Jissoeriem (tegenspoed): Verborgen zegeningen

Geschreven door de redactie

Als ik nooit was gevallen, had ik niet kunnen opstaan,
als ik me niet in duisternis had begeven, dan zou er geen licht voor mij zijn…”

“Gam zoe letova… ook dit is voor het beste …”

Midrasj Tehilliem 22; Rabbi Nachoem Iesj Gam Zoe

Iedereen kent in zijn leven voor- en tegenspoed. Ieder voorspoed is bij ieder mens meer dan welkom. Voor tegenspoed zijn wij bang, omdat wij dit als onprettig ervaren. In het Jodendom gebruiken wij voor iedere vorm van tegenspoed een mooi woord. Het woord heet “jissoeriem”. Jissoeriem komt van het woord moessar wat “instructie” of “correctie” betekent. Jissoeriem zijn eigenlijk situaties of gebeurtenissen die wij als onprettig ervaren. Dit varieert van het omgekeerd aantrekken van een trui tot verlies van een dierbare tot marteling en vervolging en alles daartussen. Jissoeriem kan dus in alle opzichte pijnlijk zijn.

Om tegenslagen te weerstaan en er sterker uit te kunnen komen, moeten wij eerst begrijpen wat jissoeriem is en waar jissoeriem vandaan komt. De Midrasj leert dat Mosje een priemende vraag aan Hasjem stelde. Die luidde: “Waarom overkomen de goede mensen nare dingen?” Hasjem antwoordde: “Dat is iets wat jij – zolang jij in dit fysieke lichaam zit – niet kunt begrijpen. Geen levend persoon kan deze mysterie doorgronden. Zelfs jij Mosje, die inzichten heeft op vele mysteries, zal tot na de dood moeten wachten om dit te kunnen begrijpen.” Wij begrijpen daarom al te goed dat onze ogen niet die van Hasjem zijn en visa versa. Wij worden door tijd en ruimte flink beperkt.
Zoals wij de choekiem (irrationele wetten) niet kunnen begrijpen, moeten wij ze – zo leert de RaMBaM – wel onderzoeken en deze analyseren. Zodra wij een reden kunnen vinden, moeten we ze ook tot uitvoer brengen. Zo is het ook met jissoeriem. Ondanks Hasjem Mosje duidelijk uitlegt dat wij ze niet zullen begrijpen, moeten we ze wel onderzoeken, analyseren en daarom ook in ons leven… accepteren… zoals wij voorspoed accepteren. Dit is moeilijk. Misschien wel een van de moeilijkste levenslessen in ons leven, maar naar ons idee wel waardevol om te leren jissoeriem met open armen te ontvangen, zodat wij een zegen voor onze omgeving en Hasjem kunnen zijn…

Dit artikel zal regelmatig bijgewerkt worden.

Het accepteren van jissoeriem
Een van de moeilijkste uitdagingen in onze leven is het accepteren van jissoeriem.

Berachot 62a gebiedt ons dat wij:

jissoeriem op een stille wijze moeten accepteren en
aan Hasjem om mededogen moeten vragen.
Zowel Rabbi Akiva als zijn rebbe Rabbi Nachoem Iesj Gam Zoe waren van mening dat ieder mens aan een plekje in het universum gebonden is, waarvan de wetenschap van zijn kosmische berekening alleen in handen van Hasjem is. Om dit eenvoudig uit te leggen, grijpen wij terug naar een eerder artikel van ons: Onheil volgens het Jodendom. Daarin schreven het volgende:
Hasjem heeft een patroon waar onze levens allemaal in passen. Aan de ene kant is het leven een mooi kleed om te zien maar aan de andere kant zien wij een wirwar van touwen, de een korter dan de ander. Zijn patroon lijkt soms op overhoop gehaalde levens. Het is niet zo dat het ene draadje meer knopen verdient dan het andere draadje. Nee, het patroon verlangt dit van ons. Hierop verder doorbordurend kunnen wij het woord patroon vervangen in plan. Als we weer teruggaan naar patroon lijken straf en beloning in dat patroon een willekeur, zoals de beoogde wirwar van de onderkant van het kleed. Maar wanneer wij afstand nemen van dit patroon, zien wij dat iedere knoop en wirwarrig draadje een vaste plek in het grote kunstwerk heeft. Als ieder knoopje van een draadje in Zijn Plan zou passen, mogen wij Hasjem het kwaad, het onheil toerekenen of zullen onheil en kwaad Zijn Plannen doorkruizen?

Daarom leert Rabbi Nachoem Iesj Gam Zoe, wanneer wij iets onprettigs ervaren: ‘Gam zoe letova-ook dit is voor het beste’ (Taanit 21a). Een mooi voorbeeld is een van de legendarische verhalen van Rabbi Akiva. Rabbi Akiva reisde met een lantaarn, een ezel en een haan. De lantaarn verlichtte ‘s nachts zijn Torastudie, de haan diende als wekker en de ezel droeg zijn bezittingen. Op een dag probeerde rabbi Akiva in de stad aan een onderkomen voor de nacht te vinden. Hij klopte overal aan, maar geen sjoege. Vervolgens ging hij naar een naburige bos en zette een kampje op. Echter een wind blies de kaars van zijn lantaarn uit, opeens kwam een leeuw achter het tentje vandaan en doodde de ezel. Wat was er nog over? De haan. Een kat verscheen en verorberde de haan. Rabbi Akiva was geheel overdonderd. Maar wat zei hij? ‘ Wat G’d ook doet, het is het beste’.

De volgende morgen ontdekte rabbi Akiva dat een bende rovers de stad hadden beroofd en genadeloos de mensen hadden gedood. De rovers weken vervolgens uit naar het bos. Als zij de lantaarn hadden gezien of het geluid van de haan en de ezel hadden gehoord, zou rabbi Akiva hetzelfde lot zijn ondergaan als de mensen in stad. G’d had zijn leven gered door de kaars te doven en zijn dieren af te nemen.

Alles komt van Hasjem
Alles komt van Hasjem. Dat is confronterend! Is sommige geloven komt alleen het goede van Hasjem en het slechte zou vanuit een andere bron komen. Dit is onjuist. Voor de Qeriat Sjema, bidden de Joden jotser ‘or oevore’ chosjech… Formeerder van licht en Schepper van duisternis… Ook wordt er gebeden: ‘Hij Die het licht laat wegvallen voor de duisternis en de duisternis voor het licht’. Dit is naar aanleiding van Berachot 11b waarin verteld wordt dat wij de creatie van zowel dag en nacht moeten noemen. Choellin 87a legt ook uit waarom. Zoals wij eerder opmerkten, zijn er geloven waarin wordt aangenomen dat de Schepper van licht níet de Schepper van duisternis is. Dit wordt gebaseerd op Jesjajahoe 45:7 waarin een Formeerder van het licht en een Schepper van duisternis worden genoemd. Dit zou volgens deze mensen betekenen dat er twee scheppers zijn die een ieder zijn eigen schepping vertegenwoordigt. Vervolgens worden wij gewezen op de rest van Jesjajahoe 45:7 waarin staat: … ‘oseh sjalom oevore’ ra’; anie HASJEM, ‘oseh chol-‘elleh… Ik maak vrede en laat kwaad ontstaan; Ik ben HASJEM, die alle deze dingen doet… In Ijov/Job 14:4 lezen wij de vraag: Wie maakt rein van onrein? Is het niet de Heilige (Hasjem)? Rabbi Meïr leert dat dit refereert naar melk dat gemaakt is van bloed, maar wel kosjer is.

Nu we dit weten, komen jissoeriem dus ook van Hasjem? Ja! Ets Joseef legt uit dat het Tehilliem/Ps. 100:3 is waarin staat dat wij moeten weten dat Hasjem G’d (‘Elokiem) is – G’ddelijk oordeel en straffen (‘Elokiem) werkelijke grote genade (Hasjem) is. Het is voor jouw eigen bestwil dat Hasjem jou straft (straffen=correcties=een van de betekenissen van moessar=waarvan het woord jissoeriem is afgeleid).

Waar zit die genade van jissoeriem? We zullen leren dat jissoeriem verborgen zegeningen zijn.

Daarom… moet je jissoeriem gewillig accepteren. Alles komt van Hasjem, zowel de leuke als de minder leuke dingen. Wanneer wij iets moois meemaken, dan zeggen wij de broche ‘hatov wehameitiv’. We willen Hasjem denken voor al dat goeds. Als wij erkennen dat álles van Hasjem komt, waarom zouden wij alleen broches over de goede dingen zeggen? Over ons eten? Waarom niet voor de minder plezante situaties die óók door Hem aan jou gegeven zijn? Volgens Berachot 54a moeten wij Hasjem inderdaad over de jissoeriem een broche zeggen. We noemen dit “Dajan ha’emet”. Berachot 60b leert ons daarom dat wij jissoeriem met vreugde moeten ontvangen. De reden waarom wij jissoeriem in vreugde moeten accepteren, leren wij in de paragraaf waarin wij zullen leren dat jissoeriem een ontsnapping van het slechtste lot kan zijn. Soms denken wij dat wij Zijn goedheid herkennen. En wanneer wij het niet herkennen, moeten wij Zijn verborgen goedheid toch aannemen.

Jissoeriem verwijdert de littekens van zonde
Ik roep Hemel en aarde als getuigen:

ieder individu, ongeacht Jood of Noachiet, man of vrouw, knecht of dienstmaagd, kan de G’ddelijke Aanwezigheid op hem brengen in overeenkomst met zijn daden.

— Misjna Tana de Bei Eliahoe Rabba —

De overgrote meerderheid van de mensheid zondigt. Iedereen wordt voor zijn daden gestraft. Denk aan Adam, Joseef, Mosje, Dawied hamelech, etc. Hoe worden wij voor onze zonden gestraft? De straf is jissoeriem en jissoeriem geneest onze ziel, zoals Dawied hamalech zei: “zie mijn lijden en mijn harde werk en vergeef mijn zonden … genees mijn ziel omdat ik tegen Jou gezondigd hebt”. Tehilliem/Ps. 25:18; 41:5.

Sommige geleerden menen wanneer je na veertig dagen nog geen jissoeriem hebt ontvangen, dat je dan in grote problemen zit. De Maharsha leert ons in Erachiem 16b dat jissoeriem speciale vriendelijke speldenprikjes van Hasjem zijn. Hasjem geeft liever gedoceerde kleine stafjes na aanleiding van de misstappen, dan na verloop van tijd een grote bulk van straffen die door misstappen zijn opgehoopt. Radak bevestigt dit naar aanleiding van Tehilliem 6:2 waarin Dawied hamelech met de woorden “Berisp mij niet in Jouw woede…” in feite aan Hasjem of Hij vraagt Zijn straffen in kleine, te behappen porties zou willen geven.
Rabbi Eliezer ben Yaakov leert dat wanneer iemand in kalmte zonder jissoeriem leeft, dan zijn geen van zijn zonde vergeven, want door smart vind hij genade bij Hasjem. Zoals er staat geschreven: “Hasjem corrigeert die Hij liefheeft, zoals een vader een zoon die hem behaagt.” Misjlee/Spr. 3:12.

Wanneer je jissoeriem overkomt, moet je bij jezelf nagaan wat je fout hebt gedaan. Dat kunnen kleine, in jouw ogen, onbetekende zaken zijn. Toch weten wij niet wat voor gevolgen deze zogenaamde “onbetekende zaken” op anderen kunnen hebben. Daarom moet je bij het ontvangen van jissoeriem de mogelijkheid zien dat je om vergeving van zonde kunt vragen: “dit is wegens mijn vele zonden gebeurd en Jij Hasjem, bent rechtvaardig naar alles wat mij overkomt, Jij hebt naar waarheid uitgevoerd en ik heb gezondigd” (De Sjomer Emoeniem). Daarom moet je iedere dag – liefst paar keer per dag – jouw rekening opmaken. Rabbi Jonah Gerondi geeft ons de volgende concrete tip: als je ‘s morgens gaat eten, denk dat wat je verkeerd hebt gedaan. Denk bijvoorbeeld aan hoe jouw gebed naar Hasjem gericht was. Doe dit ook bij het avondeten en voor je gaat slapen. Vraag niet om vergeving wanneer je iets bewust verkeerds doet en je denkt: “ach, ik vraag daar straks mooi vergeving over”.

Door dit consequent drie keer per dag te doen, ontgaat je weinig tot niets aan hetgeen je fout hebt gedaan en waarover je dus vergeving moet vragen. Hierdoor bouw je een giloet – gewenning – op waardoor je ook minder snel de fout in zal gaan.

Als je echter geen redenen voor jissoeriem kunt vinden dan kan het zijn dat jissoeriem op jou afgestuurd zijn naar aanleiding van bitoel Tora, tijd verspillen die je aan Torastudie had kunnen wijden. Er bestaat geen vuur zonder rook.

Jissoeriem helpt je berouw te hebben
Maar onrechtvaardigen zullen eeuwig gestraft worden voor hun misdaad,
wanneer zij sterven zonder tot inkeer te zijn gekomen.
Want wie oprecht berouw heeft en tot inkeer komt,
heeft recht op zijn deel in de Olam HaBa (Komende Wereld).

RaMBaM in Hilchot Tesjoewa 3:14

Tejoeva is het proces vanaf het berouw tot aan de terugkeer naar Hasjem. Tesjoeva is een van de grootste kado’s die Hasjem voor de mensheid heeft gemaakt. Het is zo belangrijk, dat tesjoeva een van de 7 pre-existentiële zaken is (Pesachiem 54a). Het is zo krachtig, dat de mogelijkheid tot berouw verlengd kan worden tot voor Troon van G’d.

Rabbi Jonah Gerondi leert wanneer wij heel erg ons best doen niet te zondigen en als we onverhoopt toch zondigen en direct na onze zonde werkelijke berouw tonen, dan zal jissoeriem niet nodig zijn.
Hasjem heeft verschillende manieren ontwikkeld waardoor wij jissoeriem kunnen ontwijken:

•1. Voor het slapen gaan het opzeggen van de Sjema. Dit werkt als een tweesnijdend zwaard om de mazikiem (gevaarlijke machten) te doden (Berachot 5a). Er staat geschreven (Tehilliem/Ps. 149:5-6): ‘Laat de vromen jubelen van vreugde, laat hen blij zingen op hun bed. De verheven lofuitingen voor zijn in hun keel en een dubbelsnijdend zwaard is in hun hand.” Rabbi Jitschak: “Dit betekent: Wie Sjema zegt naast zijn bed [voor het slapen gaan] wordt beschouwd alsof hij een tweesnijdend zwaard vasthoudt [om de krachten van het kwaad te weren].” En verder, zegt R. Jitschak, weert het demonen.

•2. Torastudie voorkomt jissoeriem (Berachot 5a). Rabbi Jochanan leert: “De vers (Sjemot/Ex. 15:26) leert dat ‘Als je aandachtig luistert naar de stem van Hasjem je G-d, en doet wat juist is in Zijn ogen en gehoor geeft aan Zijn Geboden en al Zijn wetten in acht neemt, dan zullen geen van de ziekten die Ik Egypte gebracht heb, jou treffen.’ Dus Tora-studie voorkomt ziekten. Maar wie in de gelegenheid is om Tora te leren, maar dat nalaat, die zal Hasjem treffen met afschuwelijke plagen.’

•3. Jirat hasjamajiem (vrees voor de hemel: Want alles is vastgesteld en voorbestemd door de hemel, behalve vrees voor de Hemel Ketoebot 3a). Tehilliem/Ps. 34:8 zegt: ‘een engel van Hasjem legert zich rondom degene die Hasjem vrezen en redt hen’.

•4. Het eten van de drie Sjabbesmaaltijden voorkomt de kwelling die je voor de Messiaanse tijd kunt oplopen, de straf in de Gehenna en de oorlog van Gog en Magog (Sjabbes 118a). Dit wordt geleerd omdat de Tora omtrent het eten op Sjabbat ‘op de dag’ vermeldt. Over de Masjiach staat geschreven: „Zie, Ik zend jullie Elijahoe, de Profeet, voordat deze grote en ontzagwekkende dag van Hasjem komt” (Malachi 3:23), en over Gehenna lezen wij: „Een dag van woede/wraak zal het zijn.” (Tsefanja 1:15). Betreft de Oorlog van Gog en Magog: “Op de dag dat Gog komt.” (Jechezkel 38:18)

•5. Wanneer je tijdens de Kaddisj met veel kavanah ‘amen… jehe’ sjmeh rabba’ mevorach … amen… mogen Zijn Grote Naam geprezen zijn …’ antwoord, dan worden de kwade vonnis verscheurd (Sjabbes 119b). Rabbi Reisj Lakisj heeft gezegd: ‘Voor wie met luide stem Amein antwoordt op een bracha, worden de poorten van Gan Eden geopend’. Rabbi Chanina verklaart: ‘Amein’ betekent: ‘G-d, betrouwbare Koning.’ [Het woord amein wordt geschreven: Alf – Mem – Noen. Dit is de afkorting van El Melech Neëman – G-d, betrouwbare koning. De letterlijke betekenis van amen is dat men instemt met wat daarvóór gezegd werd.] naar berispingen luisteren voorkomt jissoeriem.

Jissoeriem helpen je in jouw tesjoevaproces:

Boetedoening en vergeven, zoals er staat geschreven: “ziet mijn smart en kwelling en vergeef mijn zonden”(Tehilliem/Ps. 25:18). De ziel is door zonde ziek en moet genezen worden. Hasjem zendt voor genezing van de ziel dikwijls middels lichamelijke kwalen, want overtreding is de ziekte van de ziel.
Je er op attenderen dat je van je kwade wegen af moet gaan, zoals er staat geschreven: ‘jij zal Mij vrezen, jij zal berispingen accepteren…”(Tsefanja 3:7).
Zodra de persoon in kwestie Hasjems correcties accepteert en zijn gedrag en daden aanpast, dan zal hij vreugde in zijn smarten vinden, omdat zij tot een verheven doel leiden. Hij zal Hasjem danken: “ik hef de beker van de bevrijding op en de Naam van de Eeuwige roep ik aan” (Tehilliem 116:13). Zoals eerder gemeld, iemand die geen jissoeriem ontvangt en in kalmte leeft, zijn de zonde niet vergeven.
Jissoeriem is ook waardevol voor mensen die niet aan tesjoeva doen. Dit is net zo als een “wasbeurt” (zoals in de wasstraat) in de Gehenna. Of je nu tesjoeva doet of niet, de Gehenna geeft de mogelijk iemand zonder zijn berouw naar het paradijs te brengen. Jissoeriem promoot namelijk nederigheid en frustreert een hedonistische levenswijze. Uiteraard heeft de combinatie van jissoeriem en tesjoeva een groter effect op iemands geestelijk welzijn. Daden die vanuit de ervaring met jissoeriem gedaan worden, spoort iemand niet aan om zichzelf werkelijk te verbeteren.
Tesjoeva zonder jissoeriem is ook een mogelijkheid, maar het grote nadeel is dat de vernietigende geesten en engelen die je door zonde hebt gecreëerd (later daar meer over), nog steeds bestaan.
Jissoeriem spoort iemand aan om zichzelf goed onder de loep te nemen. We worden door Ejchah/Prediker 3:40 hierin gestimuleerd. Daarin staat dat wij onze wegen moeten onderzoeken en doorgronden en naar Hasjem moeten terugkeren. Bereacha 5a leert wanneer wij door jissoeriem worden getroffen, dan moeten wij onze wegen nazoeken waar wij gezondigd hebben. De Maharsha legt uit dat de Gemara ons hierop aanspoort omdat de Gemara middels vers 1 (ik zag de stok van Jouw boosheid) van dezelfde hoofdstuk in Ejchah onderstreept dat het resultaat van jissoeriem zelfonderzoek is.

Jissoeriem helpt je de nabijheid van G’d te bereiken
“Hij (Hasjem) kondigt een mo’ed (feest) aan om mijn jongerlingen te breken”

Eicha/Klaagl. 1:15

De Midrasj vraagt zich af waarom Hasjem Bnej Jisrael in de vreselijke situatie in Mitsrajiem (Egypte) heeft geplaatst. Het antwoord luidt dat Hij hun smeekbeden wilde horen. Hierdoor werd hun emoenah versterkt en ontwikkelden zij een realistischer en intieme relatie met Hasjem. Berachot 32b leert wanneer iemand dawnent, maar zijn gebeden worden niet verhoord, dan moet hij nog een keer dawnen, zoals Tehilliem/Ps. 27:14 zegt: ‘Hoop (bidt) op Hasjem, wees sterk en Hij zal jouw hart versterken en hoop (bidt) op Hasjem.’ Door te blijven dawnen, toon jij jouw afhankelijkheid van Hasjem.

Ondanks FAQ-online het onder antisemitisme en gedenkdagen heeft geplaatst, valt Tisja Be’av onder feestdagen. Dat Tisja Be’av onder een feestdag valt, is moeilijk te begrijpen. Tijdens Tisja Be’av staan Eicha (Klaagliederen) centraal. In 1:15 staat dat Hasjem onze jongelingen brak door een samenkomst (slaat op Tisj Be’av) uit te roepen. Dat is exact wat Tisja Be’av gedenkt.

Er staat voor het woord “samenkomst” mo’ed. Het woord “mo’ed” komt van de stam “va’ad”, wat “samenkomen” betekent. In dagen van ellende, keren de Joden zich altijd hartstochtelijk tot G’d. Het gevolg hiervan is een fantastische saamhorigheid en afhankelijkheid met en van de Eeuwige, wat op zichzelf al een feestelijk gebeuren is.

Joma 75a leert dat Hasjem de slang vervloekte door op zijn buik te laten kruipen. Wij moeten ons afvragen waarom dit een vervloeking is. Wanneer de slang op zijn buik kruipt, krijgt hij zijn eten immers haast automatisch voor geschoteld. De grootste vloek in dit alles is , is dat de slang niet meer realiseert dat hij afhankelijk is van Hasjem!

Jissoeriem zet potentiële grootheid om in echte grootheid
Sinds de afkoop van Egypte, zijn de Joden “slaven” van G’d.

Kiddoesjien 22b

Jitro, de schoonvader van Mosje, trad tot het Jodendom toe. Hoewel in de regel geriem (toegetreden Joden) vaak een hoger aanzien hebben dan door Joden door geboorte, gaat het bij Jitro, ondanks zijn enorme inspanningen, niet helemaal op om de volgende reden. De Joden die in Mitsrajiem hadden geleefd, stonden op een hoger spiritueel niveau omdat zij in Mitsrajiem intens onder de Egyptenaren hebben geleden. Daarom bereikte het volk het niveau van profetie. De vreselijke gebeurtenissen in Mitsrajiem heeft hun spirituele verontreiniging schoongemaakt, waardoor zij op dat hogere spiritueel niveau stonden. De slavernij en onderdrukking duurde 210 jaar. Vanaf de uittocht tot aan de ontvangst van de Tora op Har Sinaj was de periode van de voorbereiding om Hasjem daar te ontmoeten. Deze periode besloeg 49 dagen. Al die jaren van slavernij heeft het volk geleerd hoe zij dienend moesten opstellen, waardoor zij zeer goed in staat waren om ware waarneembare en tastbare slaven van Hasjem te worden.

Jissoeriem legt de potentiële grootheid van de mens bloot!

Jissoeriem leert je vrees (jirat hasjamajiem) voor Hasjem te hebben
‘Wanneer je G’d kent, houdt je van Hem en vrees je Hem’
RaMBaM (Yisodei Hatorah Perek 2 halacha 2)

RaMBaM zegt dat vrees voor Hasjem is ervan doordrongen te zijn dat Hij de mogelijkheid heeft om degene te straffen die Zijn mitswes overtreden, zoals in Dewariem/Deut. 10:20 geschreven staat: “je zal Hasjem je G’d vrezen”. Vrees voor Hasjem is een nobel streven en de Berachot 6b leert dat:

degene die jirat hasjamajiem bezit, zijn woorden gehoord zullen worden.
het lijkt als of de hele wereld voor die ene persoon is geschapen,
waardoor zo’n persoon gelijk staat met de hele wereld.
Rabbi Jonah Gerondi leert dat jirat hasjamajiem de basis is van alle mitswes, omdat er staat geschreven “en weet Jisrael, wat vroeg Hasjem van jou dan Hem te vrezen?… Hasjem toont voorkeur naar degene die Hem vrezen.” (Dewariem 10:2; Tehilliem/Ps. 147:11).

Er bestaan naast de minimale vrees voor Hasjem (dat Hij de mogelijkheid heeft om de overtreders te straffen) diverse gradaties van vrezen:

“Weet wat boven je is; weet dat er een oog is dat toeziet en een oor dat luister; weet dat al je daden in een boek wordt opgeschreven”. (Misjnah Pirke Avos 2:1)
“Ook zag hij (Hillel) eens een schedel op het water drijven en sprak tot hem: ‘Omdat jij hebt laten verdringen heeft men jou laten verdrinken, maar tenslotte zullen zij die jou hebben laten verdrinken zelf verdrinken” (zoals een mens doet, zo doet men hem; Misjnah Pirke Avos 2:6).
“… weet voor Wie je later rekening en verantwoording moet afleggen… voor je opperste Koning, voor de Heilige wiens Naams geprezen wordt…” Misjnah Pirke Avos 3:1
“een net (lijden en dood) is over alle levenden uitgespreid (je ontkomt er niet aan)… maar de incasseerders (het lijden) gaan gestadig iedere dag rond en nemen betaling van mens met en zonder zijn toestemming aan” (Misjnah Pirke Avos 3:20).
“Weet ook dat alles volgens afrekening gaat en laat je jetzer hara (slechte neiging) je niet verzekeren dat het graf een toevlucht voor je is, want of je het wilt of niet leef je, of je wilt of niet sterf je en of je wilt of niet moet je eens rekening en verantwoording afleggen voor de opperste Koning, de Heilige Die geprezen wordt” (Misjnah Pirke Avos 4:29).
“Zeven soorten straffen komen over de wereld voor zeven categorieën overtredingen…” (Misjnah Pirke Avos 5:11).
Op grote en kleine schaal maakt jissoeriem het doel van je leven duidelijk: vrees Hasjem, want het is voordat de mens was geschapen al gecreëerd.

Jissoeriem leert je empathisch op te stellen
Je moet in staat zijn de pijn van anderen in jouw hart te voelen – ter meer wanneer zoveel mensen lijden. Het is mogelijk om de pijn en lijden van de ander te kennen en ondertussen deze niet in jouw hart te voelen. Wanneer zoveel mensen lijden, je zult hun pijn in jouw hart zeker moeten voelen. Indien je dit niet voelt, zou je met je hoofd tegen de muur moeten bonken, je moet met jouw hoofd – jouw gedachte en intelligentie – de muren van jouw hart overwinnen! Dit is de betekenis van de woorden: ‘weet vandaag en realiseer het in jouw hart….’ (Dewariem/Deut. 4:39)

Rebbe Nachman (Sichot Haran #39)

Degene die in staat is tot in zijn diepste emoties kan meeleven of zichzelf kan identificeren met iemand dat lijdt, is de Ba’al Jissoeriem.
In Parasja Misjpatiem worden wij opgeroepen om meelevend te zijn naar armen (vs. 22:24), weduwe, wezen en geriem (tot het Jodendom bekeerlingen; vs.20). Je moet in staat zijn je in te beelden in het slachtoffer door je als het ware in de pijn van jouw medemens te stappen, waardoor je nasa be’olim ‘iem chaveiro… het delen van de last van jouw vriend… Dit is een van de meest noodzakelijke elementen om Derech Hatora – de weg van de Tora – te kunnen volgen (Pirke Avot 6:6). Dit betekent een vriend in al zijn noden te helpen: fysiek als geestelijk.
Volgens Rav Chajim Shmuelevitz brengt het meeleven in de ellende van een vriend je tot hogere spirituele niveaus. Een voorbeeld kunnen we zien bij de vrienden van Ijov, Job. Zij kwamen hem steunen in zijn lichamelijke en mentale pijn waardoor zij waardig werden te profeteren en dat hun namen in de TeNaCH worden genoemd.

