6 staat: “Hij, die het bloed van de mens vergiet, door de mens zal zijn bloed vergoten worden…”. Dit verwijst naar een Noachidische gebod om de moordenaar te oordelen en te straffen.

De volgende uitleg staat in de Talmoed Sages: “Wie het bloed vergiet van een mens” (verwijst naar de moordenaar), “onder de mensen” (zal hij worden vervolgd door het gerechtshof en de getuige moet gekwalificeerd zijn om te getuigen), “zijn bloed zal vergoten worden” ( als de veroordeelde veroordeeld word, dan kan hij de maximale straf krijgen opgelegd door de rechtbank). De Noachidische Code bepaalt dat niet-Joodse samenlevingen zijn verplicht zich te houden aan de uitspraken die zijn gedaan door een rechter van rechtvaardige rechtbanken.

Herbevestiging van de Noachidische Geboden
Bron: AskNoach.org

Tijdlijn van de herbevestiging van de Noachidische Geboden op de berg Sinaï waar G’d de geboden specificeert als deel van de eeuwige Tora van Mozes.

G’d koos om bepaalde redenen die alleen Hij weet ervoor om sommige verzen in de Tora niet in een chronologische volgorde te geplaatsen. Hier onder volgt een chronologische volgorde:

De eerste dag: Sjemot/Exodus 19:1-2. De Israëlieten legerde bij de berg SinaÏ.

De tweede dag: Sjemot/ Exodus 19:3-8 tot en met “Al wat de Eeuwige gesproken heeft zullen we doen”. Mozes was de berg opgeklommen om de instructies van G’d te ontvangen en daalde daarna weer af. De Israëlieten gingen akkoord dat zij de geboden zouden gehoorzamen en hiermee werd het Joodse verbond gesloten.

De derde dag: Sjemot/Exodus 19:8 Vanaf: “en Mozes bracht de woorden van het volk aan de Eeuwige over” tot Sjemot/Exodus 19:9 tot “waardoor ze ook altijd in jou (Mozes) zullen geloven”. Mozes klom op en bracht verslag aan G’d en ontving de instructies en klom weer naar beneden.

De vierde dag: Sjemot/ Exodus 19:9 vanaf Mozes had het antwoord van het volk aan de Eeuwige medegedeeld tot aan Sjemot/Exodus 19:14 en Sjemot/ Exodus 24:1-4 En Mozes schreef alle woorden van de Eeuwige op. Mozes klom op de berg om de instructies van G’d te ontvangen en daalde af om tot zijn volk alle G’ddelijke wetten die tot dan toe waren bevolen te vertellen.

Merk op dat het hier voor de twee de keer de Zeven Noachidische Geboden wordt verteld en opgenomen door Mozes op de berg Sinaï op deze dag en dat dit twee dagen is voordat G’d direct sprak tegen de gehele Joodse natie. In Sjemot/ Exodus 24:3 staat: Toen Mozes kwam en het volk vertelde alle geboden van de Eeuwige en alle voorschriften.. “Alle geboden” verwijst naar de Zeven Noachidische Geboden en een paar Joodse Geboden. Deze geboden waren al bekend bij het volk voordat zij bij de berg SinaÏ arriveerde. Mozes vertelde deze geboden aan de Israëlieten bij de Marah, nadat het volk door de zee trok. Zie Sjemot/ Exodus 15:5. In Sjemot/ Exodus 24:4 staat: “En Mozes schreef alle woorden van de Eeuwige op” Dit betekend dat hij het boek Bereesjiet/ Genesis schreef. Dit houd in dat het de verzen bevat die ons informeren over het eerder gesloten verbond van de regenboog en de Noachidische Geboden en de boek van Sjemot/Exodus tot op dat punt. Op basis van de openbaring op de berg Sinaï gebod G’d het Joodse volk dat zij verantwoordelijk zijn voor het verspreiden en bekend maken van de Noachidische Geboden tot in detail die voor de gehele wereld is en voor alle generaties.

Dag 5: Sjemot/ Exodus 24:4 vanaf “hij (Mozes) stond ’s ochtends vroeg op” tot Sjemot/ Exodus 24:11. Dit is de dag dat Mozes een altaar bouwde en het “boek van het verbond” aan het volk voorlas. Het boek van Bereesjiet/ Genesis inclusief Zeven Noachidische Geboden en een deel van Sjemot/Exodus tot dan toe.

Dag 6: Sjemot/ Exodus 19:16 tot 20:18 en Sjemot/ Exodus 24: 12-15. G-d sprak hier direct tot het volk de 10 van de 613 van de Joodse geboden en Mozes klom toen de berg Sinaï op om de geboden te leren voor 40 dagen en 40 nachten. Veel van deze geboden staan in Sjemot/Exodus 20:19 tot 23:22.

Eén gedachte over “Hoe breng je de zeven Noachidische geboden in praktijk?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *