Chronische pijn kan ook energie genereren

Geschreven door Dayan mr. Drs. R. Evers

Jitschak overleed. Hij was de eerste die G’d om pijnigingen vroeg omdat hij wilde dat de mens reeds in deze wereld enige verzoening zou krijgen voor zijn overtredingen. Toch zoeken wij het lijden zeker niet. In het elfde geloofsartikel van Maimonides komt het principe van straf en beloning aan de orde. Zouden straf en beloning in deze wereld dadelijk en zonder mededogen worden uitgereikt dan zou er voor de mens geen vrije wil en keus meer overblijven. Iedereen zou slechts het goede doen om direct de beloning te kunnen incasseren en niemand zou het in zijn hoofd halen om de G’ddelijke wetten te overtreden teneinde een onmiddellijke straf te ontlopen. Straf en beloning zijn voorbehouden voor de Toekomstige Wereld, het Hiernamaals. Een onwrikbaar geloof in G’ds wereldleiding en Zijn rechtvaardigheid overbruggen de kloof tussen de leugen van het heden en de waarheid van het Hiernamaals.

Paradox
In het joodse denken werd de paradox tussen de goede mens, die het slecht gaat en de slechte, die het goed gaat al zeer vroeg gesignaleerd. Ik moet toegeven, dat het reilen en zeilen van de aardse maatschappij zonder het perspectief van een eindoordeel over de grens van de dood heen voor een kritische toeschouwer onrechtvaardig aandoet. De moderne geschiedenis laat niets dan onrecht zien. Duitsland en Japan, de twee agressoren uit de tweede wereldoorlog, zijn op dit moment grote economische machtsblokken met een hoge mate van welvaart. Beloning en bestraffing kunnen in deze wereld niet goed tot hun recht komen.

Nabijheid van G’d
In het jodendom werden voorstellingen over straf en beloning niet diepgaand uitgewerkt. Naar onze opvatting is de beloning de nabijheid van G’d maar dat lost het probleem in deze wereld niet op. Is lijden de snelste weg tot G’d of is het vreugdevolle extase, die ons het meest nabij brengt? De Psalmist legt de nadruk op het laatste. Hoe het ook zij, de achtergrond van Hemelse besluiten, moeilijk of aangenaam, blijven voor ons ondoorgrondelijk. Voor de praktijk – en daar draait het om in het jodendom – staat binnen deze context de uitspraak van Antigonos, de man uit Socho centraal: “Weest niet als knechten die G’d dienen met de bedoeling beloning te ontvangen maar weest als knechten die G’d om niet dienen” (Pirké Awot 1:3).

Wijder perspectief
Heb ik het recht om over pijn te willen schrijven? Ik heb geen jaren doorgebracht op de kankerafdeling van een kinderziekenhuis. Ik heb G’dzijdank geen last van chronische pijn. Kan ik dan toch over het onderwerp spreken? Ik denk van wel. De pijnervaring is vreselijk maar enige afstand kan toch een wijder perspectief scheppen. Het is bovendien belangrijk om op een of andere manier voorbereid te zijn op het ergste. Wanneer men pro-actief voor de crisis reeds bezig is met het verwerken van de psychologische implicaties van pijn is men wellicht meer is staat om te gaan met de ellende wanneer die zich eenmaal aandient.

Kracht van geloof
Zullen wij de test inderdaad kunnen doorstaan wanneer wij door G’d worden beproefd? Hoe oprecht zijn onze gevoelens, hoe sterk is ons geloof? Het leven is niet eenvoudig. Hoewel veel Toravoorschriften een duidelijk levenspad uitstippelen moeten er toch vaak beslissingen worden genomen waarbij wij ons eigen inzicht moeten volgen omdat er geen andere richtlijnen zijn. Wat G’d van ons wil is niet altijd duidelijk. We raken gefrustreerd wanneer onze levensdoelen niet gehaald worden. Wanneer we geconfronteerd worden met chronische pijn kunnen we niets anders doen dan ons daarop te concentreren. We kunnen ook G’d dienen in en uit pijn. We hadden de pijn niet gepland maar toch kruist het ons pad. We hebben geen idee welke kant we op gaan. Toch moeten we volgen. We kunnen ons lot vaak niet veranderen.

Paniek
Lijden kan men gelaten dragen. Veel mensen worden er echter agressief van. Extreme psychische ontreddering is vaak het gevolg en soms wordt de patiënt hierdoor totaal geparalyseerd. Men heeft geen toegang meer tot zijn psychische reserves en raakt wanhopig. Patiënten maalt het vaak door hun hoofd dat zij lijden omdat zij gezondigd hebben. Maar waarin zijn zij dan minder dan hun naasten? Misschien ben ik zelfs beter dan mijn buren. Ik moet iets in mij hebben wat zo kwalijk is dat G’d mij haat. Hoe moet ik nog doorgaan met leven? Sommige mensen worden agressief en menen dat hun lijden onrechtvaardig is. Ze vergelijken zichzelf met anderen en zeggen dat de rest van de mensheid nog veel zondiger is en toch geen straf krijgt. Men komt tot de conclusie dat men gehaat is in de ogen van het Opperwezen en wil die haat op de een of andere manier uitleven. Men wordt opstandig maar dan voelt men zich helemaal slecht. Het is niet eerlijk. G’d heeft mij een rebel gemaakt. Is dat aan mij te wijten? Ik ben diep gezonken omdat ik G’d’s rechtvaardigheid betwijfel. Is dat niet het toppunt van slechtheid?

Leed van de wereld
Vragen en schuldgevoelens zijn legitiem maar hoeven niet altijd destructief te zijn. Men kan ze ook positief aanwenden. De Talmoed spreekt hier al over (B.T. Berachot 5a). Wanneer wij overvallen worden door ellende moeten wij onze daden onderzoeken. Als wij niets laakbaars vinden mogen wij aannemen dat wij in onze commitment voor Tora leren tekort zijn geschoten. Het kan namelijk zijn dat wij geen verklaring vinden voor ons lijden. Dan blijven wij zitten met een vraag. Maar ook dit is een deel van het leven. Het idee van lijden is zonde kan leiden tot tesjoeva en verbetering. Wanneer wij geconfronteerd worden met pijn vragen wij ons af waar dit toe dient? Waarom werd ik getroffen, waarom zou überhaupt ooit iemand getroffen worden door pijn? Door de spiegel van onze eigen ellende worden wij gevoelig voor het leed in de wereld.

Job
Job had veel vragen. Job vocht met zichzelf maar bleef doorvragen. Uiteindelijk antwoordde G’d hem. Job had goed gesproken. Beter in ieder geval dan zijn vrienden die dachten dat zij alle antwoorden hadden (Job 42:7). Kunnen wij vragen en tegelijkertijd geloven? Moeten wij G’ds besluiten niet zonder klagen aanvaarden? Aharon heeft immers ook gezwegen toen hij zijn beide zoons verloor. Aharon zweeg. Job bleef vragen stellen. Chavakoek vroeg een uitleg voor de chaos waarmee hij geconfronteerd werd en waarvoor hij geen uitleg kon vinden (1:2-3). Men vertelt over Nachoem iesj Gamzoe, dat hij blind was aan beide ogen, lam was aan beide handen, zijn beide voeten waren geamputeerd en zijn hele lichaam was vol bulten en zweren. De poten van zijn bed stonden in schalen water zodat de mieren niet op zijn bed konden klimmen. Op een keer lag hij in een bouwvallig huis en zijn leerlingen wilden hem met bed en al eruit dragen en pas daarna het meubilair.

Te late tsedaka
Maar Nachoem zei tegen zijn leerlingen: ’Mijn kinderen, haal het meubilair en de andere spullen eerst naar buiten en pas daarna mijn bed, want ik weet dat wanneer ik in het huis ben, het niet zal instorten. Men haalde eerst de spullen en het meubilair eruit en daarna het bed met Nachoem erop. Op het moment dat ze het huis verlieten stortte het huis ineen. Zijn leerlingen zeiden toen tegen hem: ’Rebbe, als u zo een Tsaddiek (heilige) bent, waarom overkwam u dan al deze lichamelijke ellende?’ Hij antwoordde hen: ’Mijn kinderen, ik heb mij dat zelf op de hals gehaald. Op een keer was ik op weg naar het huis van mijn schoonvader en ik had een voedselvracht bij mij van drie ezels. Eén ezel was beladen met eten en een andere ezel droeg alle wijn en drank en een derde alleen maar zoetigheid en lekkernijen. Op een goed moment kwam een arme man op mij af en zei mij: ’Rebbe, geef mij te eten’. Ik antwoordde hem: ’Wacht even tot ik de ezel afgeladen heb. Maar ik had niet voldoende tijd om de ezel af te laden voordat de man overleed. Toen ben ik op zijn gezicht gevallen en ik heb gezegd: mijn ogen die geen medelijden hadden met jouw ogen, zullen blind worden. Mijn handen die geen medelijden hadden met jouw handen, zullen lam worden. Mijn voeten die geen erbarmen hebben gekend voor jouw voeten, zullen afgehakt worden en ik werd pas helemaal rustig toen ik zei dat mijn hele lichaam vol bulten en puisten moest zijn’. Toen zeiden zijn leerlingen tegen hem: ’Wee ons, dat wij u zo moeten aanschouwen’. Maar Nachoem antwoordde hen: ’Wee mij, als jullie mij niet zo hadden gezien’ (B.T. Ta’aniet 21a).

Vragen stellen
Het is goed om vragen te stellen en zelfs G’d te verzoeken om een antwoord wanneer dit allemaal past binnen het kader van het geloof. Het is nooit goed om in opstand te komen maar men kan zijn twijfels neerleggen bij G’d. Het is misschien een teken van moeizaam geloof maar iedereen wordt wel eens geplaagd door vragen. Soms is de benadering van de zwijgende Aharon beter maar de weg van Job is ook legitiem. Uiteindelijk kwam G’d Job tegemoet en werd hij getroost.

Concentratie
Wij moeten ons leren concentreren. We worden overvoerd met informatie. Onze zintuigen worden doorlopend gebombardeerd met stemmen en beelden, die ons afleiden. Discipline is dus een eerste vereiste: “Volgt niet jullie hart en jullie ogen ontuchtig zodat je zult herinneren“ (Bemidbar 15:39). Door pijn leert men zich te concentreren. De vrienden van Job zaten zeven dagen lang stil naast hem, zonder een woord te spreken. Ze zagen hoe hij bezig was met het verwerken van zijn leed. Wanneer het leven echt ernstig wordt, kunnen we niet meer afgeleid worden. Alle bijzaken verdwijnen als sneeuw voor de zon. Centraal in ons denken staan dan de werkelijk grote vraagstukken. Dan kunnen we ons leven veranderen.

Elazar ben Doerdaja had zijn hele leven verknald. Hij was gezonken tot de diepste dalen van decadentie, weggegleden in een moeras van lust en passie, maar door één moment van concentratie kreeg hij een geweldig inzicht. Dat heldere moment veranderde hem tot de ba’al tesjoeva, die direct werd toegelaten tot de Hemel. In één seconde kan men zijn hele wereld herbouwen (B.T. Avoda Zara 17a), zijn hele geschiedenis herschrijven. Chronische pijn kan men ook zien als een uitdaging: “gelukkig is de mens die G’d kastijdt” (Psalmen 94:12).

Rabbi Eliëzer
Rabbi Eli’ezer was een vechter. Bij zijn vader bevocht hij het recht om Tora te leren. Hij had niets te eten. Tussen de duizenden leerlingen van Rabbi Jochanan ben Zakkai leed hij vreselijke honger. Met zijn mede-rabbijnen had hij een groot meningsverschil over bepaalde halachische vragen (B.T. Bava Metsia 59b). Eenzaam zat hij aan het eind van zijn leven omdat hij in de ban was gedaan. Hij leed hier enorm onder (B.T. Sanhedrien 68a). Uiteindelijk werd hij bedlegerig met een fatale ziekte. Vier van zijn leerlingen bezochten hem; één van hen was Rabbi Akiva. Iedereen, behalve Rabbi Akiva, probeerde Rabbi Eli’ezer duidelijk te maken, dat ze voelden dat zijn dood een enorm verlies voor hen betekende: “We zullen u meer dan onze eigen ouders missen”.

Lijden is dierbaar
De drie anderen keken meewarig naar hun Rebbe Eli’ezer. Maar Rabbi Akiva deed niet mee in hun klaagzang. Hij had een heel andere boodschap: “Lijden is dierbaar”. Rabbi Eli’ezer wilde meer van Rabbi Akiva horen en vroeg zijn dienaren hem rechtop te zetten. “Met welke bronnen kun je dit staven?” Rabbi Akiva formuleerde zijn bewijzen uit de Tenach. Pijn heeft ook een louterend en verzoenend effect (B.T. Sanhedrien 100a). Rabbi Eli’ezer raakte geïntrigeerd door de puntige uitspraak ‘lijden is dierbaar’. Hij richtte zijn aandacht volledig op Rabbi Akiva. De lieve woorden van zijn drie andere studenten verdwenen als sneeuw voor de zon. ‘Lijden is dierbaar’ shockeerde Rabbi Eli’ezer. Plotseling werd hij geconfronteerd met een totaal nieuw concept. Hoe kan het zijn dat aan het einde van het leven die paar pijnlijke momenten nog zo dierbaar zijn? Rabbi Eli’ezer was eerder in de ban gedaan. Hij was blij dat zijn studenten uiteindelijk bij hem terugkwamen. Hij was verheugd te horen dat hij toch heel veel voor hen betekend had. Hij was veel te lang alleen gebleven (B.T. Sanhedrien 68a).

Lijden verandert
Rabbi Eli’ezer voelde zich op zijn laatste levensweg gesteund door de uitspraak van Rabbi Akiva. Lijden verzoent. Lijden kan een mens veranderen. Vanuit het juiste perspectief kan lijden zin geven aan het leven. Hoewel Rabbi Eli’ezer in Pirkee Avot (2:9) duidelijk verklaart dat andermans waardigheid even belangrijk moet zijn als de eigen waardigheid, had hij geen aandacht meer voor zijn drie andere leerlingen. Hij had geen tijd meer. Die laatste lijdensmomenten zouden hem zo op de trein naar het eeuwige leven kunnen zetten. Wij zoeken het lijden niet. Wanneer koning David G’d in psalmen 26:2 vraagt zijn loyaliteit te testen, wordt dit door onze Wijzen afgekeurd (B.T. Sanhedrien 107a). In onze gebeden vragen wij G’d ons niet op de proef te stellen of te testen. David vroeg om beproeving om te kijken of hij de verleiding zou kunnen weerstaan. Kennelijk is dit geen anti-religieuze houding. Aan de andere kant zeggen wij dagelijks: ”Breng ons niet tot beproeving, stel ons niet bloot aan testen”. Is dit een tegenspraak?

Gulden middenweg
Rav Hutner vertelt dat wij de gulden middenweg moeten bewandelen. Iedere gelovige wil zijn loyaliteit tonen. Maar aan de andere kant kan men soms niet bestand zijn tegen extreme omstandigheden van pijn of verleiding. Wat gebeurt er met ons als wij de toets niet doorstaan? We zoeken de beproevingen niet maar gaan deze ook niet uit de weg. We zijn zeer loyaal maar vragen niet om getest te worden. Pijn is een grote bedreiging maar pijn is ook een uitdaging. Pijn dwingt ons tot grootheid van geest. Pijn maakt ons niet redeloos, reddeloos en radeloos. Pijn genereert de energie om tot steeds grotere hoogten van religiositeit te klimmen.

©Dayan mr. drs. R. Evers