Gebed: het recht om te debatteren met G’d

Geschreven door Rabbijn prof. Efraim Sprecher | Vertaling: door de redactie

Klik op de afbeelding voor de bron van deze prachtige afbeelding.

De Talmoed zegt in Berachot 26b dat “Tefilot Avot tiknoem… gebed is ingesteld door de Avot.” De Talmoed verwijst naar Bereesjiet/Gen. 19:27 als bewijs hoe Avraham het Gebed heeft ingesteld: “Wajaskem Avraham baboqer el hamakon asjer amad sjam et pnei Hasjem… en Avraham stond vroeg in morgen op naar de plaats waar hij voor G’d stond.”

Het verband zit tussen het woordje ‘amad’ – ‘stond’ en het Amida Gebed [Sjmone Esre]. Dit lijkt vreemd omdat volgens de Tora een hoofdstuk verder [Bereesjiet 20:17] “Wajitpalel Avraham el Ha’elokiem – En Avraham bad tot G’d” staat. Het woordje ‘wajitpalel’ staat in directe verband met het woordje ‘tefillah’ – ‘gebed’. Als dit het bewijs is dat Avraham het Gebed heeft ingesteld, waarom gebruikte de Talmoed niet deze vers als bewijs? Daarbij, in de situatie van Avrahams tefillah, G’d beantwoordde zijn gebed en op een wonderbaarlijke wijze genas Avimelech, de koning van de Fiilistijnen, met hem en heel zijn huishouden. Waarom vormt dit expliciete, succesvol en helder gebed niet de basis van onze gebeden?

Het eerste bewijsbare tekst over Gebed biedt ons een wijze les. Laten we gedetailleerd kijken naar de originele tekst: “En Avraham stond vroeg in morgen op naar de plaats waar hij voor G’d stond.” Wat was er zo speciaal aan deze plek? Deze plek moest van diepere betekenis voor Avraham zijn. Op deze plek stond hij, confronteerde hij G’d en debatteerde hij met G’d voordat de verwoesting van Sodom en A’mora plaats vond. Dit was de plaats waar Avraham, in zijn eentje, oog in oog met de Schepper van het Universum, zijn moed verzamelde en eiste: “Hasjofet kol haarets lo ja’aseh misjpat? Zal de Rechter van de hele wereld geen recht doen? Choliloh lecho l’hamit tsaddik im rasja? Hoe durf Jij de rechtvaardigen samen met de onrechtvaardigen te doden?”

De Talmoed leert dat deze vers als basis van het Joodse Gebed ons juist leert dat de plaats het Joodse Gebed niet gericht is op wonderen of geluk. In tegendeel. Gebed is de plaats waar wij G’d confronteren wat in onze ogen oneerlijk en onrechtvaardig lijkt. Gebed is de plaats waar wij worstelen en debatteren met G’d Die van gerechtigheid en recht houdt, maar lijden, pijn en dood van onschuldige kinderen toelaat. Gebed is de plaats waar wij net als Avraham staan en de afstand zien tussen deze wereld en de wereld zoals het had kunnen zijn. Daar is waar ons Gebed begint. Daar is waar hoop en verlossing begint. We hebben veel werk te doen. Laten we beginnen met een dagelijks gesprek met G’d en vertel Hem onze problemen. Dat is de beste therapie dat er is en het is nog gratis ook!

Door gebed worden wij G’ds boodschappers die laten zien hoe je met de harde levenslessen om moet gaan. Wij laten aan onze familie en vrienden zien dat je Emoena en Bitachon [Geloof en Vertrouwen in G’d) moet hebben, ondanks onze pijn en lijden.
Emoena, het geloof in alles wat ons overkomt – goed of zelfs tragedies – komt van G’d.
Bitachon – een hoger niveau dan emoena – is het vertrouwen dat diezelfde tragische gebeurtenissen onderdeel zijn van G’ds plan voor het Uiteindelijke Goede.

©Rabbi prof. E. Sprecher 2013