In de Tora zelf zien we ook een voorbeeld. Mosje Rabbenoe werd schaapherder. Hasjem testte hem of hij in staat is goed te zijn voor schapen door hen met medeleven en mededogen te behandelen. Toen hij daarin slaagde, was het met name voor Mosje duidelijk dat hij dan ook medeleven en mededogen, zich dus empathisch, kon opstellen ten opzichte van het volk Israel, die door al die eeuwen in Mitsrajiem en in de laatste periode als slaven niet altijd even makkelijk zouden reageren. Denk aan de eeuwenlange Egyptische spirituele verontreiniging.
Sanhedrin 98a beschrijft de Masjiach die in de poorten van Rome tussen de melaatsen bevindt. 98b wijst ons erop dat indien de Masjiach van het leven is, zo zal hij als Rebbe Hakodesj (Rabbi Jehoeda Hanasi) zijn, maar indien hij van de doden zou zijn, zou hij als Danij’el zijn. Rasji legt uit dat beide veel ellende hebben meegemaakt – Danij’el werd voor de leeuwen gegooid en Rebbe Hakodesj heeft lichamelijk 13 jaar geleden (Bava Metzia 85a) – maar beide waren zij ondertussen volledig aan Hasjem toegewijd. Rav Chajim Shmeulevitz leert dat een van de referenties van de Masjiach het lijden of enorme testen zal ondergaan zoals Danij’el en Rebbe Hakodesj. De reden is dat de Masjiach alle Joden van verdrukking moet bevrijden en daarvoor moet hij de diepste medeleven hebben en kennen om dit te kunnen doen. Hij zei ook: “terwijl wij werken om het gevoel van lijden in ons persoonlijke leven te overwinnen, moeten wij tegelijkertijd werken aan het medeleven met het lijden van een ander”. Rav Shmuel Berenbaum leert dat dit exact het geval was met het lijden van Joseef, dat voor zijn koningschap af ging (zie parasjot Wajesjev en Mikeets).

Alle grote leiders van het Joodse volk leren ons wat het betekent om werkelijk om te zien naar andere mensen.

Jissoeriem leert je nederig en bescheiden te zijn
Onze uitdaging is … het koppelen van onze kennis van hoe klein wij werkelijk zijn in de zin hoe groot wij echt kunnen worden.

Bescheiden groot worden is
de geweldigste vorm van nederigheid die er is.

Egoïsme and Nederigheid volgens de Rebbe (Chabad.org)

RaMBaM leert ons in Hilchot De’ot dat karaktertrekken naar alle kanten niet mag doorschieten. In dat geval dien je de betreffende karaktertrek te temperen. Op één ding na: nederigheid. Maar hij schrijft ook in hoofdstuk II wet nr. 3 dat het niet de bedoeling is dat iemand alleen “maar nederig” is. Hij moet laag van geest zijn en zijn innerlijke geest moet extreem nederig zijn. Zoals over Mosje geschreven staat dat hij zeer, zeer nederig was (Bamidbar/Num. 12:3) Chazal leert dat trots een vorm is van het ontkennen van het bestaan van Hasjem. Dewariem/Deut. 8:14 bevestigt dit met de waarschuwing dat een trots hart Hasjem zal vergeten. Echter moeten we nederigheid niet verwarren met het verliezen van eigenwaarde.

De nederigheid waarnaar RaMBaM refereert is het gevoel die je naar Hasjem moet hebben. De belangrijkste vorm van nederigheid is nederig zijn ten aanzien van Hasjem. Nederigheid moet een onderdeel van je karakter zijn en het is erg belangrijk de mitswes op een nederige wijze uit te voeren. Jissoeriem komt vanuit ongelukken en gebeurtenissen wat mensen deprimeert, verdrietig maakt en problemen dat hun geesten kan breken, maakt het hart nederig. In Wajjiqra/Lev. 26:41 staat dat na de bestraffingen hun harten nederig wordt. Devrei Hajamim II 33:11-12 leert dat Menasje hamelech ondanks de Torastudies van zijn vader erg ongehoorzaam was en niet deed wat goed was in Hasjems ogen. “Het leger van Assoer nam hem gevangen en zette hem in kettingen en leidde hem naar Bavel… en toen de situatie ondraaglijk werd, smeekte hij en bad hij tot Hasjem en hij was zeer nederig voor de G’d van zijn voorvaders’. Zoals de gebeden zeggen: ‘Hij (G’d) verlaagt de trotse en verheft de nederige.’

De trotse medemens gaat prat op zijn intellect en verzamelt rijkdommen om zich heen. Hij is als een ballon dat gevuld is met lucht waardoor hij een kunstmatige grootheid behaalt. Hij heeft vervolgens jissoeriem nodig om terug te komen op zijn ware grote. Ondertussen weet de nederige dat alles van Hasjem komt, dus ook alle materiële goedheden, waardoor hij in staat is – én verdient – om nog mooiere geschenken te kunnen incasseren. Rav Hirsch leert tenslotte dat wanneer je rijkdommen vergaart en je vergeet in jouw arrogantie dat je deze zegeningen in bruikleen hebt, dan heb je de grenzen van Hasjem overschreden. Middels lijden wordt je neus op de feiten gedrukt waardoor je leert dat jouw krachten gelimiteerd zijn. Ook leer je de breekbaarheid en de vergankelijkheid van jouw rijkdommen. “Lijden zal jou bezoeken en jou leren over de nietigheid van jouw valse grootheid; zij leren jou wat bescheidenheid is”.

Jissoeriem leert je Hasjems Koningschap te aanvaarden
G’d, de Koning van Koningen, verbergt Zichzelf in vele verschillende “kledingstukken” en achter vele verschillende muren. Deze omvatten de gedachten die ons van Torastudie en gebeden kunnen afleiden. Zoals de Zohar zegt, het Licht door de duisternis omringt, zo als in de bovenstaande parabel van de Koning.
Nochtans, voor kundige mensen die weten dat er is geen plaats bestaat waar G’d afwezig is, zijn zulke “verschuilingen” geen verbergingen voor hen. Dit wordt in het vers “Onze leiders – onze Aluph – zijn draaglijk” gezinspeeld.
Dit betekent dat wanneer wij bewust zijn dat G’d – de Aluph/Leider van de wereld – is en in alle plaatsen en alle toestanden bevindt, dan zal al het lijden dragelijk zijn

Baal Sjem Tov in Keser Sjem Tov

Het is voor iedere Jood noodzakelijk om de Koning der koningen waar te nemen, te kennen, zich voor te leggen en zich neer te werpen. Iedere morgen beginnen de Joden hun dag met de erkenning van Hasjems koningschap door hun alle eerste gebed, Modeh/Modah Anie, de levende en eeuwige Koning te erkennen. Iedere dag spreken Joden minimaal honderd broches (gebeden) uit waar de koningschap van Hasjem bevestigd wordt. Wanneer één broche Zijn koningschap niet erkent, dan is de broche gebrekkig (Berachot 40b, Sjoelchan Aroech O.C. 214:1).

Aan het begin van de dagelijkse gebeden wordt ‘s ochtends ‘Adon ‘Olam gezongen of gereciteerd. In dit lied/gebed worden drie niveaus van Hasjems Koningschap genoemd:

Hij was Koning voordat het Universum werd geschapen
Hij was Koning nadat het Universum werd geschapen
Hij zal regeren in een absolute EENHEID in de tijd van de toekomstige verlossing
De pasoek “Hasjem is Koning, Hasjem was Koning, Hasjem zal voor altijd regeren” is aan Tehilliem/Ps. 10:16; Sjmot/Ex. 15:18 ontleend.
En zo refereren alle gebeden naar Hasjems koningschap.

De Maharsja leert dat de titel Koning voor Hasjem eigenlijk alleen refereert aan de tijd wanneer de Bejt Hamiqdasj (de Tempel) staat. Tosafot stelt zolang Amaleq, die Hasjem haat, niet uitgewist is, is Hasjems Naam incompleet. Sefer Siftei Chachamiem leert dat Rav Jitschak Aboehav geloofde wanneer er één persoon is die niet in de EENheid van Hasjem gelooft, dat dit een teken is dat Hasjems Koningschap niet in deze wereld erkend is waardoor Zijn Naam – of onze perceptie van Hem als Koning – als incompleet kan worden beschouwd: G’d zal koning over heel het land zijn; op die dag zal Hasjem EEN zijn en Zijn Naam zal EEN zij’ Zacharjah 14:9.

De Gemara vraagt in Pesachiem 50a waarom dit niet nu kan. De Gemara legt uit dat deze wereld is niet zoals de ‘Olam Haba, de komende wereld is. In deze wereld wordt Hasjem na een goede gebeurtenis gezegend als “Het Goede die het goede doet”, maar wanneer er tragedie plaatsvindt, dan refereert de broche naar Hasjem als de Rechter van de Waarheid. Maar in de toekomst zullen we Hasjem alleen als “Het Goede die het goede doet” beschouwen. Hem zo te benaderen is de volgende noodzakelijke om Hasjems Koningschap in deze wereld te brengen. Toch waarschuwt de Gemara ons voor wanneer wij dawnen, dat we voor onze gebeden goed moeten realiseren tegen Wie wij gaan dawnen. Rabbi Jochanan ben Zakkai leert zijn studenten tijdens zijn ziekte het volgende: “wanneer zij mij voor een aardse koning brengen die vandaag leeft, maar morgen begraven zal zijn, en wanneer hij boos op mij wordt, is dat geen eeuwige boosheid, en wanneer hij mij gevangen neemt, is dit geen eeuwige gevangenschap, en wanneer hij me doodt, zal dit geen eeuwige dood zijn [ik zal in ‘Olam Haba leven: Rasji], en ik kan hem vleien met woorden of hem met geld omkopen; ondanks dat, ik zou nog steeds huilen.
Wanneer zij mij voor de Almachtige Koning der koningen zou brengen, Die voor altijd leeft en Hij zou boos op mijn zijn, zou Zijn boosheid een eeuwigdurende boosheid zijn, en wanneer Hij mij gevangen zou nemen, zou het een eeuwigdurende gevangenschap zijn, en wanneer Hij mij doodt, betekent dit een eeuwige dood, en ik kan Hem niet vleien met woorden noch omkopen met geld…”

Hasjem gebruikt jissoeriem om Zijn Koningschap te tonen. Misjlei/Spr. 29:4 zegt dat een koning door recht zijn land staande houdt. Metsoedot Dawid legt uit: ‘Wegens de vonnissen die naar de mensen worden uitgevoerd, genieten de provincies van duurzaamheid omdat zij voor diefstal zullen worden tegengehouden (hiermee wordt alle ongewenste houdingen bedoeld), iedereen zal geoordeeld worden’. We weten allemaal dat voor verraad op een aardse koning de doodstaf op staat. Hoe veel te meer wanneer wij de Koning der koningen verraden, chas vesjalom? Laten wij hopen dat – chas vesjalom – wij van onze jissoeriem leren waardoor wij Hasjem als de Hoogste en als de Ontzagwekkende erkennen, dat Hij de grote Koning over de héle wereld is (Tehilliem/Ps. 47:3).

Jissoeriem helpt je om aan het slechtste lot te ontsnappen
“En je zult op die dag zien
[de dag dat je degene ziet die voor de ondergang veroordeeld zijn] ‘ik wil Jou danken, Hasjem, dat Jij boos op mij bent geweest.
Jouw boosheid zal van mij wijken
[omdat ik voor mijn zonde geboet heb] en Jij zal mij troosten”.

Jesjajahoe 12:1

Nu wij eerder leerden dat jissoeriem genezend voor onze ziel werkt, leert de Misjna Beroerah 222:3:4 dat je in jouw achterhoofd moet houden dat jissoeriem een ontsnapping van de vreselijkste straf in de Komende Wereld kan betekenen. Vandaar dat Rabbi Jonah Gerondi leert dat jissoeriem een boetedoening voor zonden is. Aroech hasjoelchan O.C. 222:3 vermeldt dat voor de dienaren van Hasjem de jissoeriem bronnen van blijdschap zijn. Met liefde accepteren zij het besluit van Hasjem, zodat zij Hasjem met al hun vermogen (me’odecha) dienen. Chazal interpreteert “me’odecha” van de Sjema als be’chol middah, oemiddah sjehoe modeid lach… de ongeacht de wijze hoe Hij met jou omgaat, zij het goed of anders, zul je Hem prijzen… want je zult van Hasjem jouw G’d houden… met heel jouw macht… Dewariem/Deut. 6:4 e.v.

