Jitro, de man die alles had uitgeprobeerd

Geschreven door Dayan mr. drs. R. Evers

“Jitro, de koheen van Midjan, schoonvader van Mosje hoorde alles wat G’d gedaan had voor Jisra’eel, zijn volk …en kwam” (18:1-5).
Deze afdeling, waarin ook de Tien Geboden voorkomen, staat op naam van een geer tsedek, iemand, die uit overtuiging Joods is geworden.
Jitro was de eerste in de geschiedenis, die Joods was geworden want voor de Exodus en het geven van de Tora was iedereen nog een Ben Noach, nog een Noachied.
Joden werden pas Joden na hun bekering aan de voet van de berg Sinai (Bnee Jisraeel waren we altijd al want dat betekent `kinderen van Ja’akov of Jisraeel’, onze derde Aartsvader).

Wie was deze Jitro? Waarom werd juist hij de schoonvader van Mosje?

De drie raadgevers van Farao
Farao had drie raadgevers Job, Bileam en Jitro. Voordat hij begon met de Jodenvervolging vroeg hij hen raad. Bileam, de heidense profeet, gaf Farao raad om de Joodse kinderen in de Nijl te werpen. Uiteindelijk werd hij, later in de woestijn, door de Joden gedood.

Job zweeg als de grijze meerderheid tegenwoordig omdat hij dacht, dat Farao toch niet zou luisteren naar zijn negatieve advies. Job kreeg daarna vreselijke ellende en pijn te verduren. Want als men zelf getroffen wordt door pijn en ellende, scheeuwt men het uit en zwijgt men niet.

Jitro was tegen de `Endlosung’ en moest vluchten voor zijn leven. Hij kwam in Midjan terecht en werd daar afgodenpriester. Uiteindelijk werd hij – als beloning – de schoonvader van Mosje. Jitro had een zesde zintuig voor spiritualiteit. En voor bedrijfsorganisatie.

Tot Jitro’s komst sprak Mosje in zijn eentje recht. Jitro stelde een geordende rechtsgang voor. Er werden op zijn initiatief 78.600 nieuwe rechters aangesteld. Orde is belangrijk. Men kan dit veralgemeniseren: een geordend leven is de basis voor het ontvangen van de Tora.
Derech erets, menselijkheid gaat vooraf aan de Tora. Daarzonder dreigt men het kind met het badwater weg te gooien!

“Alle afgoden al gediend”
Jitro had “alle afgoden al gediend”. Dit was niet denigrerend bedoeld. Het is juist een compliment. Hij was doorlopend op zoek naar de waarheid.

Jitro zocht de Tora. Wat is dat Tora? De Tora was het doel van de uittocht. Tora in diepste zin betekent een voortdurend najagen van de Enige Echte Waarheid, objectief zonder vooroordeel en bias. Het moeilijkste voor de mens is zichzelf te veranderen. Ook de vrije mens kost het enorme moeite om af te stappen van zijn eigen ideeën en gewoontes. Hij moet bereid zijn eerdere zienswijzen opnieuw te evalueren en steeds nieuwe uitgangspunten kunnen kiezen. Tora is constant jezelf durven toetsen.

Jitro koos voor spirituele ontwikkeling
Jitro woonde prachtig in Midjan. Hij had daar alle aardse luxe, die hij zich maar wensen kon. Maar hij koos voor zijn geestelijke ontwikkeling, verliet huis en haard en trok de woestijn in.

Jitro was een markante persoonlijkheid met veel facetten. Daarom had hij zeven namen: Re’oe-eel, Jeter, Jitro, Chovav, Chever, Kenie en Poeti’eel. Rasji legt uit hoe die namen allerlei aspecten van zijn persoonlijkheid weergaven: Re’oe-eel, vriend van G’d, Jeter, hij heeft een stukje aan de Tora toegevoegd. Toen hij Joods werd, kreeg hij een extra letter Jitro. Chovav, hij hield van de Tora, Chever, vriend van de Tora, die hij `Kenie’ zich had eigengemaakt en Poeti’eel, de man die vroeger vee vetmestte voor afgoden. Want Jitro had eerder alle afgoden geevalueerd. Uiteindelijk had hij de ware G’dsdienst omhelsd, het Jodendom. Maar hij deed alles uit vrije wil. Zijn levensfilosofie luidde: “geen religieuze dwang”.

Religie als verplichting druist in tegen het Nederlandse oergevoel, dat spontane reacties altijd beter zijn dan slaafse navolging van bevelen van Hogerhand.

Jitro was een markante persoonlijkheid. Jitro had “alles uitgeprobeerd”. Alle afgoden had hij gediend. Jitro zocht “the truth and nothing but the truth”.

Het Jodendom denkt hier echter anders over. Wij stellen, dat degene die de geboden verplicht uitvoert, hoger staat dan degene, die ze vrijwillig doet. Omdat de mitsvot ons geboden zijn, ontstaat alleen al door de opdracht een band tussen Gebieder (G’d) en onderdaan. Het woord mitsva betekent verbondenheid.

Bovendien moet iemand, die de geboden verplicht vervult, telkens weer opboksen tegen anti-krachten – de jetser hara – die geen Autoriteit veelt. Naar gelang de moeite is ook de beloning groter! Religie als bevel zag Jitro echter niet zitten.

Wij doen de mitsvot (geboden) echter niet omdat wij ze leuk vinden, ze logisch zijn of onze emoties aanspreken, maar puur omdat ze geboden zijn. Wij aanvaarden ze als G’ddelijke besluiten.
Wij gehoorzamen niet aan “Gij zult niet moorden” omdat dit een asociale daad is maar omdat G’d dit geboden heeft. Het verschil in benadering kan zeer groot zijn. In het geval van een G’ddelijk verbod op moord geldt dat absoluut en is moord op een `ontmenselijkt’ deel van de mensheid ondenkbaar.
Maar wanneer de `doodsverachting’ gebaseerd is op consensus en conventie – menselijke afspraken – dan blijkt het verbod op doden in de loop der tijden steeds rekbaarder en elastischer en is genocide niet onmogelijk, zoals we helaas aan den lijve hebben ondervonden.
De Tora was, is en blijft altijd revolutionair. Tora is een bovenaards gegeven, dat nooit totaal zal passen in een `man-made’ filosofie of systeem.

©Dayan mr. drs. R. Evers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *