Nadav en Avihu: de G’ddelijke dodelijke kus

Geschreven door Rabbijn prof. Efraim Sprecher en vertaald door redactie.

Dan nemen Aharons zonen Nadav en Avihoe ieder zijn wierookvat, en legt daarin vuur en legt daarin reukwerk; ze boden echter vreemd vuur voor Hasjem, die Hij hen niet had geboden. Een vuur ging uit Hasjem en verslond hen en zij stierven voor Hasjem [Wajjiqra/Lev. 10:1-2]. Veel Toracommentatoren hebben nagedacht waarom Nadav en Avihu stierven.

Was dit ‘vreemde vuur’ voldoende reden voor een G’ddelijke doodsvonnis? Deze dilemma wordt bemoeilijkt door de raadselachtige reactie van Mosje op deze tragedie: “Mosje zegt tegen Aharon: “dat is wat Hasjem heeft gezegd: Ik zal geheiligd worden in degenen die in de buurt van Mij komen en voor het hele volk zal Ik geheiligd worden!” [idem vs.3].

De cryptische verklaring van Mosje is op verschillende manieren uitlegbaar, maar de gemeenschappelijke noemer lijkt te zijn dat de daad die door de zonden van Aharon’s zonen helemaal niet eens zo negatief bleek te zijn. Zo citeert Rasji de Misdrasj met de woorden: “Mosje zei tegen Aharon: mijn broeder, ik wist dat Hasjem de Misjkan zou heiligen door de dood van iemand die heel dichtbij G’d staat. Ik dacht eerst dat het jij of ik het zou zijn. Nu zie ik dat Nadav en Avihu groter waren dan jij en ik.”

Ohr Hachaim [Rabbi Chaim ben Attar] merkt op: “De betekenis is dat Nadav en Avihu met een oncontroleebare en gepassioneerde liefde voor G’d zich naar de bovenste licht van de Sjechina optrokken en dat is de reden waarom zij stierven. Dit is het geheim: deze twee Tsaddiekiem hebben de G’ddelijke dodelijke kus ontvangen en dat is dezelfde kus die alle Tsaddikiem ontvangen. Er is echter een belangrijk verschil in het geval van andere Tsaddikiem. De kus van de dood drukt G’ds verlangen uit hen dichter tot Hem te trekken, terwijl Nadav en Avihu voor hun tijd zelf dichter tot Hem wilden komen.”

“Er zijn situaties,” zegt rabbi ben Attar, “waarin de dorst van de ziel om zich tot Hasjem te naderen, zo sterk is, dat het afkeer krijgt van zijn lichaam die hem aan deze wereld bindt. Het verlangt ernaar om geen deel meer te zijn en wilt zich vastklampen aan Hasjem.” In zijn Ohr Hachaim stelt hij in zijn commentaar op de dood van Nadav en Avihu dat onze bewustzijn onvoldoende uitgerust is dit verlangen te begrijpen noch hierover uit boeken te leren.

De twee zonen van Aharon hebben dus geen echte zonde begaan. Ze wilden zich op zo’n een hoog spiritueel niveau verheffen, dat hun ziel walgde van het vlees van hun lichaam. Dus de enige oplossing was het opgeven van het vlees om zo het hoogste mate van het Licht vast te kunnen houden om zo tot Hasjem te komen. Als wij deze interpretatie aannemen, dan kunnen we Aharons reactie beter begrijpen. Hij kon namelijk niet tegen Hasjems oordeel op, hij huilde niet eens om het verlies van zijn zonen, maar onderhield een ijzige stilte. “En Aharon zweeg.”

De spirituele energie die Nadav en Avihu toonden, was ongekend. Het barstte simpelweg vanuit hun zielen. Zo’n enorme kracht kan een gewoon mens niet verwerken en dit terwijl het doel van de Misjkan was ons in staat te stellen dagelijks normaal contact met Hasjem te hebben. Wat kan een mens doen wanneer de ziel uit het lichaam getrokken wordt wanneer je het sublieme raakt? Hoe kun je een normaal leven leiden waarin wij regelmatig in contact staan met Hasjem, maar worden verhinderd om het hoogste niveau van kedoesja te bereiken, wat dus simpelweg uit ons aardse bestaan is verbannen?

Om deze vragen te beantwoorden moeten we kijken naar Wajjiqra 16:1: “En Hasjem sprak na de dood van de twee zonen van Aharon tot Mosje toen zij te dichtbij kwamen voor het aangezicht van Hasjem en stierven.” Als gevolg van hun dood, drukte Hasjem onmiddellijk Zijn gebod – Zijn richtlijn die specifiek betrekking heeft op de expressie van de verlangen van Nadav en Avihu om dichter tot Hem te komen – in de volgende woorden uit: “En Hasjem sprak tot Mosje: zeg tegen je broer Aharon dat hij niet altijd in de Heilige plaats binnen het voorhangsel voor de Ark mag komen, zodat hij niet zal sterven. Want Ik zal verschijnen in de wolk op de deksel van de Ark. Zo zal Aharon binnenkomen in de heilige plaats, met een jonge stier als zondoffer en een ram als brandoffer” [Wajjiqra 16:2-3].

Nadav en Avihu legden een ‘vreemd vuur’ aan Hasjem voor, omdat zij een offer gaven aan Hasjem wat Hij niet om gevraagd had. Echter is deze handeling geen zonde op zich. Het is een uitdrukking van de intense verlangen van de broers om nog dichter bij G’d te kunnen komen. Het is een wens om een band met G’d te krijgen wat een ander mens nog nooit geprobeerd heeft deze te smeden. Zij wilden een buitenlichamelijke ervaring. Maar Hasjem wilt dat wij in deze aardse wereld leven die Hij heeft geschapen. Onze missie is alles in de Schepping te heiligen. Zelfs de profane alledaagse dingen. Dit omdat de Tora heeft verklaart in Dwariem/Deut. 11:21: “als de dagen van de hemel boven de aarde.”

Onze taak als Joden is de Hemel op aarde te trekken.

©Rabbi Efraim Sprecher 2012