Mijn bezoek aan Auschwitz

Geschreven door Laura Reedijk-Sprenger

20 januari 1942:

In Berlijn vond onder voorzitterschap van Reinhard Heydrich, hoofd van het “Reichssicherheitshauptamt”, de “WannseeKonferenz” plaats, gewijd aan de “Endlösung der Judenfrage”.

Aan deze bijeenkomst werd deelgenomen door tal van vertegenwoordigers van regeringsinstanties en door Adolf Eichmann die belast werd met de uitvoering van de plannen voor uitroeiing van 11.000.000 (elf miljoen) Europese joden

Simon Wiesenthal; “Kol jom jom hazigaron” (elke dag gedenkdag)

Intro

Vorig jaar (november 2005) bracht ik een bezoek aan het voormalige concentratiekamp op Auschwitz en Birkenau, in Polen. Mijn reis, die ik maakte half november 2005, is een onvergetelijke ervaring. Echter, voor mij is dat niet genoeg. Zie het als een kleine missie die ik mezelf heb opgelegd, om anderen over míjn ervaring te vertellen en hen ervan te overtuigen hoe belangrijk het is om de kennis door te geven. Juist in een tijd waarin we beelden zien van gevangenen in Irak, moeten we wéten dat we nog geen stap verder zijn sinds Auschwitz. Ik wil mensen graag deelgenoot maken van de reis die mij nog elke dag bezighoudt. Die mij een ander mens aan het maken is.

Ik kwam in november in Auschwitz aan, en ik ga er nog elke dag in gedachten naar terug. Wat ik gezien heb moet iedereen zien. Dit moeten mensen proberen te begrijpen. Echter een waarschuwing. Dit verslag is niet schokkend, het is slechts een van de vele die er zijn. De waarschuwing is deze: Voor mensen die te lui zijn om te lezen is het niet geschikt. Het enige wat ik vraag is dat áls je het leest, dat je het leest omdat je iets wil leren. Ik werp mij hier niet op als leraar, maar ik deel mijn diepste gedachten hier met volslagen vreemden. Ik vraag alleen maar om respect.

Fragment uit mijn dagboek: “Vandaag zijn we vroeg in Auschwitz – Birkenau gekomen. Vóór alle andere bezoekers er waren, hebben we door het kamp gelopen. Afgelopen nacht heeft het gesneeuwd en het is ontzettend koud, zeker als de wind over de uitgestrekte leegte van het kamp jaagt. Daar waar honderden barakken zijn opgeblazen bij de aftocht van de Nazi’s, heeft zij nu vrij spel.

Auschwitz Birkenau is een gigantisch groot kamp. Anders dan Auschwitz-I zijn hier alleen maar lage barakken en geen gebouwen met meerdere verdiepingen.

De eerste tranen ontsnappen me bij het betreden van een de eerste barak waar we in komen. Het is weerzinwekkend. Vooral de was en WC barakken. Je kunt je aan de ene kant helemaal niet voorstellen hoe het was, maar het gekke is: je stáát er met je neus bij, je kunt de gaten die voor WC’s moeten doorgaan, aanraken als je dat wilt. Ik raak niets aan. Helemaal niets. Ik kan het niet en wil het niet. Voor mij is het een gevoel alsof het ‘besmet’ is. Niet met bacteriën, maar met haat en met lijden, en met weerloosheid”

De volgende aantekeningen zijn gemaakt op de avond na ons eerste bezoek aan Auschwitz, kamp I. We zaten toen in zowat de enige eetgelegenheid van het plaatsje Oswiecim en hebben daar bij gebrek aan echte koffie ongeveer de hele voorraad RedBull leeggedronken en nog lang zitten praten en schrijven. Ik heb dierbare herinneringen aan die avond…