Eer je vader en je moeder

Geschreven door Joel von Schükkmann

© Israelimages.com / Michael Levit

Onze rabbijnen, van gezegende nagedachtenis, leren ons in een beraisa:

“Er zijn drie partners in de schepping van een persoon: De Heilige, Gezegend zij Hij, iemands vader en moeder. Wanneer iemand zijn vader en moeder eert, zegt de Heilige, Gezegend is Hij “Ik beschouw het alsof ik onder hen geleefd heb, en zij Mij hebben geëerd.”
Kiddushin 30b4

Het eren van onze ouders is één van de moeilijkste geboden in de gehele Torah. Moeten we alles doen wat ze zeggen? En wat als we het niet eens met ze zijn?

Het gebod om je ouders te eren is het 5e gebod van de tien woorden. Volgens de Maharal zijn de 10 woorden op 2 tabletten geschreven, en is dit gebod de laatste op het eerste tablet. Op elk tablet stonden namelijk vijf geboden. Het eerste tablet ging over de relatie van mensen tot G’d. De tweede ging over de relatie van mensen t.o.v. andere mensen. Door het gebod om onze ouders te eren, te plaatsen op het eerste tablet, wil G’d ons laten zien hoe belangrijk het “eren van onze ouders” is. Hij wil ons laten zien hoeveel waarde Hij eraan hecht. Door het gebod te plaatsen op het tablet met de geboden waarmee we G’d zelf zegenen, en onze relatie met Hem mee onderhouden. Wanneer we onze ouders eren, beschouwd G’d het alsof we Hem eren. Maar wanneer we onze ouders niet eren, dan zegt G’d: “Ik heb er goed aangedaan om niet onder hen te leven. Want als ik onder hen had geleefd, dan hadden ze mij gekweld.” Kiddushin 31a

Op de andere “versie” van dit gebod in Devariem/Deut. 5:16 geeft de Ha’amek Davar als commentaar dat dit vers de woorden “zoals Hashem, jouw G-d je opdraagt” eraan toevoegt. Naast de natuurlijke liefde die mensen voor hun ouders hebben, moeten we ook in gedachten houden dat het een gebod van Hashem is om onze ouders te eren. De “natuurlijke liefde” kan namelijk – G’d verhoede het – nog altijd veranderen. Eerbied voor onze ouders is de hoeksteen van de gehele Torah. Omdat onze traditie gebaseerd is op de “ketting” van Avraham Avinu tot Sinai, en van Sinai tot nu toe, houdt zo het 5e gebod, alle vier de daarvoor gegeven geboden in stand.

Daden
Het Hebreeuwse woord voor man is איש (ish) en voor vrouw is het אשה (isha). Deze woorden worden hetzelfde geschreven, behalve de י (yud) in איש (ish) en de ה (heh) in אשה (isha). En als we deze weggehaalde letters samenvoegen, dan zien we, dat we op de naam van G’d uitkomen, nl. ה-י. Dit betekend dat als een man en een vrouw op de juiste manier gemeenschap hebben, G’d erbij aanwezig is (Rashi over Sotah 17a). Een koppel (man & vrouw) dat een rechtvaardig nageslacht heeft voortgebracht, heeft de eer om de heilige aanwezigheid van Hashem te zien. D.w.z wanneer een kind juist handelt en zijn ouders eert, dan zegt G’d “Het is alsof ik in hun midden geleefd heb, en zij [ouders en het kind] Mij hebben geëerd.”

Rashi schrijft over het eren van je ouders in zijn commentaar op Vayikra/Lev. 19:3: “Het eren/eerbied hebben uit zich in daden. Daden die de “status” van ouders omhoog brengen. Zoals hen eten en drinken te brengen/geven, aan te kleden [wanneer ze dat niet kunnen] of hen te begeleiden als ze dat nodig hebben.” De eer naar onze ouders is dus ong. gelijk aan de eerste drie geboden. We moeten erkennen wie onze ouders zijn, we mogen niets doen wat hen kan kwetsen, vernederen, of wat hen “omlaag” helpt. We moeten hen onzelfzuchtig “dienen”, zonder enige bijbedoelingen (denk aan een erfenis). We mogen niet zweren in of met hun namen. We moeten zeker ook elk ander ding doen, dat onze ouders zou eren. Ook dat valt onder dit gebod, volgens de Rambam.