Chofets Chajiem legt uit dat de Gra (de Gaon van Wilno, Eliyah ben Solomon Zalman) heeft gezegd dat wanneer er geen jissoeriem zou bestaan, dat wij allemaal verloren zouden zijn. “Rabbi Eli’ezer ben Ja’akov zegt: ‘wie één mitswa doet, verwerft zichzelf een advocaat,aar wie een verbod overtreedt verwerft zich een aanklager. Inkeer en goed-doen zijn een bescherming tegen de straf’.” (Pirke Avot 4:13).
Wanneer een persoon komt te overlijden, dan verschijnt er een weegschaal waar de daden worden afgewogen. Een G’ddelijke Stem gaat uit en vraagt of alle daden van de mitswes die de persoon gedaan heeft verzameld kan worden. Direct verschijnen de engelen die de persoon door zijn goede daden, dus door zijn mitswes, geschapen zijn. Deze worden in de rechter schaal gelegd.
Dan gaat een Stem uit die vraagt of alle zonden die begaan zijn verzameld kunnen worden. Direct verschijnen de engelen in zwart, die de persoon door zijn slechte daden zijn geschapen. De situatie wordt nog gecompliceerder door het feit dat de slechte daden met meer hartstocht zijn gedaan dan de mitswes.
Een andere G’ddelijke Stem gaat uit en vraagt voor de jissoeriem die de persoon te lijden heeft gehad en onmiddellijk worden de jissoeriem in de rechter schaal gelegd en ziet: de schaal slaat in zijn voordeel door, omdat hij door jissoeriem heel veel vergeving voor zijn zonden heeft ontvangen! De persoon zal dan weten dat hij geen rasja’ meer is, maar een tsaddiek en dankt Hasjem op zijn blote knieën voor alle problemen die hij heeft meegemaakt.
We zullen blij zijn dat wij in galoet moesten leven en dat wij vergeving hebben ontvangen, dan een harde bestraffing.

Een keerzijde: De Baal Sjem Tov leert ons dat wanneer iemand na zijn dood voor de Hemelse Gerecht staat, zal aan hem de zonde van iemand anders worden getoond. Er wordt vervolgens om zijn mening gevraagd (net zoals de profeet Natan aan David hamelech vroeg te oordelen over het “lam van de arme man”, zie Sam. II 12). Pas nadat hij hierover zijn oordeel heeft geveld, zal het duidelijk zijn dat zijn kwade daden vergelijkbaar met de daden van de ander waren waarover hij oordeelde. Hierdoor heeft hij zijn eigen vonnis in het hiernamaals uitgesproken.

Hoe moeten wij de eerste vers van Jesjajahoe 12 interpreteren (zie inleiding deze paragraaf)?
Gemara Niddah 31a geeft uitleg monde Rav Joseef. De Misdrasj vertelt ons over een man die naar de haven wandelt en onverhoopt raakte hij zijn voet geblesseerd door dat er een doorn in zijn voet kwam. Hierdoor ging hij mank lopen en kwam daardoor bij zijn boot te laat aankwam. De man vloekte, maar de boot zonk. Dit is wat Jesjajahoe 12:1 bedoelt wanneer hij zegt: “Ik zal G’d danken omdat Hij boos op mij is geweest”. De laatste gedeelte van de vers – “en Jij zal mij troosten” – staat volgens de Gemara in verband met Tehilliem/Ps. 72:18 waar staat dat Hasjem, gezegend is Hij, de Heer, de G’d van Israel, Zelf wonderen doet. Ook degene die een wonder verwacht, herkent dikwijls de wonder die Hasjem doet gewoonweg niet. Rasji legt uit dat G’d alleen weet wat er werkelijk achter de schermen gebeurd.

Rabbi Lazer Ginsburg leert dat achter deze Gemara het volgende verbazende feit schuilt: ondanks iemand die jissoeriem overkomt niet volgens de gepaste procedure reageert (in Berachot 62a staat hoe je jissoeriem moet accepteren), blijft het feit staan dat het brandende effect van de jissoeriem genoeg is om iemand te kunnen redden van een vreselijk lot. Het idee dat jissoeriem iemand van het slechtste lot rest, kunnen we ook bestuderen in Sjomer Emoeniem, Ma’amar Hasjgachah Pratis, hfst. 6. Daar staat dat alle jissoeriem, zelfs de minst erge jissoeriem, leidt de oneindige, verschrikkelijke straffen in het ‘Olam Haba af. Met name bij mensen die geloven in het Hemelse Toezicht, weten en accepteren het met liefde, omdat zij niet twijfelen aan Hasjems redenen, chas wesjalom.

Verder leert Sjomer Emoeniem dat wanneer wij de redenen zouden weten en begrijpen waarom we dit moeten ondergaan, dan zouden wij van vreugde dansen over het feit hoe liefdevol Hasjem ons middels de jissoeriem ons behandelt. We mogen dit vergelijken met een moeder die een vies geworden kind in bad stopt en het vuil van het kind moet af schrobben. Wij weten vast nog wel uit onze kindertijd dat wij vreselijk hekel aan zulke wasbeurten hadden. Maar wanneer wij toen als kind al begrepen waarom en hoe liefdevol onze moeders ons verzorgden – in deze wasbeurt – dan zouden wij haar toen al onze diepe dankbaarheid tonen.

Ook leert Sjomer Emoeniem ons dat zelfs de minst hinderlijke jissoeriem die wij vaak meemaken, een persoon in zijn geloof versterkt, iemand aandringt om tesjoeva’ voor zijn zonden te doen, Hasjem om vergeving smeekt en zijn geloof – dat deze irritaties onder toezicht van Hasjem gebeurt wordt – versterkt. Zijn vlekken in de hogere wereld, die door zonde worden veroorzaakt, worden vergeven. Het harde oordeel tegen hem zal omgekeerd worden en in Hemel zal het worden beschouwd alsof hij een geweldiger jissoeriem had geleden dan hij eigenlijk heeft gedaan.
Chofetz Chajim schrijft in Shemirat Halasjon, Sja’ar Hatevoenah hoofdstuk 8 dat wanneer iemand wil leren hoe hij in alle geduld accepteert wat hem is overkomen, dan zal hij constant aan de eigenlijke afstraffingen in de Gehenna, maar ook de gilgoel (reïncarnatie van de ziel) moeten denken: het vuur van de eerste kamer van de Gehenna is het zestigvoudige van het vuur die wij hier op aarde hebben, en de tweede kamer is het zestigvoudige van de eerste kamer, enz. De RaMBaN schreef in Sha’ar Hagemoel, zo wijst de Chofetz Chajim ons daarop, dat één uur in de Gehenna erger is dan alle jissoeriem die Ijov (Job) in zijn gehele leven is overkomen…

Daarom moeten wij constant onze acties blijven bestuderen en we moeten begrijpen dat ook op de Grote Dag des Oordeels wij niet vlekkeloos voor het Gerecht staan. We moeten dit goed beseffen zodat wij iedere vorm van jissoeriem met open armen zullen ontvangen en accepteren en dat jissoeriem ontelbaar beter is dan jezelf het onnoemelijke lijden riskeren, zoals hierboven over de Gehenna vermeld.

Tot slot leert Chofetz Chajim ons in Machaneh Yisrael, hfst. 13 dat Hasjem iemands jissoeriem als iets goeds beschouwt. Door jissoeriem in deze wereld te accepteren, wordt zijn ziel gereinigd en hij hoeft niet meer te lijden aan die vreselijke, vreselijke straffen in de Gehenna. Rasji legt naar aanleiding van Ijob/Job 36:15 uit – waar staat dat Ijov gered is door zijn lijden – dat Ijov van de Gehenna gered is middels zijn jissoeriem.

Jissoeriem komt in plaats van een profetie
Men vroeg aan wijsheid: “Wat is de straf voor een zondaar?”
Wijsheid antwoordde: “Het kwaad zal de booswicht achtervolgen”.
Men vroeg aan de profetie: “Wat is de straf voor een zondaar?”
Profetie antwoordde: “De zondige ziel zal sterven.”
Men vroeg aan de Heilige, geloofd zij Hij: “Wat is de straf voor een zondaar?”
Hij antwoordde: “Laat hem terugkeren en vergeven worden.”

TJ Makkot 2:6

Wanneer iemand getroffen wordt door onheil en narigheid, dan moet hij zijn daden nader onderzoeken en nagaan welke zonden hij heeft begaan. Wanneer hij geen overtredingen vindt, dan moet hij de narigheid wijten aan gebrek aan Tora-studie, zoals er geschreven staat (Tehilliem/Ps. 94:12): “Gelukkig is de man die Jij, HASJEM, tuchtigt en wie Jij Jouw Tora onderwijst.” En wanneer hij niet nalatig was in Tora-studie, dan is het een uiting van liefde van Hasjem, want “Hasjem berispt wie Hij liefheeft”. (Misjlee/Spr. 3:12), om hun een groter aandeel in de Olam Haba te geven, dan zij op grond van hun goede daden verdiend zouden hebben, leert Rasji. Dit is dus in tegenstelling tot de gedachte dat alle kwellingen een straf zijn voor overtredingen. Een andere verklaring voor de kwellingen die iemand overkomt die niet gezondigd heeft, is dat het een straf is voor de onopzettelijke overtredingen, om te voorkomen dat men daarvoor in de Komende Wereld gestraft wordt.

Nog een andere benadering: Wanneer middelmatige mensen gestraft worden voor hun zonden, zullen zij zich wellicht helemaal van G’d weg trekken, het geen repercussies en navolging van anderen kan hebben. Om dit te voorkomen, laat Hasjem deze straf op de rechtvaardigen komen, die dit lijden met liefde accep­teren en daarvoor worden zij extra beloond in de Komende Wereld. Dus de rechtvaardigen boeten voor de booswichten.

Maar er is nóg een reden. Jissoeriem is het lijden zoals een profeet leed, die aan ons een profetie gaf om ons verbeterpunten te geven. Daarom moet je nagaan wat zowel jouw mogelijke negatieve – áls een tekort van een positieve houding in de afgelopen tijd is geweest (Rabbi Zelig Pliskin citeert Sefer Toras Avraham pag. 28). Dit is de betekenis van Ejcha/Klaagl. 3:40: “laten wij onze gangen onderzoeken en doorgronden en terugkeren naar Hasjem.” Je moet proberen de ware reden achter je lijden te vinden: middah keneged middah – een maat voor een maat, waarin je moet kijken of de type jissoeriem overeenkomst met de type zonde die je gedaan hebt. Toch moeten we dit heel serieus doen, anders kun je de middah keneged middah verkeerd interpreteren.
Rav Chajim Shmuelevitz gaf in 1971 een lezing dat “Chaviviem Jissoeriem” heette en gaf hierin het volgende voorbeeld. Een grote Gaon had voor zijn dochter de perfecte sjiddoech (Joods koppelsysteem voor een Joods huwelijk) gevonden: een man die over de enorme capaciteiten beschikte om een groot rabbijn te worden. Zijn vrouw verzette hier tegen doordat het huwelijkskandidaat mank liep. Op een dag gaf zij haar man voor Sjacharis een glas melk, ze gleed uit en brak haar been. Ze dacht dat zij deze jissoeriem ontving omdat zij haar man zijn melk vóór het dawnen gaf (zie hoervoor Berachot 10b). Dit was echter niet de reden van haar jissoeriem. Ze was blind voor de echte reden en dat was dat zij zich tegen een perfecte sjiddoech verzette. Toch kan zo’n misgeïnterpreteerde jissoeriem je enorm helpen jouw persoonlijkheid te verbeteren.

Jissoeriem bewijst het bestaan van Olam Haba, de Toekomstige Wereld
Toen Rav Eliezer ziek werd, kwamen zijn studenten op ziekenbezoek en zij zeiden:
“Meester! Leer ons hoe wij moeten leven, zodat wij de Olam Haba (toekomstige wereld) verdienen!”
Hij antwoordde: “Ga zorgvuldig met jouw medemens om en behandel hen met eerbied”

Sjabbat 127a

Rav Mosje Chajim Luzzato vroeg zich in Mesillas Yesharim in het eerste hoofdstuk af wanneer het leven – dat zeventig jaar duurt en met geluk wellicht tachtig jaar merendeels uit jissroeriem bestaat (Tehilliem/Ps. 90:10), wat dat het doel van dit tijdelijk leven is. Het moet meer zijn dat “dit” omdat er in het lichaam een verheven ziel zit.

De Steipler Gaon gaat in Chajei Olam hfst. 6 hierop verder en stelt dat uiteindelijk niemand – dus ook niet mensen met veel bezittingen – onder jissoeriem uitkomt. Hij citeert Hillel in Pirke Avot 2:8: “hoe meer bezit hoe meer zorgen”, want vermogen wekt jaloezie op en dat zal aan hem knagen omdat hij veel meer wilt en spijt zal hem bijten. Hij maakt op gebied van zijn maatschappelijke positie altijd zorgen om de toekomst. Wanneer hij oud is, maakt hij zich weer grote zorgen over wat er dan met zijn vermogen zal gebeuren. Uiteindelijk, omdat hij er geen prettiger persoonlijkheid van al die zorgen wordt, zal hij een last voor zijn omgeving worden. Hij zal zich dikwijls dominant opstellen omdat hij degene is met het vermogen.
Rabbi El’azar Hakkapar zegt in Pirke Avot 4:28 dat afgunst, begeerte en eerzucht iemand buiten de maatschappij zet.
Zodra zijn leven tot een einde komt, kan hij zich niet van zijn bezittingen loskomen, wat een pijnlijke en traumatische dood oplevert, omdat hij doodsbang is en geterroriseerd wordt door het gevoel van verlies. Uiteindelijk voelt hij zich overbodig. Zo zal de rijke doodgaan. Het traumatische aan zijn dood, zo stelt de Gaon, is dat hij voor Kadosj Baroech Hoe komt te staan en zijn leven wordt afgewogen. Maar wat blijkt nu: de afweging hangt niet af van vermogen, maar van daden en verdiensten. Iemand die zich aan Hasjem vastkleeft en sjomer Tora (volgens Tora) wilt leven weet dat wat Berachot 60b waar is (Rabbi Akiva: “alles voor het goede… gam zeh latova”). Daarin staat dat alles wat de Hemel doet goed is.

