Perek Shirah, lied van het Universum

Geschreven door de redactie

Nefesj Hachaiem:
Dit is de betekenis van de Perek Shirah waarvan de traditie zei:
“Wie iedere dag Perek Shirah reciteert (verdient de Olam haba),
wanneer een persoon het reciteert, omvat hij alle machten (dat is het heelal die aan de creatie van de mens deelnam).
Hij geeft kracht aan de engelen en aan machten van alle schepsels,
bijgevolg dat zij deze liederen kunnen reciteren en
door deze (door de mens verzorgde kracht)
(de Hemelse engelen en machten) tekenen hun leven en
de invloed van hen vloeien op alle lagere schepsels”.

Perek Shirah – letterlijk “Hoofdstuk van een Lied”- is een oude, heilige samenstelling van liederen van meer dan tweeduizend jaar oud. Men kan Perek Shirah niet horen, noch weet men wie de schrijver (samensteller) is: Dawied hamelech, die de briljante Tehilliem (Psalmen) schreef of zijn zoon Sjlomo hamelech, die met dieren kon communiceren. Misschien was het Rabbi Jismael, Rabbi Akiva of de Italiaanse, kabbalistische dichter Rabbi Jehoedah Moscato (1530-1593). Hoe het ook zij, veel grootheden binnen het Jodendom zeggen dagelijks de Perek Shirah.

Het concept achter Perek Shirah is dat in alle 85 elementen in de Schepping een levensles huist. Deze les wordt beschreven in een Toratekst. Deze tekst resulteert zich in een mystieke, cryptische lied. Naast de Toratekst wordt een leerzaam commentaar op de tekst gegeven. In de laatste 500 jaar zijn vele commentaren hierover geschreven.
Het is niet ondenkbaar dat iedere creatie zijn eigen lied heeft die wij niet kunnen horen. Ook is de mogelijkheid dat iedere creatie een engel heeft die namens het schepsel zingt, zoals de traditie ons leert dat zelfs een grassprietje zijn eigen engel heeft die hem in zijn groei begeleid. Deze engel zingt dan het bijbehorende lied.

De boodschap van Perek Shirah is dat iedere creatie zijn taak en functie in het universum heeft en dat hun lied instructief voor de mens is. Maar waarom ontbreekt de mens in de Perek Shirah?

Reden van de Schepping: participatie
Rabbi (Jehoedah de Prins):
Een ieder die in Deze Wereld door Perek Shirah in beslag wordt genomen,
zal studeren, onderwijzen, observeren, vorm geven, en het vervullen daarvan verdienen
en zijn Torastudie zal bij hem blijven,
hij zal gered worden van de kwade neiging,
van kwade voorvallen,
het dringen in het graf,
van het oordeel van de Gehenna en
van de geboorteweeën van de Masjiach en het leven van de Komende Wereld.

Hasjem proclameert: Iedereen wie door Mijn Naam wordt geroepen, en wie Ik voor Mijn glorie creëerde, wie Ik heb gevormd, zelfs geperfectioneerd. Jesjajahoe 43:7. Hasjem heeft niemand nodig, ook niet onze lofprijzingen. Hasjem bedoelde met creëren voor Zijn glorie, dat de mens alles in de Schepping Zijn glorie zou herkennen. Niet voor Hem, maar voor onszelf.
In de Tora staat: ‘Na’aseh adam… laten wij mensen maken… Als er één G’d is, waarom wordt er in meervoud gesproken? Deze meervoud kunnen wij namelijk nergens in de voorgaande zes scheppingsdagen vinden. Sommige commentatoren leggen uit dat de Schepping in teken van de mens is gecreëerd. Zijn voorstel laten wij mensen maken is een uitnodiging naar de rest van de Schepping om met Hem mee te doen. Hierdoor zijn alle creaties als het ware aan de mens gekoppeld.

Deze partnerschap gaat door de hele universum heen, omdat de mens in de Schepping centraal staat. Hierdoor heeft iedere goede of kwade actie dat een mens doet, invloed op de gehele schepping. Ja, zelfs iedere gedachten heeft zijn consequenties. Oorlogen kent zijn uiteindelijke oorsprong ook in een simpele gedachtegang. Wanneer de mens opkomt of ondergaat, gaat de schepping met hem mee. De traditie leer ons in Sotah 49 a en b dat toen de Bejt Hamikdasj nog stond, begaf Israël op een hoge spirituele niveau, zelfs de groenten en fruit smaakten beter. Toen de natie en de Bejt Hamikdasj werden verwoest, viel de materiële wereld mee. De Tora beschrijft de wereld voor de hamaboel – de Zondvloed – dat zowel mens en dier gevallen was. Rasji leert dat ook de dieren en de aarde zich onzedelijk gedroegen, tarwe werd dichtgenaaid en leverde onkruid op. Sforno leert daarnaast dat de dieren en het groen onnatuurlijk gedrag vertoonden.

De engelen
Rabbi Eliezer:

“Een ieder die dit lied in Deze Wereld reciteert,
verdient het dit lied in de Komende Wereld te reciteren,
zoals er gezegd is dat Mosje zal zingen (Sjmot/Ex.15:1).
Er wordt niet gezegd dat hij zong,
beter is: hij zal zingen in de Komende Wereld”

Nefesj Hachaim 1:7-11 leert ons dat engelen niet hun dagelijkse Kedoesja voor Hasjem kunnen zingen alvorens Israel het op aarde gezongen heeft (Choellin 91b). Als niemand op aarde Hasjem heiligt, zullen de engelen in stilte blijven verkeren. Engelen zijn heiliger dan wij, zij zijn niet onderhevig aan eigenwil en lichamelijke belemmeringen. Echter op een cruciaal aspect staan zij op een lager niveau dan wij. Zo zegt HASJEM, Heer der Heerscharen: als jij Mijn wegen bewandelt en als jij bewaakt wat Ik bewaak, dan mag jij ook Mijn Huis beheren en Mijn voorhoven bewaken, dan gun Ik jou (het) schrijden tussen hen (engelen) die hier staan. Zacharjah 3:7. Wij schrijden, engelen staan. Engelen zijn statisch en wij kunnen gaan en staan waar wij willen. Wij zijn contant in beweging. Mensen groeien van Torastudie, mensen verschrompelen wanneer zij Torastudie aan de wilgen hangen. Dat is de reden waarom onze daden meer inpakt op het universum heeft dan die van de engelen.

Toen Ja’aqov zijn confrontatie met Esaw en zijn 400 mannen voorbereidde, deed hij drie dingen:

Stuurde Esaw geschenken,
Bad voor Hasjems hulp en
Bereidde zich een oorlog voor
Die nacht worstelde hij met de engel van Esaw die tijdens de ochtendgloren hem smeekte hem te laten gaan. Het was namelijk zijn eerste keer dat hij in het Hemelskoor Hasjem kon toezingen (Choellin 91b). Iedere engel wordt voor één missie gecreëerd. Esaws engel werd gecreëerd om Ja’aqov van zijn spirituele niveau af te halen door hem onder de afvallige, moordlustige invloed van zijn broer te brengen. Maar Ja’aqov versloeg de engel en de missie van de engel kwam ten einde, zodat hij uiteindelijk Hasjem in het Hemelskoor kon toezingen. De engel is waarschijnlijk in een van de zes scheppingsdagen geschapen en heeft tweeëntwintig eeuwen op zijn missie moeten wachten, maar enkel daarna kon het voor Hasjem zingen (Michtav MeEliyahu).

Het orkest
Rabbi Eliezer:

´Wie dagelijks door Perek Shirah in beslag wordt genomen,
zal ik getuigen dat hij bestemd is voor de Olam haba,
dat hij gered wordt van kwade voorvallen,
van de kwade neiging,
van hard oordeel,
van Satan,
van iedere vorm van vernietiging
en veroorzakers van het kwaad.”

(G’d zei tegen hem)

“leer met heel je hart en ziel om Mijn wegen te kennen,
bewaak de deuren van Mijn Heiligdom en Mijn Tora,
Merk Mijn geboden en verordeningen op.
Bewaak Mijn Tora in jouw hart en
laat vrees voor Mij in jouw ogen weerspiegelen.
Pas op je mond en tong voor alle zonden en schuld,
– dan zal Ik bij je zijn waar je ook naar toe gaat en
Ik zal jou scherpzinnigheid en begrip van ieder object leren.”