Tweede gebod t.o.v. ouders
Er is ook nog een tweede gebod, dat we kunnen lezen in Vayikra/Lev. 19:3. Daar lezen we: “Een ieder van jullie moet ontzag hebben voor zijn moeder en voor zijn vader, en Mijn Shabbosos moeten jullie strikt houden.”

We moeten onze ouders “vrezen” /ontzag voor hen hebben. Er zijn twee soort van “vrezen”:

Vrees uit angst
Vrees uit heiligheid / ontzag
Hier wordt elke handeling die onze ouders kan beledigen ons verboden.

De Rambam schrijft in zijn werk’ Sefer Hamitzvos, Chinuch: “Je moeder en vader zul je vrezen betekend, dat je tegenover je ouders moet handelen alsof je tegen een machthebbend persoon zou doen. Een persoon die jou zou kunnen straffen als je hem met disrespect behandeld.”
Rashi legt verder uit dat dit een kind ook verbied, om maar zelfs op de vaste plekken van zijn ouders te gaan zitten (bijv. op een bank of in een stoel), hun te storen of (op abrupte en/of onrespectvolle manier) tegen te spreken. De Talmoed legt verder uit, dat het eren van je ouders gelijk staat aan het eren van G’d.

“Een ieder van jullie moet ontzag hebben voor zijn moeder en voor zijn vader, en Mijn Shabbosos moeten jullie strikt houden.” Vayikra/Lev. 19:3

“Voor de Eeuwige je G’d, moet je ontzag hebben / vrezen, Hem moet je dienen en bij Zijn naam moet je de eed afleggen” Devariem/Deut. 6:13

Hier worden in beide teksten dezelfde woorden gebruikt, in exact dezelfde volgorde. Hiermee laat de Torah ons zien dat we onze ouders moeten vrezen op hetzelfde niveau als dat we G’d eren. We zien ook ditzelfde principe weer terug als het gaat om het verbod tegen het vervloeken van één van onze ouders.

“Hij die zijn vader of moeder vervloekt, zal ter dood gebracht worden” Shemos/Ex. 21:17. En in Vayikra/Lev. 24:15 lezen we: “Wie zijn G’d vervloekt, zal zijn zonde dragen” Ook hier gebruikt de Torah, dezelfde taal. De Talmoed leert ons dat wanneer we onze vader of moeder zegenen, we de Almachtige zegenen. Kiddushin 30b.

Tekort schieten
Wij maken vaak de fout dat onze ouders ons dankbaar moeten zijn. Wij denken dat zij ons voeden en kleden, betalen voor onze studie en trouwerijen, want uiteindelijk vroegen wij er niet om geboren te worden… Maar dat hebben we fout. Onze ouders hebben ons niets te danken, wij hebben alles aan hen te danken. Zij gaven ons het leven. Vaak schieten we gewillig of ongewillig in dit gebod tekort. Daarom geeft de Gemora ons een voorbeeld van een goy (niet Jood), die zijn ouders eerde.

“Men vroeg aan Rav Ulla ‘tot hoever gaat het gebod om je vader en moeder te eren?’ Rav Ulla antwoordde hen: Ga en zie wat een afgodendienaar deed in Ashkelon, zijn naam is Dama ben Nesinah. Het gebeurde eens dat onze geleerden een bepaalde handel wilden kopen van Dama zoon van Nesinah. Voor een prijs dat hem een winst van 600.000 gouden dinars zou geven. Maar de sleutel van de kist met de handel lag onder het kussen van zijn vader die sliep. En Dama zoon van Nesinah, stoorde [zijn vader] niet. Kiddushin 31a.

Als Dama zoon van Nesinah al zo handelde, en de wereld toen al het belang van dit gebod in zag, hoeveel te meer kunnen wij dan wel niet leren van deze Dama ben (zoon van) Nesinah.

Wat als ouders niet shomer mitzvos leven?