Vervolgens legt de Gaon uit dat plezier en pijn door armen hetzelfde als de rijken wordt ervaren. Een arm persoon is net zo blij met het krijgen van een geit voor melk, als een rijke voor een prachtige toelage. En in dit kader geldt dit ook voor jissoeriem. Iemand die honger lijdt, lijdt net zo erg als een rijke man die om zijn mislukking, om eindelijk tevreden te worden, verbolgen is. Louter rijkdom stelt geen mens tevreden. Het is het voeden van de nefesj, onze dierlijke ziel en het verhongeren van de nesjomme, onze G’ddelijke ziel.

Pirke Avot 4:22 leert dat één uur in Olam Haba meer waard is dan een hele leven – vanaf de Schepping tot de komst van de Masjiach – in Olam Hazah, deze wereld. Tiferet Jisrael (Rabbi Israël Lipschitz 1782-1860) zegt: “alle genot van deze wereld is gedoemd tot een einde, maar de vreugde van Olam Haba is voor altijd. Verdoet je tijd niet met vluchtige ijdele momenten; gebruik tijd verstandig om de onnoembare vreugde van eeuwigheid te verwerven. Verloren tijd zal eenvoudig niet terugkeren!”

Rabbi Jonathan zegt: ‘Wie de Tora nakomt in armoede zal haar eens in rijkdom kunnen nakomen, maar wie de Tora in rijkdom veronachtzaamt zal haar tenslotte in armoede moeten veronachtzamen” (Pirke Avot 4:11).

Jissoeriem bereidt jou voor en verzekert je van Torastudie
“Wie misbruik maakt van de kroon (door Torastudie verkregen)
gaat verloren”.
Dus hieruit kan men leren dat ieder die profijt trekt uit de Torastudie zichzelf uit de wereld van het leven rukt.

Hillel in Pirke Avot 4:7

Een van de 48 voorwaarden om de Tora te verkrijgen is volgens Avos 6:5 kabbalas hajissoeriem beahava, de aanvaarding van het lijden uit liefde. Dit is een reeds lang bestaande deugd in de wereld van de Joodse spiritualiteit (Rasji).
Midrasj Sjmoe’el benadert kabbalas hajissoeriem beahava anders. Iemand die zoveel van de Tora houdt, zal vanuit die liefde de jissoeriem waarmee hij geslagen wordt accepteren. Dit doet hij door zich niet door jissoeriem van zijn Torastudie laten weerhouden. Zo’n iemand wilt absoluut de Tora ontvangen. Tiferet Jisrael leert ons dat door het leren van je geduld te bewaren en G’ds wegen niet af te vragen en daarnaast ook Zijn mitswes in vertrouwen te blijven vervullen, dan zal de des betreffende persoon door zijn verdiensten de Tora ontvangen. Berachot 5a leert daarbij dat wanneer jissoeriem je treft, dan moet jij je eigen daden en je eigen wegen naspeuren, want er staat geschreven: “Laten wij onze eigen wegen naspeuren en doorgronden, laten we terugkeren naar Hasjem” Eicha 3:40. Kun je geen misstappen bij jezelf vinden, dan is er kans dat er sprake is van bitoel Tora, gebrek aan Torastudie. Rasji legt uit dat de des betreffende persoon heus wel op de hoogte was van zijn zonden, maar had geen idee van de intensiteit van de jissoeriem ten aanzien van die zonde. “Zalig de mens, Hasjem, die Jij kastijdt, die Jij les geeft uit Jouw Wet” Tehilliem/Ps. 94:12. Rasji leert ons dat de mens jissoeriem nodig heeft om tot Torastudie te komen. De uitleg kan best wel eens zijn dat naast het feit dat jissoeriem door bitoel Tora veroorzaakt kan worden, dat jissoeriem de persoon tevens op hogere niveaus binnen de Torastudie brengt.

Rav Aharon Kotler (1891 – 1962) leert ons dat de slavernij (dienstbaarheid) in Mitsrajiem (Egypte) de Joden juist enorm hielp om hen op een hoger niveau van begrip van Tora te zetten. Dat is de reden waarom de schoonvader van Mosje, Jetro, de Joden niet kon bijhouden met Torastudie. De Joden waren slaven en hij niet. “‘Af chachmatie amdah lie… toch bleef mijn wijsheid mij bijstaan” Prediker 2:9. ‘Af betekent ook woede. De Midrasj leert dat Torastudie tijdens een tijd dat je in woede verkeert, een duurzaam effect heeft! Deze woede refereert naar de woede van Boven: de jissoeriem.
Rabbi Lazer Ginsburg citeert de Gemara op Jesjajahoe 1:27: “Tsion bemisjpat tipedah… Sion zal door recht worden verlost…” De numerieke waarde is 1076, dezelfde waarde als Talmoed Jeroesjalmi. De numerieke waarde van “wesjaveha bitsdakah… die in haar terugkeren door gerechtigheid” komt overeen met de numerieke waarde van Talmoed Bavli (Babylonische Talmoed). Het idee achter dit gegeven is dat Torastudie in galoet – dat onder druk van antisemitische krachten staat – staat in verband met de meest gebruikte Talmoedversie die wij tot op heden gebruiken: de Babylonische Talmoed, terwijl de Talmoed Jeroesjalmi, het leren in Israel, onder minder druk staat en ondertussen de tweede bron is van referentiekader is geworden.

Nedariem 81a leert dat Jermijahoe 9:12 Hasjem Zelf uitlegde waarom het land werd vernietigd. Hij zei: “Zij hebben Mijn Tora verlaten”. RaN (Rabbi Nissim ben Reoeven 1320-1380) legt uit dat men wel aan Torastudie deed, maar men schatte de Tora niet de goede (onbetaalbare) waarde in dan dat de Tora werkelijk verdient. Alleen Hasjem was toen in staat in hun harten te kijken. Dat kon geen profeet of geleerde weten. “Ik zal de zwaard van wraak over jullie brengen, die de Tora (verbond) wreekt” Wajjiqra/Lev. 26:25. Sjabbos 33a leert ons dat de term verbond naar de Tora wordt gerefereerd (Jirmijahoe 33:25).

Tot slot leren wij in deze reden van jissoeriem dat Tora ons helpt jissoeriem te accepteren. Tora helpt je de jissoeriem te dragen. Iemand die weinig tot niets of niet op de juiste wijze Tora lernt, zal de jissoeriem hem bitter maken, terwijl degene die graag lernt en jissoeriem ontvangt, zal zijn hart tot bedaren brengen. Sefer Likoetei Jesjariem zegt: “gelukkig de man wiens jissoeriem van de Tora komt”. Voorbeeld: iemand die door het niet begrijpen van een stukje gemara hoofdpijn krijgt, ervaart de hoofdpijn echt anders dan iemand die hoofdpijn krijgt door een spelletje te spelen. Met andere woorden: je kunt beter door Tora hoofdpijn krijgen, omdat dit de bron van spirituele groei zal zijn.

Laten wij snel met onze Torastudie beginnen of verder gaan!

Jissoeriem test wie echt van Hasjem houdt
“En je zult van Hasjem houden met heel je hart en met heel jouw ziel en met heel jouw vermogen”.

Fragment uit “De Sjema”

Chofets Chaim leert dat met heel jouw vermogen – me’odecha – betekent dat je de manier hoe Hasjem met je omgaat accepteert. Me’odecha staat in verband met het woordje middah. Zoals eerder aangehaald: Het is het accepteren of je iets schijnbaar goed of je iets schijnbaar slechts overkomt. Je moet alles – alles komt van Hasjem – met vreugde en liefde accepteren. De Sjoelchan Aroech leert in paragraaf 6 van de eerste sectie dat wij verplicht zijn geheel en compleet van Hasjem te houden. Dat houden van omvat het houden van jouw geliefden, het houden van jezelf, het houden van jouw wederhelft en kinderen. Jouw liefde voor Hasjem moet jouw liefde voor geld doen verbleken. “En je zult van Hasjem houden met heel je hart en met heel jouw ziel en met heel jouw me’odecha”, betekent ook dat alles die je erg (me’od) lief hebt zou dus voor jouw liefde voor Hasjem nietig doen lijken. Degenen die zich beledigd voelen, maar niet terug beledigen, die hun degradatie aan moeten horen maar niet antwoorden, die voldoen aan G’ds geboden met vreugde en zijn blij met jissoeriem. Dit ten aanzien van hen waarover de vers spreekt: “Wie van Hasjem houdt, is als de machtige, krachtige verschijning van de zon Sjoftiem 5:31. De Maharsja legt uit dat deze mensen met de zon worden vergeleken. De zon doet G’ds Wil met liefde en vreugde, zoals er staat geschreven dat niemand zich kan verschuilen voor de hitte van zon, omdat zijn leiderschap over de gehele wereld gaat (Tehilliem/Ps. 19:7). De zon ontvangt van Hasjem zijn heerschappij, zoals iedere koning zijn uiterst trouwe dienaar zou wijden, omdat hij zo enthousiast Zijn Wil doet.
Degene die deze karaktertrekken bezit, zal de koningschap en heerschappij van de Tora ontvangen. De eigenschap van degene die zich publiekelijk of in persoonlijke sferen laat beledigen (zie Ijoen Ja’aqov, Sjabbes 88b) en is vervolgens in staat zichzelf onder controle te houden, gaat voorbij de normale menselijke vermogen. Degene die Hasjem uit liefde en vrees dienen en blij zijn met de tegenslagen die zij tegenkomen, zitten op een extreem hoog niveau van liefde en devotie voor Hasjem. Zij zijn degene die Hasjems Wil volledig aanvaren, zelfs in de meest pijnlijke situaties. Deze mensen worden dus met de zon vergeleken.

We moeten ons beter van de toekomst bewust moeten zijn. Hasjem test ons constant om te kijken wie Zijn echte volgelingen zijn die werkelijk van Hem houden. Hasjem test soms een rechtvaardige met armoede, gebrek en ziekte, om hem van de slechte mensen van zijn generatie te onderscheiden. In de Einde der Tijden – wanneer het Grote Oordeel zal plaatsvinden, zal Zijn uitstekende gedrag en zijn getoonde liefde van de tsaddiek voor Hasjem getoond worden en hij zal van zijn kameraden onderscheiden worden. Hij zal toetreden tot de weg naar eeuwige extase. Dit tot grote frustratie en ergernis van de goddelozen (De Chovot Halevavot; taken van het hart).

Mesillat Jesjariem (Pad van de Rechtvaardigen) van de RaMCHaL leert dat degene die zijn arm moet laten amputeren om zijn leven te kunnen redden, zijn dokter zal gaan waarderen. Met deze realisatie – ook al zien we niet direct het gehele plaatje – moeten we weten dat Hasjem alles doet in onze voordeel. Of het nu de door Hem gegeven rijkdom of armoede is. Bij de Rechtvaardige kan zijn liefde niet minder worden door smet of pijn. Zijn liefde zal er alleen maar van groeien en intenser van worden. Ook legt de RaMCHaL uit dat iemand die de ander enorm lief heeft, zal hij zijn kansen koesteren om die liefde te uiten om door de moeilijkheden – in het belang van die persoon – te gaan. Op dezelfde manier is dit ook met degene die van Hasjem houdt. Hij koestert de perioden van zijn lijden als kansen om zijn liefde en toewijding uit kunnen te drukken. Kovets Injaniem (Rabbi Yechezkel Levenstein) besluit dat het een mitswe is om midden in je dood Hasjem lief te blijven hebben. Ook wanneer deze dood middels martelingen intreedt waardoor het pijnlijker wordt dan de dood zelf. Iemand moet zo hard aan zichzelf werken, dat hij het lijden zal accepteren om de Naam van Hasjem te kunnen heiligen!

Jissoeriem zuivert, versterkt en stabiliseert de mens
In de Gemara Berachot 5a lezen wij dat de Rabbi Sjimon ben Lakisj ons erop wijst dat bij het woordje ‘verbond’ ook het woordje ‘zout’ bij staat: “laat niet het zout van jouw G’ds verbond van jouw spijsoffer weg” Wajjiqra/Lev. 2:13. Maar we vinden het woord ‘verbond’ ook bij jissoeriem: “dit zijn de woorden van het verbond” Devariem/Deut. 28:69. Zoals het zoutverbond het vlees vrijmaakt van bloed (Maharsha), zo wist het verbond van de jissoeriem de zonde weg (Joma 86a).

De Sjomer Emoeniem (Ma’amar Hasjgachah Pratis blz. 105b) leert dat jissoeriem met zout vergeleken kan worden. Zout maakt het vlees vrij van slecht bloed, zodat het levensbloed van de mens niet vermengd raakt met het slechte bloed van het vlees. Jissoeriem reinigt bezoedeld en onrein bloed dat door zonden werd gecreëerd. Wanneer het bloed weer rein is, dan spreekt het Schrift over dat je “met jouw bloed zal leven” Jechzekel/Ez. 16:6.

Jissoeriem kan ook middels armoede verschijnen. “Zie, ik ben jou zuivert, maar niet met de oven van ellende dat voor zilver wordt gebruikt, maar Ik heb gekozen voor u de oven van de armoede,” Jesjajahoe 48:10. De Maharsha leert dat armoede Joden op het goede pad terugbrengt. Rijkdom kan schadelijk zijn. Hij onderbouwt zijn argument met “Ik verhoogde haar (Israel) zilver en goud, en zij gebruikte dat voor afgoderij” Hose’a 2:10. Want de Midrasj leert ons dat Mosje tegen Hasjem zei: “Ribono sjel ‘Olam, omdat Jij de Joden met zilver en goud hebt overladen, hebben de Joden daarmee de Eigal hazahav (gouden kalf) gemaakt.