Je moet weten dat Hasjem alles voor Zijn glorie geschapen heeft,
zoals er staat geschreven:
Iedereen wie door Mijn Naam wordt geroepen, en wie Ik voor Mijn glorie creëerde, wie Ik heb gevormd, zelfs geperfectioneerd.
Jesjajahoe 43:7

Om Kana’an te veroveren zei Jehosjoe’a: “Sjemesj, beĝiv’on dom… zon sta bij Gibeon stil”. Midrasj Tanchoema (Acharej 9:1) leert ons dat “dom” niet “stilstaan” maar “stil” (zwijgen) betekent. Jehosjoe’a zei dus: “zon, wees bij Gibeon stil!” De dag werd dus niet verlengd. De zon werd het zwijgen opgelegd. In feite zei Jehosjoe’a dat de zon even moest stoppen met zingen. De Midrasj vertelt dat Jehosjoe’a deze leegte ging opvullen door in plaats van de zon zelf te gaan zingen om Hasjem te prijzen. Dit lied heiligde de door afgoderij besmeurde land van de Kana’anieten, en werd het Heilige Land Israël.

Iedere creatie dient Hasjem, zonder onderbreking, op de perfecte manier. Zij zijn daarvoor geschapen. Zij kunnen dus niet anders. De mens daarentegen zit 24 uur per dag, zijn hele leven lang, in een tweestrijd tussen zijn lichamelijke wensen en de wensen van zijn ziel. De andere creaties worden nooit onderbroken, de mens wel. De zon blijft altijd even helder, wij hebben onze heldere en minder heldere momenten. Daarom hebben wij geen deel aan het orkest van de Perek Shirah. Daarom zijn wij geen onderdeel van de 85 “muzikanten”. Alle 85 musici musiceren onafgebroken, zonder fouten, zonder keuze tussen eigen wil of die van Hasjem. Als alle 85 musici namelijk dezelfde keuzevrijheid zou hebben, zou het symfonie al snel in een kakofonie veranderen. Maharal leert dat het woord shirah van sjelemoet, volledigheid, komt. Het orkest moet volledig zijn om Hasjems wil perfect na te komen.

Rabbi Moscato vergeleek daarom ook ieder schepsel met een instrument in een gigantisch orkest. Zij spelen niet slechts een symfonie, maar een heel concert. Een concert is een muziekstuk voor een solist met orkestbegeleiding. De solist speelt heen en weer met het orkest. Hij speelt een melodie terwijl het orkest zacht op de achtergrond de akkoorden tokkelt. Vervolgens komen zij allen in volledige kracht terug en weergalmen zij de muziek van de solist. Die solist is de mens. Elk instrument speelt zijn deel, maar de mens speelt alle delen als één geheel. Ieder mens heeft dezelfde mogelijkheden binnen het geheel, alleen de een speelt zijn solo met passie, terwijl anderen ontbrekende noten overlappen en weer anderen raken totaal uit de wijs. De manier hoe de mens speelt, zal het orkest – de gehele universum – hem nagalmen. Wij beseffen te weinig tot niet hoe die geluidsgolven door het heelal galmen en naar ons terugkomen.

Unieke rol van de mens
Dawied hamelech, koning van Israël, zei tegen Hasjem toen hij de Tehilliem (Psalmen) had afgerond:
“Heeft U ooit enig schepsel gecreëerd die meer liederen en frases reciteerde dan ik?”
Op dat moment verscheen een kikker voor hem en deze zei:
“David, wees niet hooghartig, ik reciteer meer liederen en frases dan jij.
En dat niet alleen, drieduizend parabellen kunnen van ieder lied dat ik zing afgeleid worden,
zoals er geschreven staat:
“Sjlomo sprak drieduizend spreuken en
zijn liederen waren een duizend en vijf. 1 Kon. 5:12
Wat is meer waard:
dat ik betrokken ben in een grote mitswe
en dit is de mitswe waarin ik betrokken ben:
Aan de zeeoever bestaan soorten (schepsels) waarvan hun onderhoud afhangt van water.
Wanneer zij hongerig zijn, vangen zij mij en eten zij mij op.
Dit is de mitswe – om deze in te vullen wordt er gezegd:
“Als je hater hongert, voedt je hem met brood,
als hij dorst heeft geef hem je water te drinken;
want zo stapel jij vurige kolen op zijn hoofd,
en Hasjem zal jou belonen.
Spreuken 25:21-22
Lees niet dat Hasjem jou zal belonen,
maar dat Hasjem ervoor zorgt dat hater vrede met je maakt.”