Natuurlijk heb je nog ook altijd het geval, dat iemands ouders niet shomer mitzvos leven. Ze leven niet naar de geboden van Hashem. Ook de ouders zijn nog altijd verbonden aan het gebod om hun kinderen op te voeden met de Torah. Als ouders dit niet doen, zijn wij niet verplicht om naar onze ouders te luisteren. Echter geldt dit alleen als zij ons vragen/opdragen om een Torah gebod te overtreden. Bijvoorbeeld om Shabbos te schenden, of niet kosher te eten. Dit weigeren moet natuurlijk altijd wel op een respectvolle en vriendelijke manier gedaan worden.

In de Gemora zien we in een Beraisia: Iemand zou kunnen denken dat het eren van ouders het gebod van Shabbos overschrijdt – “Een mens zal zijn ouders vrezen, en mijn Shabbosos houden” – iedereen van jullie (zelfs je ouders) moeten Hashem eren! Over het algemeen bestaat er een verbod om een ouder te eren (en te volgen) in het slechte. Er is echter wel een Machlokes (tegenstrijdigheid) tussen de Rama en de Mechaber. Zo houden Sefardiem zich bijvoorbeeld aan de regel dat zij hun ouders dan wel moeten blijven eren, en de Ashkenazim niet.

Maar het is natuurlijk altijd moeilijk, vooral in onze dagen. In dagen dat er talloze mensen opgroeien zonder de Torah, om deze mensen in de categorie van “kwaad” of “slecht” te plaatsen. Er zijn tegenwoordig zo veel omstandigheden waar we rekening mee moeten houden. Neem bijvoorbeeld Joodse kinderen die na de Shoah zijn opgegroeid in niet-Joodse gezinnen of vroeger en Joods kind dat ontvoerd was door goyim. Zulke ouders moeten nog steeds altijd geëerd worden. Maar zoals ook al eerder geschreven, we zijn nooit toegestaan om hun te volgen in het overtreden van Torah. Het is niet altijd simpel om respectvol te blijven als het aankomt op het discussiëren over bepaalde Torah onderwerpen. Maar we moeten altijd ons best blijven doen. Als wij het niet men hen eens zijn, dan moeten wij hen niet onderbreken, corrigeren (op een vernederende manier) of hen ter schaamte brengen. We moeten ervoor uitkijken om niet te hard voor hen te zijn wanneer zij iets verkeerds zeggen. Als zij iets verkeerds zeggen moeten wij i.p.v. “Abba, je hebt het fout!”, meer respectvoller zijn, zoals “Abba, het lijkt mij eerder dat…” Onze motivatie en houding maken het verschil.

“Schandalige” ouders
Zoals ik in het vorige gedeelte beschreven heb, hoeven we onze ouders niet te volgen in hun slechte daden en overtredingen van Torah. Maar wat dan, als onze ouders verkeerd gehandeld hebben? Als ze te negatief waren, of echt heel iets “stoms” hebben gedaan. Moeten we hen dan nog dankbaar zijn en hen eren?

Stel je voor dat je ouders voor je 20e verjaardag een gloednieuwe auto hebben gekocht. Je rent enthousiast naar buiten, en komt er dan achter dat het geen banden heeft. De weken daarop zit je woedend binnen in huis te mokken. Want… wat is nou een auto zonder wielen? Wat zou een passende reactie kunnen zijn?

Ga naar buiten om geld te verdienen! Wij leggen te vaak de schuld van onze problemen en tekortkomingen bij onze ouders. Maar in principe handelen we net zoals de persoon die een auto zonder wielen krijgt. Hebben onze ouders fouten gemaakt toen ze ons opvoedden? Natuurlijk hebben ze dat gedaan! Iedereen maakt fouten. Onze uitdaging in het leven is om te accepteren wat zij ons gegeven hebben, zowel het goede als het slechte, en om er het beste van te maken met dat wat we hebben. Hun fouten zijn geen reden om onze verplichting om hen te eren opzij te schuiven. Zij zijn uiteindelijk wel degenen – naast Hashem – die ons leven hebben gegeven.

Zelfs wanneer onze ouders ons in het openbaar vernederen, dan nog moeten jij hen met respect behandelen. De Ben Ish Chai (Rabbi Yosef Chaim) schrijft: “Zelfs als je moeder en vader voor je komen, in het bijzijn van iedereen. En jouw kleren van je af rukken, in je gezicht spugen en jou slaan. Dan moet je het aannemen zonder iets te zeggen.”

We horen dan wel niets te zeggen, en het aan te nemen. Maar dit betekend niet dat wij dit gedrag moeten respecteren. In Sefer Habris, deel 2 nr. 13 staat: “Er wordt niet van jou verwacht om je ouders gedrag te eren dat verkeerd (misbruikend) of disrespectvol is tegen jou. In dat geval zijn ouders verboden om wreed te handelen tegen hun kinderen, of hen nodeloos te laten lijden.”
Maar als een ouder van zijn / haar kind verlangt dat het kind – G’d verhoede – incest pleegt. Dan wordt het gezien als het “eren van je ouder(s)”, wanneer het kind vrijwillig besluit om van zijn ouder(s) verwijderd te worden / zelf van huis gaan. Om zo te voorkomen dat zijn/haar ouders verder nog in de verleiding (zeer ernstige overtreding van de Torah) zou kunnen komen. En eventueel de ouder(s) van een afstand te helpen. Soms hangt het eren van iemands ouders af van de uitkomst, dan hoe het gezien wordt door buitenstaanders. Het is mogelijk om je vader voor een zware molensteen te zetten, en toch in de hemel te komen. Maar het is ook mogelijk om je vader het beste van het beste te eten te geven, en toch in de hel te komen. Het ligt er maar wat je redenen waren om het te doen.

Ouders voor kinderen
De liefde die ouders aan hun kinderen geven, is slechts een kleine weerspiegeling van G’ds liefde voor ons. Dat is waarom ouders hun kinderen moeten leren om hen te eren. Het is de enige manier om een belangrijke relatie op te bouwen met hun Schepper, iets wat zij hun hele leven met zich mee zullen dragen. De Rambam zegt dat deze mitzvah zelfs geldt na de dood van onze ouders. Door hen te gedenken in ons leren, bidden, gedachten en in onze woorden, vormen deze aspecten een continuatie van het eren van onze ouders. Dit gebod gaat verder dan dit leven zelf. Het streven naar het compleet vervullen van dit gebod betekend de grootste beloningen op deze wereld, en voor in eeuwigheid.

Verder zijn ouders wél verboden om hun kinderen erg te belasten met dit gebod, en om hun kinderen te overladen met bezorgdheid over het respect naar hen toe (de ouders). Dit gaat over allerlei soorten van “belasting” incl. psychologische.

Punten waarin kinderen de ouders niet hoeven te volgen
Als iemand Aliyah wil maken – emigreren naar Israel – en zijn / haar ouders staan er niet achter, zelfs als de ouders er fel op tegen zijn, dan nog is de persoon toegestaan om Aliyah te maken. De Gemora vertelt ons in Kuddushin 31b2 over Rav Assi wiens moeder ziek was. Rav Assi is naar Eretz Yisroel gegaan, en zijn moeder was achtergebleven in Babylonië. Echter zijn moeder is hen achterna gekomen, en dat kreeg hij te horen. Rav Assi wilde zijn moeder tegemoet komen.

“Rav Assi kwam bij R. Yochanan en vroeg hem: wat is de wet, mag iemand het land [Eretz Yisroel] verlaten, en gaan reizen? [R. Yochanan] antwoordde hem: Het is verboden.

De Rambam legt uit dat je Eretz Yisroel niet mag verlaten, behalve onder zeer ernstige omstandigheden. Hilchot Melachiem 5:9

“… toen vroeg Rav Assi: Maar als ik uit ga, om mijn moeder te ontmoeten [wat is de wet]?
R. Yochanan antwoordde: Ik weet het niet. Rav Assi wachtte een tijdje, en kwam toen terug bij R. Yochanan. R. Yochanan zei: Moge de Almachtige je in vrede laten terugkeren naar Babylonië…”

Rabbi Yochanan was namelijk niet zeker of de mitvah het eren van je ouders, hoger stond dan het verbod, van het verlaten van het Land. Verder legt Rashi uit dat Rabbi Yochanan dacht, dat Rav Assi besloten had om terug te keren naar Babylonië om zijn zieke moeder weer te gaan verzorgen. Maar Rav Assi kwam bij hem om te vragen of hij haar tegemoet mocht komen. De Maharasha, Maharit en anderen zeggen daarentegen juist dat R. Yochanan het tweede verzoek van Rav Assi wél goed begreep. En hij Rav Assi toestemming gaf om te gaan, en terug te keren naar Eretz Yisroel in vrede.