Rabbi Chija bar Abba vertelde in de naam van Rabbi Jochanan de volgende treffende vergelijking: “het is vergelijkbaar met een vader die zijn kind wast, hem oliet, hem te eten – en te drinken geeft, een portemonnee vol geld om zijn nek hangt en hem vervolgens in een hoerenhuis plaats. Hoe kan zijn zoon dan niet zondigen?” Rav Acha b’rei d’Rav Huna zei in de naam van Rav Sheishet: “een volle maag valt in de categorie van kwaadaardige zonden, zoals Hose’a 13:6 leert: ‘toen kwamen ze bij hun weidegrond, ze werden verzadigd en vervolgens werden zij arrogant, daarom vergaten zij Mij’.”
Chagigah leert dat armoede de meest zuivere vorm van jissoeriem is, omdat Joden dan gedwongen worden om hun karaktereigenschappen te verbeteren en meer degelijke vorm van respect aan Hasjem tonen. Hiermee cultiveren zij ware Tora-persoonlijkheden.

Sjabbes 88b leert toen de Joden de Tora op Har Sinaj accepteerden, verloren zij bij iedere mededeling die door Hasjem werd gedaan hun leven, waardoor zij stierven. Rav Aryeh Leib Bakst zei in de naam van Rav Boruch Ber Leibowitz: “Waarom was het noodzakelijk dat zij de sterfte ervoeren om vervolgens nieuw leven ingeblazen te krijgen? Wat viel hiermee te winnen? Hij antwoordde dat iedere keer dat zij stierven, de engelen steeds sterkere nagels moesten gebruiken om in hun zielen te kunnen slaan. Door jissoeriem leert een persoon, naast het je intellect en kracht toeneemt, met de wisselvalligheden van het leven om te gaan.
Zo bestaat er een verhaal uit de Sjoa’ dat er mensen zijn die ontsnapt zijn aan de gruwelheden van de gaskamers en Stalags. Toen hen over hun ervaring gevraagd werd, antwoordden zij: “Voor geen miljoen zou ik deze ervaring willen opgeven, maar voor geen twee miljoen zou ik deze ervaring nog eens moeten overdoen.”
Het leven kent een veldslagen van basistrainingen en de echte oorlog. Jissoeriem is een veldslag en middels de Tora is men in staat hogere spirituele niveaus te bereiken dan hij of zij ooit gedacht heeft.

Uiteindelijk stabiliseert jissoeriem de mens. Ieder mens heeft een jotser hara’ (slechte neiging) en een jotser hatov (goede neiging). Waarom is de jotser hara’ in ons leven zo dominant? Malbiem legt ons aan de hand van Tehilliem/Ps. 103:14 uit dat Hasjem hel goed begrijpt en weet waarom het voor ons zo eenvoudig is om te zondigen. Hasjem weet dat onze jotser hara’ onze ziel van Zijn weg af probeert te houden. De jotser hara’ heeft sterke invloed op iemands ziel en heerst dikwijls over de andere krachten in de ziel. Ook kent Hasjem onze luiheid van het lichaam, omdat wij van ‘stof’ zijn en het gewicht van de natuur van ‘aarde’ in ons lichaam, trekt onze ziel naar beneden, waardoor bewegen erg moeilijk wordt. De jotser hara’ beschikt over een massieve kracht en daardoor is zijn beweging en manouvers sneller dan het verlangen van de ziel om goed te doen. Dat is de reden waarom het moeilijk is goede daden te doen, wat in feite de natuur van onze ziel is. Maar het gewicht van ons lichaam, maakt het ‘zwaar’ om goede daden te kunnen doen.
Wanneer je niet bewust bent van je jotser hara’, kan deze lekker doorgroeien, waardoor het door zijn omvang steeds zwaarder wordt. Je hebt Hasjems hulp nodig om tegen de jotser hara’ te kunnen bevechten. Daarnaast leert Berachot 5a ons dat wij onze jotser hatov moeten aanwenden om tegen de jotser hara’ te kunnen strijden: “word boos, maar zondig niet.” De Maharsha leert dat je een oorlog moet ontketenen, zelfs karaktertrekken dat normaliter kwaadaardig zijn aanwenden (zoals boosheid), om je jotser hara’ te bestrijden. Daarnaast is Torastudie, het opzeggen van de Sjema’ en het herinneren van je sterfelijkheid geweldige remedies tegen jotser hara’. Ondertussen gebruikt Hasjem jissoeriem om de joster hara’ bij iemand te termperen en haalt daarmee het aspect weg wat iemands ‘bloed doet koken’.

De Zohar leert dat wanneer jissoeriem een onschuldige bezoekt, dan is de liefde van Hakadosj Baroech Hoe voor dat persoon de reden. Zoals we hebben geleerd: als Hakodesj Baroech Hoe van een persoon houdt en hem dichterbij Hem wilt brengen, dan breekt Hij zijn lichaam om zo de heerschappij van de ziel weer te herstellen.

Jissoeriem verhoogt de beloning voor mitswes
“De beloning is in verhouding met de pijn”

Avos 5:23

Tosafos Jom Tov legt uit dat er twee gescheiden rekeningen bestaan: de mitswe zelf en pijn. Ondanks de beloning voor een mitswe voor ons onbekend is, wordt er een aparte calculatie over ‘pijn’ gemaakt, waarin de beloning afhankelijk is van de inspanning en pijn die iemand heeft moeten doorstaan. Chofets Chaim legt in Nidchei Yisrael hfst. 3 het verband tussen deze misjnah en een andere verklaring van Chazal (Avos d’Rabbi Nasan). Chazal verklaart dat een mitswe waarin pijn verwerkt is, meer waard is dan een mitswe dat pijnloos gedaan is. Dus, sjomer tora oemitswes met een spirituele onaangename omstandigheid weegt zwaarder dan wanneer volgens Tora leven een gemakkelijke bezigheid is.

Avraham is ons hierin voorgegaan:
Hasjem: “Neem jouw zoon”
Avraham: “Maar ik heb twee zonen. Welke zal ik nemen?”
Hasjem: “‘et-jehiedcha!”
Avraham: “Maar elke zoon is de enige zoon van zijn moeder.”
Hasjem: “‘asjer-‘ahavta… van wie jij houdt”
Avraham: “Maar ik hou van hen beide”
Hasjem: “‘et-jitschaq…Ik bedoel Jitschak…”

Rasji legt dit als volgt uit: “Hasjem geeft Avraham een beloning voor iedere individuele uiting.” De geleerden leren ons dat pijn van Avraham om zijn zoon te verliezen verergert werd bij iedere uitlating die Hasjem deed, waardoor de beloning op deze mitswe enorm hoog is. De Misjnah bevestigt dit met de woorden: “De beloning is verhouding met het moeilijkheidsfactor”.

Jissoeriem wijst je op de verborgenheden
Alles wat Hasjem doet, is een uitdrukking van Zijn goedheid.
Soms wordt Zijn vriendelijkheid geopenbaard en soms is het verborgen.
We bidden “Openbaar ons Jouw goedheid,”
dat wij Zijn vriendelijkheid mogen verdienen
en Zijn omringende liefde om ons heen mogen voelen.

De Biala Rebbe

Soms attendeert jissoeriem je gevaar! Pijn kan een mooi voorbeeld zijn. Pijn geeft aan dat er een groot probleem is die opgelost moet worden. Maar jissoeriem kan ook je wijzen op positieve verborgenheden: “En Ik zal de plaag van tsaraat op hun huizen in het land van jouw erfdeel plaatsen” Wajjiqra/Lev. 14:34. Wat kan er nu iets goed uit een plaag op huizen komen wanneer je een stuk land toe bedeeld krijgt?
Tsaraat op huizen was een bovennatuurlijk fenomeen. Echter is er een reden dat tsaraat op huizen ook voorkwam. Een aantal redenen worden gegeven, waarvan wij twee bespreken.

Rasji leert vanuit Sifra en Wajjiqra Rabba dat de inwoners van Kena’aan – die in Erets Jisrael woonden – zagen dat zij door de Israëlieten overwonnen werden. Zij verstopten hun kostbare bezittingen in de muren van hun huizen. Hasjem plaatste de tsaraat op de muren waar die schatten lagen waardoor de besmette stenen werden weggehakt en een “startkapitaal” voor de Joden klaar lag. Want Hij gaf in Devariem 6:10 aan dat Hij aan de voorvaders heeft beloofd hun nageslacht naar een land te brengen dat gevuld is met goede dingen.

Jissoeriem kan je ook wijzen op negatieve verborgenheden: RaMBaM in Hil. Toemat Tsaraat 16:10 leert dat tsaraat dus een G’ddelijke straf was voor zelfzuchtig gedrag en lasjon hara’. Hasjem is genadig en begint met de besmetting op het bezit van de betrokkene en dan de kledingstukken wanneer de betrokkene geen sjoege aan de waarschuwing geeft. Zodra hij besluit geen tesjoeva te doen, dan pas werd hij lichamelijk getroffen.

Jissoeriem leert je Hasjem te erkennen als jouw enige Verlosser!
“Met een geringe woede verborg Ik voor een moment Mijn Gezicht voor jou
en met eeuwigdurende vriendelijkheid zal Ik medelijden met jou hebben”,
zei Jouw Redder, Hasjem.

Jesjajahoe 54:8

Jissoeriem kan je wakker schudden zodat je tot de realisatie komt dat Hasjem en Hasjem alleen jouw Verlosser is. Een mooi voorbeeld is de verlossing uit Mitsrajiem. De gehele Pesachperiode herdenken wij dit feit. Vele geleerden leren ons dat wij – om onze dankbaarheid voor deze verlossing te tonen – het verlossingsverhaal moeten vertellen. De verlossing uit Mitsrajiem toont aan dat alle hulp alleen Hasjem Jisbarach is. Iedere morgen wordt dat in Sjacharis ook beleden: “Het is waar dat Jij de Eerste en dat Jij de Laatste bent en naast Jou hebben wij geen koning, verlosser of redder. Vanuit Mitsrajiem heb Jij ons verlost, Hasjem onze G’d.”
Dit komt uit Jesjajahoe 44:6 waarin Hasjem verklaart dar Hij de Koning en de Verlosser van Israel is, de Eerste en de Laatste en dat er naast Hem geen andere god bestaat.

Radak leert ons dat wanneer Hij ons allemaal verlost heeft, dan zal Hijzelf Koning over Israel zijn. We zullen niet meer onder niet-Joodse koningen vallen en Hij zal erkent worden als de Heer der Heerscharen onder én boven. In Zijn hand ligt alles. Hij Alleen heeft de mogelijkheid om ons te verlossen van de diaspora, dat naast Hem geen ander god bestaat.
De bevrijding uit Mitsrajiem ging met een aaneenschakeling van wonderen gepaard. Dit toont aan dat Hasjem Alleen in staat was en is en zal zijn om dit te kunnen doen: 3.000.000 mensen in een keer bevrijden uit een land van onderdrukking, waar jissoeriem een dagelijkse gebeuren in de Joodse mensenleven in Mitsrajiem waren. Die jissoeriem waren zo enorm zwaar, dat de Joden Hasjem luidkeels om hulp riepen. Zij begrepen dat al voordat Mosje aantrad, dat Hasjem Alleen de Enige is Die hen verlossen kon. De Ets Joseef zegt treffend dat “Jij de Eerste bent” Die de wonderen in Mitsrajiem deed en dat “Jij de Laatste bent” Die ons de wonderen van onze laatste uittocht zal tonen.

Birkat Choliem Werefoea uit het Sjmoné Èsre begint met: “Genees ons, Eeuwige, dan zullen wij genezen zijn; help ons dan zullen wij geholpen zijn.” Dit lijkt een makkelijk zinnetje, maar het heeft een diepere betekenis dat overdacht moeten worden. Want waarom voegen wij aan onze verzoek toe dat zij genezen – en geholpen zullen zijn? De reden is dat wanneer wij een medicatie toedienen om onszelf te genezen, dat het nog steeds Hasjem is Die ons geneest. Het is niet vanzelf sprekend. Nee, want zelfs de geringste heil komt van Boven.

“Verlos ons nu omwille van onze erkenning dat Jij onze enige Verlosser bent”!

Jissoeriem leert ons om onder zware omstandigheden Hasjem te dienen
Zo gaat het ook met Tora-studie:
Een stukje brood met zout eet je,
Een afgemeten hoeveelheid water drink je,
Slapen op de grond,
Een leven van ontberingen lijdt je,
als jij je voortdurend inspant voor Tora-studie.
Als je dit kunt volbrengen “dan ben je gelukkig en gaat het je goed”.

Baraisa Pirke Avot 6:4

Waarom moet jij jezelf gelukkig achten wanneer je op zo minimum leeft?

Onze Tora is onder zware omstandigheden gegeven: na 210 jaren slavenarbeid, werd het in het atmosfeer van een woestijn gegeven. Toen de mensen de geboden rechtstreeks uit Hasjem hoorden, vielen zij dood neer, waardoor er nieuw leven bij hen moest worden ingeblazen. Maar dit is precies de kracht toegediend kregen, waardoor zij de Tora onder ieder omstandigheid konden houden, zelfs onder de voorwaarden van “een leven vol pijn” (Zie Jissoeriem zuivert, versterkt en stabiliseert de mens).

Er wordt geleerd dat veel rechtvaardigen juist moeten lijden om te tonen dat zij onder moeilijke omstandigheden in staat zijn volgens de Tora te leven. Wij zijn allemaal verplicht onder wat voor omstandigheid dan ook Hasjem te dienen. Wie zien voorbeelden in Ijov (Job) en Hillel. Vele van onze geleerden hebben Hasjem gediend, terwijl zij belaagd werden met jissoeriem. Geen twijfel mogelijk dat deze Tsaddiekiem het Hemelse lot met liefde hebben geaccepteerd, zoals wij in de Gemara Brachot 60b leren: “Houdt van Hasjem met al jouw kracht”. Dit zinspeelt dat wij ziekte met vreugde moeten accepteren. Jissoeriem toont Hasjems liefde voor ons: jissoeriem sjel ahavah en vorige jissoeriem.
Rav Hirsch leert in “Horeb” (blz. 147), dat de reden van de verschillende vastendagen in het Joodse jaar om het volgende is: het kan een herdenking zijn van nog een andere zonde in de galoes – namelijk ontrouw aan de Tora in tijden van onderdrukking. Israel was altijd groots in tijd van lijden. Miljoenen doden zijn in de geschiedenis van Israël’s galoes gegraveerd als onomstotelijk feit dat te midden van – en ondanks – de onderdrukking, vernedering, en ontberingen, Israël altijd trouw is gebleven aan zijn G’d. Israel had de voorkeur alles op te geven wat van hem is, zijn gezin, waaronder het leven zelf, dan zichzelf te redden van onderdrukking en aandeel te hebben in de gelukkige zonneschijn van zijn onderdrukkers – zelfs als dat betekende, zoals vaak het geval is, door slechts een bepaald woord uit te brengen. Het is, inderdaad, haar gelukkige en goedaardige dagen waarvoor Israël te vrezen heeft.

Iedereen krijgt wel een vorm van een lijden voor de kiezen. Dat zijn de speciale tijden dat wij schijnende voorbeelden van Avodat Hasjem (dienen van Hasjem) en Kiddoesj Hasjem (het heiligen van Hasjem) kunnen zijn. We moeten leren van onze grote erfgoed en naar dienovereenkomstig handelen.

Jissoeriem sjel ahavah
Wanneer een persoon werkelijke zelfonderzoek heeft gedaan en geen kon zonde vinden dat de G’ddelijke straf hem zou treffen, dan moet hij er van uitgaan dat er sprake is van jissoeriem sjel ahavah, het lijden dat is alleen door de G’ddelijke liefde is ingegeven.

Berachot 5a

Wanneer is er sprake van jissoeriem sjel ahavah? De Gemara leert ons monde Rabbi Ja’aqov ben Idi en Rabbi Acha bar Chaninah het volgende. Je mag jissoeriem alleen als jissoeriem sjel ahavah beschouwen wanneer de jissoeriem jouw Torastudie niet verstoort.
Rabbi Chija bar Abba zegt in de naam van Rabbi Jochanan dat lijden wanneer een bepaalde jissoeriem wel de Torastudie en gebeden verstoord, toch sprake kan zijn van jissoeriem sjel ahavah. Rasji is van mening dat de Gemara pas over jissoeriem sjel ahavah spreekt wanneer iemand niet heeft gezondigd, zodat de beloning in Olam Haba verhoogd wordt.

Rabbi P’nei Jehosjoa wordt gehinderd door het feit dat het abnormaal is om iemand te treffen om uiteindelijk hem alleen maar een bijzondere beloning te geven. Hij biedt twee verklaringen:

er zijn bepaalde geestelijke waarnemingen die alleen te bereiken zijn nadat een persoon door de zuivering van jissoeriem is gegaan. Hasjem, om Zijn dierbaren in staat te stellen om de meest verheven en verborgen geheimen in Olam Haba te kunnen ervaren, maakt hen door deze zuivering klaar
Soms moet een ware Rechtvaardige lijden wegens zijn generatie. Sanhedrin haalt de pesoekiem Jechezkel 4:4 en 6 aan waarin Jechezkel gedwongen wordt jissoeriem wegens zijn generatie te doorstaan, om de dreigende G’ddelijke toorn over het volk af te wenden. De Tsaddiek zal dan een extra beloning in Olam Haba ontvangen. Deze worden van die gedeelten die door het zondigen mensen vanwege hun zonden zijn verbeurd, genomen.
RaBaN is het niet met Rasji eens (Sja’ar Hagemoel). RaMBaN is van mening dat jissoeriem sjel ahavah, zij het uit een geringere, wel uit zonde voortkomt. Denk aan zonden die je onbewust gedaan hebt. Toen de Bejt Hamiqdasj er nog stond, werd daarvoor qarban-offers gebracht. Omdat de Bejt Hamiqdasj niet meer staat, moet de des betreffende persoon dit middels jissoeriem ondergaan. Dat is uit liefde die Hasjem voor de betrokkene heeft: Hij helpt de persoon te voorkomen dat hij door zijn onbewuste zonde in de Gehinnom moet lijden. Door deze vorm van jissoeriem wordt zijn goede positie in Olam Haba herstelt.

Jissoeriem laat de Tsaddiek de zonde van zijn generatie dragen
Leg je neer op je linkerzij,
nadat je de ongerechtigheid van Israëls huisgezin daarop hebt gelegd;
het aantal dagen dat je daarop zult liggen zul je hun ongerechtigheid moeten dragen…

Jechzekchel/Ez. 4

De Gemara geeft ook een voorbeeld. Bava Metzia 85 leert ons dat de jaren die Rabbi Ekazar bar Sjimon leed, onderging niemand aan een vroege dood en alle jaren dat Rabbeinoe Hakodesj ziek was, kende de wereld geen te kort aan regen. Daarom leert Sjabbat 33b dat Tsaddiekiem soms voor de zonde van hun generatie moeten lijden. Echter zal de Tsaddiek die dit moet ondergaan in Olam Haba rijkelijk beloond worden. Hij zal alle beloningen die de zondaren mislopen, in ontvangst nemen.

Jissoeriem toont iemands ware grootheid aan
“Iedereen is verplicht te zeggen dat de wereld voor hem geschapen is.”

Sanhedrin 37a

Ieder persoon is uniek en zijn doel in deze wereld is uniek.

Rav Hirsch leert dat jissoeriem ons onze onverslijtbare karakter van onze werkelijke grootheid aantoont, de grootheid die wij dikwijls negeren. Als ze een en ander bij uit jouw leven verdwijnt of ernstig wordt aangetast, laat dit zien hoe vergankelijk alles waarop jouw welvaart hebt gebouwd eigenlijk is. Op dat moment leer je dat de grootheid in jou van blijvend karakter is. De vergankelijke welvaart zorgt er namelijk voor dat je geen aandacht schenkt aan Jirat hasjamajiem – vrees voor Hasjem – , Ahavah Hasjem – liefde voor Hasjem – en vertrouwen in Hasjem. De jissoeriem maakt jou bewust van jouw taken die je met die onverslijtbare grootheid moet uitvoeren. Zij tonen je jouw ware roeping als een dienaar van Hasjem: jissoeriem, rachmana litzlan… jissoeriem, mag Hasjem genade hebben.

Sefer Likoetej Jesjariem leert dat iemand niet mag klagen over het feit dat Hasjem hem met beproevingen belast die hij niet kan begrijpen. De Midrasj Bereesjiet Rabba 32 leert monde Rabbi Jochanan dat de pottenmaker niet de slechte maar de goede potten test, omdat deze na honderd keer op slaan niet zullen breken. Zo zal Hasjem niet de slechten, maar juist de rechtvaardigen testen, zoals er staat geschreven in Tehilliem 11:5: ´Hasjem test de tsaddiek’. Hij test alleen degene die de mogelijkheid hebben de beproeving te doorstaan.

Daarom zal een ieder die een beproeving moet doorstaan moeten inzien dat dit een kans is om te zien hoe hij Hasjem onder dergelijke omstandigheden goed dienen. Hiermee krijgt hij de gelegenheid om een werkelijk goede zelfbeeld te ontwikkelen.

‘Batzar hirchavta lie… in beproeving gaf Jij mij verbreding … Tehilliem 4:2. Hier leren wij om nooit wanhopig te raken bij vreselijke lasten en druk. Iedere tsar – beproeving – dat een mens doet verlammen, kan juist harchavah – verbreding – betekenen. Dus zijn mogelijkheden worden verbreed en zijn ziel wordt daardoor vergroot.

Jissoeriem vormt een uitdaging
Jetser hara is de grootste vijand die een persoon kan hebben.

Chovo Halevavot in Sha’ar Jichoed HaMa’aseh (hfst. 5)

Iedereen waardeert een goede uitdaging. Bava Metsia 38a zegt dat iemand liever zijn eigen ‘kav’ (bepaalde maatregel/beloning/situatie) verlangt dan negen van kaviem van zijn vriend. RaSji legt uit dat dit komt omdat iemand daarvoor werkt en zijn vriend niet. Rav Luzzato schrijft in Messilat Yesharim:

Hasjem zet de persoon op een plek waar veel uiteenlopende elementen op hem afkomen die hem van Hasjem Jisbarach houden. Dit zijn de lichamelijke verlangens die hem van de ware Goedheid afhouden. Zo komt hij terecht in een felle oorlog, omdat wereldse zaken als zijn beproevingen dienen. Als hij als een dappere krijger een overwinnaar blijkt, dan zal hij de volmaakte man zijn die in staat is zich aan zijn Schepper vast te klampen.

Er was eens een vader die zijn zoon een mooi kado wilde geven. Maar omdat de zoon het nut van het kado niet begreep, heeft hij het kado nooit met respect behandeld. Echter wanneer de vader de zoon een geschenk zou geven, omdat hij dit naar aanleiding van een zeer moeilijke opdracht verdient heeft, dan zou de zoon het geschenk koesteren. Denk aan de verwende kinderen die alles krijgen zonder reden, weten de waarde niet te waarderen. Kinderen die iets krijgen omdat zij hard voor dat rapportcijfer hebben moeten knokken, zijn extra blij met het kado.

Dit is het zelfde als bij het ontvangen van de Tora. Als de Tora slechts overhandigd werd, dan zou het voor het Joodse volk minder waardevol zijn, dan toen zij het hebben ontvangen nadat zij uit de slavernij van Mitsrajiem door Hasjem gered zijn.

Dit wordt door jissoeriem, groot en klein, die wij in ons leven ontvangen, bereikt.

Jissoeriem vermijdt het probleem van Nahama Dekesoefa
In “Jissoeriem toont Hasjems liefde voor ons” dat het eigenlijk de bedoeling was dat de niet-Joden nooit ziek konden worden over jissoeriem kon overkomen. RaSji verklaart dat hun bestemming het Olam Hazeh, deze wereld, is. In “Jissoeriem bewijst het bestaan van Olam Haba, de Toekomstige Wereld” dat Olam Haba de echte plek voor geluk en genot is. Chazal leert dat dat niemand naar Olam Haba kan gaan zonder eerst in Olam Hazeh te hebben geleefd. Dit komt door de ‘na’hama d’kisoefa’, het ‘brood van verlegenheid’. Hoe kan men deze luxe voordelen van Hasjem ontvangen zonder iets er voor te doen? Dat zou een schande zijn!

Jissoeriem is daarom een manier om schaamte, om verlegenheid, weg te nemen. Na jissoeriem krijg je het gevoel Olam Haba ook werkelijk verdient te hebben.

Jissoeriem is het geheim van het Joodse bestaan
Jissoeriem is het geheim van het bestaan van het Joodse volk. RaSji leert ons met Dewariem/Deut. 29:12 dat “de vloeken en jissoeriem zorgen dat je blijft bestaan en dat je rechtop voor Hasjem staat.” Sifsei Chachamiem legt RaSji’s woorden als volgt uit:

Twee doelen worden door middel van jissoeriem bereikt:

Mensen houden zich nauwgezetter aan de mitswes, omdat zij weten dat laksheid tot gevaarlijke resultaten kan leiden.
Jissoeriem vaagt de zonde weg. Hierdoor wordt het bestaan van het Joodse volk gewaarborgd.
Rav Sjlomo Wolbe leert dat in tegenstelling tot de niet-Joden die niet gestraft worden tot het moment van het maximale toelaatbare opeenstapeling van strafbare feiten, dat de zonden van de Joden regelmatig middels een vorm van boekhouding worden verrekent, waardoor hun eeuwige bestaan verzekerd is.

Jissoeriem test de bitachon
Vertrouw in Hasjem en doe goed.

Tehilliem/Ps. 37:3

Wij moeten ons aanwennen wanneer ons iets gebeurd wat wij als jissoeriem ervaren, dat wij dan tegen ons zelf zeggen: “Alles wat Hasjem doet, komt altijd ten goede” (Berachot 62b); “Gam zoe letova” (Taanit 21a). Dit vertrouwen wordt bitachon genoemd. Bitachon is ondanks alles het vertrouwen houden in de Kadosj Baroech Hoe. Ook wanneer je getest wordt (Sjemot/Ex. 17). RaMBaN en Or Hachaim leren dat het volk niet verantwoordelijk werd gehouden omdat zij mopperden, maar omdat zij geen bitachon hadden waardoor zij niet direct begonnen te dawnen, maar in discussie gingen met Mosje Rabbenoe en Aharon. Daarom leert Sjomer Emoeniem ons dat wanneer je een zieke bezoekt (hele grote mitswe), dat je hen moet aanmoedigen bitachon op te bouwen.

Wanneer is er sprake van een compleet bitachon? Je moet van doordrongen zijn dat niets voor Hasjem verborgen is, dus ook niet waarom een jissoeriem ten goede voor iemand is. Iedereen is een creatie van Hasjem en Niemand dan Hij weet beter hoe Hij vast moest stellen wat de aantasting van het object is, welke elementen schadelijk zijn, wat zal kunnen leiden tot de ziekte en wat het geneest. En dit geldt ook voor de mensen die iets maken uit wat al bestaat en wat hooguit door onze handen van vorm kan veranderen, laat staan Hasjem. Hasjem heeft de mens met al zijn functies uit het niets geschapen. Dan is Hij Zich zeker bewust van wat goed of slecht. Dit geldt in deze wereld, maar ook in Olam Haba (Chovos Halevavos Sha’ar Habitachon hfst. 3).