‘Wajijr’oe ha’am ‘et-Hasjem waja’amienoe baHasjem oevemosjé ‘avdo… en het volk kreeg diep ontzag voor Hasjem en het vertrouwde op Hasjem en op Zijn dienaar Mosje. Sjmot/Ex. 14:31. Aan de Rietzee begrepen Mosje en het volk de situatie al nooit te voren. Het leed onder de slavernij, de misleiding waardoor par’oh hen vervolgde, en de machteloosheid die het volk voelde toen par’oh hen bij de zee omsingelde, de woestijn, hun uiteindelijke ‘emoenah in Hasjem waardoor Hasjem het grote wonder deed door de zee te splijten. De Mechilta leert dat de spirituele niveau van de minste slaaf bij de Rietzee op dat moment hoger was dan de spirituele level van Jechezkel waar hij het Hemelse visioen ontving die wij in Jechezkel/Ez. 1 kunnen lezen. Voor de Joden – die daar aan de Rietzee stonden – werd de Schepping een symfonie, een lied, omdat zij begrepen hoe iedere onsamenhangende en niet-verwant gebeurtenis een deel van een harmonieuze gebeurtenis was dat een van de grootste wonderen van alle wonderen was. Omdat zij dit geloofden, zo leert Midrasj Tanchoema ons, konden zij zingen. Alleen wanneer de Schepping een harmonieuze geheel in hun harten en gedachten vormden, konden de Joden dit in een menselijke lied vertalen. Vandaar dat er in 15:1… ‘az jasjier…toén…koos (het volk om) te zingen…Mosje en het volk wilden (of zouden in die zin dat zij ervoor KOZEN te) zingen. Het wonder gaf Mosje en het volk de gelegenheid om te zongen, leert ‘Or hachajiem, omdat zij een nieuwe realisatie van de harmonie van de Schepping hadden. Zij realiseerden dan ook het leed die de Egyptenaren hen jaar in jaar uit hadden aangedaan ook in Hasjems Plan thuis hoorde om hen te bevrijden en hen naar de Berg Sinaj te brengen. Tot de Jamot Hamasjiach, de Messiaanse Tijd, zeggen wij baroech hatov wehametiev…(Hasjem) is Degene Die Goed is en goed doet… Tijdens tragische gebeurtenissen zeggen wij dajan ha’emet… de ware Rechter. Zodra de Masjiach hier is en wij begrijpen alle tragedie van onze geschiedenis, dan zullen wij slechts zeggen: baroech hatov wehametiev, zelfs om de grootste tragedies (Pesachiem 50a). De meest angstige hoofdstukken van de Tora (Dwriem/Deut. 32), in Parasja Ha’azinoe, wordt een lied genoemd. De mens zal het niveau van het lied bereiken wanneer de mens realiseert dat de wereld niet onder toeval draait. Ongezien, maar zeer aanwezig leidt Hasjem de schepping door de geschiedenis heen naar de Jamot hamasjiach: de uiteindelijke verlossing. Toen iemand haar relatief jong gestorven kind verloor, zei een oudere rebbetsine: Het moest gebeuren. Alles wat Hasjem doet is goed. En dat is Shirah!
Mosje en het volk zongen dit aan de Rietzee en Mosje zong het alleen op de laatste dag van zijn leven.

De schepping prijst Hasjem in haar lied en het lied is een bericht naar de mens. Dit zijn de liederen van de Perek Shirah.

Bronnen:
Chabad.org
Aish.com
“Perek Shirah, The song of the universe” vertaling en inzichten door Rabbi Nosson Scherman

©FAQ-online 2008