De Gemora gaat verder:
“Toen hij [Rav Assi] onderweg was, hoorde hij dat zijn moeders kist eraan kwam. Hij zei: Als ik geweten had dat zij zou sterven voordat ik bij haar aankwam. Zou ik Eretz Yisroel niet verlaten hebben.”

Dit geeft dus aan hoe belangrijk het Land is. Rav Assi zag het niet als het eren van zijn moeder door haar kist op te gaan halen. Daarvoor had hij in het Heilige Land kunnen wachten, om haar daar te begraven.

Ooit kwam er iemand naar Rabbi Tzvi Yehuda Kook zt”l toe met de vraag wat hij moest doen. Hij studeerde aan Rabbi Kook’s z’n Yeshiva en wilde een jaar langer blijven, maar zijn moeder wilde dat hij terugkwam. Waarop Rabbi kook antwoordde met een glimlach: “Je bent toch al over je Bar Mitzvah leeftijd?”

In de Kitzur Shulcan Aruch wordt een heel lange lijst opgesomd met zaken waarin een kind zijn/haar ouders moet gehoorzamen. Maar de Kitzur somt ook een kleine lijst van vier punten op, waarin een kind niet hoeft te luisteren.

Wanneer een zoon Torah wilt gaan leren in een specifieke plaats en zijn ouders dit niet toestaan omdat de yeshiva in een antisemitische stad staat. Shulchan Aruch, Yoreh Deah, 250:25
Wanneer een zoon een bepaald meisje wilt trouwen en de ouders zijn het er niet mee eens.
Wanneer een kind in een andere shul (synagoge) wilt bidden dan die van zijn ouders. Pitchei Teshuva, 240:22
Wanneer een Beis Din zegt dat een kind niet naar Israel kan gaan omdat het gevaarlijk is, hoeft het kind niet te gehoorzamen. Even Ha’ezer, Pitchei Teshuva 75:6, in Me’il Tzedaka 24
In dit laatste voorbeeld legt de Mabit uit dat ouders zelfs hoger geacht moeten worden dan een Beis Din. En als ouders proberen om hun kind(eren) te weerhouden om te emigreren naar Israel, dan hoeft het kind niet te luisteren. Daarom kan een uitspraak van een beis din dat een kind weerhoud om Aliyah te maken niet afgedwongen worden.

In al de bovengenoemde punten, kunnen ouders hun kinderen niet verbieden om een mitzvah te doen. Of het nou gaat om het leren van Torah, trouwen, bidden of emigreren naar Israel. Als er een Mitzvah in het spel is, hoeft een kind niet te luisteren naar de ouders als die ertegen zijn. Dit is omdat iedereen verplicht is om de mitzvot te houden – Bava Metzia 32a, Yevomos 6a.

De Gaon van Wilna stelt echter dat een kinds zijn onafhankelijkheid op alle gebieden van het leven geldt, en niet alleen daar waar er Mitzvot aan het spel komen. Bijvoorbeeld als een kind wilt verhuizen naar een andere stad, of als hij een boer wilt worden, of als hij bepaalde dingen wilt kopen, en zijn ouders keuren het af, dan nog hoeft het kind niet te luisteren – Shulchan Aruch, Yoreh Deah, Biur HaGra, 240:36.

Rabbi Yaakov Ariel schrijft in zijn boek In the Tenth of Torah: “Een kind is er om zijn eigen leven te leiden, en niet het leven van zijn ouders. Hij wordt geboden om zijn ouders te eren in zaken die direct op hun persoonlijk welzijn slaan. Maar wanneer het komt op zijn eigen leven, is hij de kapitein van het schip.”

©Joel von Schükkmann voor FAQ-online 2006