Als Schepper van alles wat bestaat, vertelt Hij ons door middel van Zijn instructies (Tora) hoe de mens hier zich kan handhaven en kan overleven. Hasjem is Persoonlijk geïnteresseerd in onze vooruitgang. Zijn richtlijn brengt jissoeriem die allemaal volledig van essentieel belang en nuttig voor de mens bestaan zijn.

Jissoeriem is een troost voor de toekomst
“En je bent vergeten Hasjem je G’d Die je uit Mitsrajiem heeft uitgeleid, uit het diensthuis…
Die je in de woestijn manna liet, wat je vaderen niet hebben gekend;
met het doel je je nederig te maken en met het doel je te beproeven,
om je in je toekomst goed te doen”

Dewariem 8:14, 16

Sforno leert dat degene die in de test slaagt, zal nog meer dan engelen beloond worden. “Jouw staf en Jouw stok geven mij troost.” Tehilliem/Ps. 23:4. RaSji leert dat Dawied Hamelech hier aangaf dat hij wist dat zijn zonde door jissoeriem waren vergeven, en dat hij klaar was voor zijn koningschap. Midrasj Rabba Bereesjiet 66:5 leert dat het leven van een tsaddiek vaak moeilijk begint, maar eindigt met rust. Voor de rasjiem is dat andersom. Matnot Kehoenah legt uit dat Hasjem zorg heeft gedragen voor de enkele zonden die zij hadden gemaakt, zodat zij van eeuwige rust kunnen genieten.

Jissoeriem is pijnlijk. Maar juist dat helpt de betrokkene de Tora als het ware buit maakt. Na dat hij Tora gelernt heeft en heeft geleerd de jissoeriem te accepteren uit liefde voor Hasjem, dan zal de jissoeriem sneller van hem wijken.

De Chofets Chaim schreef in Sjem Olam (Sja’ar Hischazkus, hfst. 12) over jissoeriem op nationale schaal. Hij leert ons dat de Gra (Gaon van Wilno) zei dat de dagen van galoes te vergelijken is met een zwangerschap en aan het eind zijn de geboortepijnen het hevigst. Maar na die pijnen krijg je de ultieme verlossing. Het is het nationaal lijden dat een nationale redding inluidt.

Redenen van het lijden
Dank G’d voor zowel het positieve als het negatieve.

BT Megilla 25b

Avodah Zara 54b vertelt over Romeinse filosofen die aan de Geleerden vroegen: “Als jullie G’d niet van avodah zara houdt, waarom schaft Hij dit niet af?” De Geleerden zeiden: “wanneer mensen entiteiten aanbidden die in de wereld geen doel zouden hebben, dan zou G’d ze vernietigd hebben. Maar de realiteit is dat mensen de zon, de maan en de sterren aanbidden…. Moet G’d Zijn wereld vernietigen voor een stelletje dwazen? De wereld functioneert volgens een vastgesteld systeem en de dwazen die dit misbruiken zullen uiteindelijk hiervoor rekenschap moeten afleggen…”
In de meeste gevallen wanneer een tragedie plaats vindt, is het de schuld van de mens. De wereld bevat alle bronnen die wij nodig hebben. Het falen van menselijke systemen waardoor wij niet realiseren wat de potentie van de aarde is, waardoor wij niet alle mensen voeden is niet G’ds schuld. Dit geldt ook voor de hoax dat er sprake zou zijn van een wereldwijde over populatie. Deze gedachte gang komt voort uit een kunstmatige fantasie gevoed door de exclusieve focus vanuit de mens zelf. Daarom is het dwaas om wereldproblematiek op G’d af te schuiven: “Als er een G’d is, hoe kan Hij dit toestaan?” We kunnen beter zeggen: “Hoe kan de mens dit toestaan?”
De realiteit van het lijden is het bereiken van de lessen van het absolute in dit leven. Nationaal en individueel lijden herinnert de mens aan zijn bestaan in het materiële wereld en dat zijn eindbestemming niet het Olam Hazeh, maar het Olam Haba is. Daar is alles perfect.

RaMCHaL (Rabbi Mosje Chaim Luzatto) leert ons dat het principe van het ‘materie’ is dat de mens niet voor deze wereld – Olam Hazeh – geschapen is, maar voor Olam Haba. De ervaring in deze wereld is een middel om zijn ervaring in Olam Hazeh te bereiken, wat zijn ultieme doel voor Olam Haba is. RaMCHaL wijst ons erop dat de Talmoed zegt dat hetgeen wij door inspanning in de middag voor Sjabbes bereiken, dat zal hetgeen zijn wij tijdens Sjabbes zullen eten, want op Sjabbes mag je niet werken.

Degene die geen inspanning verricht in de middag voor Sjabbes (Olam Hazeh), wat zal hij tijdens Sjabbes (Olam Haba) te eten hebben? Avodah Zara 3a, Midrasj Rabba Roeth 3:3 en Midrasj Sjocher Tov, Spreuken 7. Ieder intelligent mens, zo zegt de RaMCHaL in Messilat Yeshariem hfst 1, ‘Path of the Just’ van R’Silverstein, zal nooit geloven dat dit leven het ultieme doel van zijn bestaan is.
Bestaan er mensen die werkelijk altijd gelukkig zijn en een rustig leven lijden? De meeste jaren zijn immers gevuld met uitdagingen, beproevingen, lijden, angst, problemen, pijnen, ziekten, zorgen en met een uiteindelijk uitzicht op de dood. Al zou er een op de duizend een geweldig leven lijden en hij leeft nog op zijn honderdste, dan is hij al van deze wereld weggenomen. Hij heeft zijn stukje Olam Haba namelijk al gehad.

Alexander de Grote vroeg aan de geleerden van Israel: “Wat zou iemand moeten doen om te leven?” Het antwoord luidde: “Hij zal sterven.” Hij vroeg toen verder: “Wat zou iemand moeten doen om te sterven?” Het antwoord luidde: “Hij zou moeten leven.” Talmoed Tamid 32a.

Toen Alexander de Grote naar het leven vroeg, doelde hij op Olam Haba. Toen hij naar de dood vroeg, maakte hij een verwijzing naar het individu, die niet zou moeten leven alsof dit leven het doel op zichzelf zou zijn, want in Olam Haba kun je immers niet dood zijn.

Lijden in wat voor vorm dan ook, is als een tik op de vingers om je te herinneren dat het niet om dit leven draait, maar om Olam Haba! Een operatie kan tragisch zijn, maar de gevolgen om niet te opereren is meestal tragischer. Een operatie kan dus een nog tragischere omstandigheid voorkomen. Zo ook het lijden in dit leven. Dat kan een tragischer omstandigheid na dit leven voorkomen.

Zoals eerder besproken: het lijden begint al bij het andersom aantrekken van een t-shirt, het krijgen van een koude drank in plaats van de bestelde warme drank tot het meest afschuwelijk lijden (Er’chin 16b). Dus het lijden overkomt een mens – in wat voor vorm dan ook – als preventie of het minimaliseren van iemands vooringenomenheid met déze wereld om zo tot de volledige waardering voor het Olam Haba (Midrasj Bereesjiet Rabba 9; Kiddoesjien 40b) te komen. Lijden is dus een daad van liefde (Bereachot 5a; Midrasj Rabba 92) en niet een G’ddelijke vergelding: Spr. 3:12; Tehilliem. 94:12 en 13.

Rav Hirsch leert dat het kwaad dat Hasjem van tijd tot tijd in ons leven toelaat is om de mens te disciplineren. Hierdoor wordt de mens sterker in zijn morele zedelijkheid en het maakt de mens nederig. Het slechte waarin in de mens moet in uithouden is een deel van zijn trainingsbaan van het lijden dat hem zal verfijnen door discipline, een discipline die alleen aan G’d onderwerpt, die in staat zijn zichzelf te verbeteren.

Laat een mens zich meer verheugen in lijden dan in voorspoed. Want als een mens zijn hele leven in voorspoed heeft geleefd, is de zonde die hij mogelijk heeft begaan, niet vergeven. Maar wat verzoend is door lijden, dat wordt hem vergeven. Immers, zoals een mens door G’d aanvaard werd langs de weg van de offers, zo wordt hij nu aanvaard door het lijden. Ja , het lijden verzekert G’ds toewijding nog meer dan offers, want offers worden met behulp van geld gebracht, terwijl het lijden door het hele lichaam wordt opgebracht. — Sifre 73b

Waarom wij jissoeriem willen vermijden
Een chassidische parallel:

Een kind rent zonder schoenen over straat. Vader waarschuwt hem voor een splinter, maar de jongen luistert niet. Op een gegeven moment loopt hij in een splinter en zijn voet gaat enorm zweren. Het is zelfs zo erg geworden dat het kind in levensgevaar verkeert en het risico loopt dat zijn been geamputeerd moet worden. Gelukkig kunnen de doktoren het kind en zijn been redden, alleen de behandeling is enorm pijnlijk. Na een paar weken later rent het kind weer zonder schoenen over straat. Vader waarschuwt hem voor splinters. Maar het kind is niet onder de indruk. Dan waarschuwt vader hem voor de enorme infectie. Ook dat baadt hem niet. Tot slot waarschuwt vader hem voor de behandeling die de doktoren hem gaven om hem te redden en te genezen. Dat sloeg aan en het kind trok zijn schoenen aan.

Met andere woorden: wij zijn niet bang voor de gevolgen van de zonde. Wij zijn bang voor het genezingsproces – het louteren – van de zonde. Hasjem straft niet voor de zonde, Hasjem komt bij je langs, breidt je aantasting van je heilige element recht en dat doet zeer. Maar dan ben je van je zonde genezen. De wereld spreekt van straffen van zonden, het Jodendom spreekt van schoonwassen van zonden. Een kind schoon schrobben van modder en vuil kan door het hete water en de borstel behoorlijk pijn doen. Sjlomo hamalech zegt dat degene die zijn kind niet tucht, zijn kind haat.

Rabbi Jonah Gerondi leert dat er drie soorten mensen zijn die jissoeriem negeren.

ondanks de persoon weet dat hij fout is geweest en door heeft dat de jissoeriem gevolgen zijn van zijn zonde, is hij niet op het punt om tejoeva te doen.
de persoon weet dat hij gezondigd heeft, maar denkt dat zijn jissoeriem toeval zijn in plaats van een G’ddelijk ingrijpen.
de persoon vindt van zichzelf dat hij een tsaddiek is en denkt dat hij helemaal niet gezondigd heeft.
Wij dawnen constant voor bevrijding van problemen. Logisch, want in Sjabbes 32a wordt gezegd dat een persoon voordat hij ziek wordt voor zijn gezondheid al moet dawnen. In Sjmone Esre dwanen wij drie keer per dag: “Genees ons, Eeuwige, dan zullen wij genezen zijn; help ons dan zullen wij geholpen zijn, want U komt onze lof toe en verschaf ons volledige genezing voor al onze kwalen…” (Birkat Choliem Werefoea). “…Help ons en dan zullen wij geholpen zijn…” is het verzoek dat wij sowieso niet ziek worden (Ijoen Tefillah en Haleli Nafsji).

Als er alleen maar goede redenen te bedenken zijn waarom jissoeriem juist (een verborgen) zegeningen zijn, waarom moeten wij er voor dawnen dat het ons toch niet treft? Het antwoord kunnen wij vinden in Berachot 5a. Daarin staat geschreven: Men zou kunnen denken dat jissoeriem voor boetedoen dient, zelfs indien de persoon de jissoeriem niet uit liefde voor Hasjem accepteert. Daarom is het vers zegt: “wanneer hij van zijn ziel een asjam maakt…” Jesjajahoe 53:10, moet zijn acceptatie voor jissoeriem effectief zijn. Jissoeriem heeft alleen zin wanneer iemand realiseert dat deze van Hasjem komt waardoor hij het niet onaanvaardbaar vindt. Misschien zijn wij daarom zo bang voor jissoeriem. Misschien zijn hebben wij gewoonweg faalangst. RaMBaM schrijft in Hilchot Tesjoeva 9:2: “De reden dat heel Israel, hun profeten en de Geleerden naar de Masjiach verlangen, is omdat zij in vrijheid van de koninkrijken: die hen niet toestaan Torastudie te doen en de mitswes te volgen. Zij zullen dan in alle rust hun kennis kunnen verruimen… in die dagen zullen wijsheid, begrip en waarheid in overvloed zijn.” Misschien kunnen wij hierdoor beter begrijpen waarom wij jissoeriem willen vermijden.

Wij willen niet opgezadeld worden met ergerlijke omstandigheden, want wij willen Hasjem dienen op de meest haalbare niveau, zonder verhinderd te worden door ongemakken.

Moge Hasjem de Verlosser snel sturen, zodat de wereld vol van wijsheid en waarheid zal zijn en wij in staat zijn op het meest optimale niveau Hem te dienen.

Bronnen:
“Yissurim, a blessing in disguise” van rabbi Leib Gershon Seligson
“G-d’s “Hidden Goodness” van rabbijn ing. I. Vorst voor Chabad.org
De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi van de heer Zwi Goldberg van Hoor-Israel
“Fallen Kings” van Rabbi R. Goldzweig van Chabad.org
“Dybbuk” van Gershon Winkler

©FAQ-online 2010

Een gedachte over “Jissoeriem (tegenspoed): Verborgen zegeningen

Reacties zijn gesloten.