Occultisme vanuit een Joods oogpunt

Geschreven door Devorah

Alles komt van Hasjem. Dus ook alle krachten, machten en energieën. Toch is Hij – zoals Hij dat Zelf wilt – verborgen. Het is onmogelijk Hasjem te vinden omdat Hij niet gezien wilt worden. Maar als je iets niet ziet, niet hoort of niet ruikt, kan het toch realiteit zijn. Realiteit betekent namelijk dat iets bestaat. De Dikke van Dale beschrijft realiteit als het werkelijk bestaan van iets => feitelijkheid. Feitelijkheid betekent volgens de Dikke van Dale in werkelijkheid bestaand => werkelijk. Werkelijkheid betekent tot slot dat wat werkelijk is => het hier en nu, realiteit. Realiteit is dus weten dat iets bestaat. Het is dus niet waar dat realiteit of een feit door wetenschap ondersteunt moet worden. We kunnen eerder zeggen dat een realiteit en een feit door wetenschap ondersteunt kan worden. Zwaartekracht of elektriciteit hoor je niet, ruik je niet, zie je niet en toch is het realiteit.

G’d is Realiteit. Volgens Dwariem/Deut. 4:39 is G’d de Enige Realiteit en verder is alles “niets”. Weet deze dag, en leg het in uw hart dat Hasjem G’d is boven in de Hemel en beneden op aarde; er is niemand anders. Er wordt voor “er is niemand anders” gebruik gemaakt van ejn ‘od: niets meer er is niets meer. Letterlijk betekent dat niets realiteit is dan alleen Hasjem.

Uiteraard is er een realiteit vanuit een menselijk perspectief, want knijp maar in je arm, dat kan behoorlijk zeer doen. Maar vanuit het perspectief van de Hasjem zijn wij géén realiteit. Dus… naast G’d is niets. Niets dat naast G’d is betekent dat Hij Alleen bestaat. Hij Alleen is Realiteit en wij zijn als het ware Zijn gedachte. Zijn Wil. De wereld kan namelijk o­nmogelijk uit zichzelf bestaan, waardoor onze “realiteit”, de “niets” geheel afhankelijk zijn van de ware Realiteit: Hasjem. Daarom gaat het proces van “scheppen” altijd maar door. Iedere seconde en minder (zo snel gaat het) worden we steeds als het ware op nieuw geschapen. Als of we opgebouwd zijn zoals een beeld van een tv of pc. Het zelfde effect is als je een licht boven je hoofd vasthoudt om een kamer te beschijnen. Zodra je het licht weg haalt, is het donker. Zodra G’d stopt o­ns iedere seconde op te bouwen, bestaan wij niet meer. Hij hoeft alleen maar Zijn hand als het ware uit de schepping te halen. Deze gedachte wordt overigens door de RaMBaM o­ndersteunt en vanuit deze gedachtegang gaan wij het occultisme, het verborgene, onderzoeken.

Waarom zien wij G’d niet? Wij zien G’d niet omdat wij dan onze vrije wil te kiezen tussen goed en kwaad zullen verliezen. Adam en Chava kozen voor het kwaad. Vandaar dat dieren meer kunnen waarnemen dan wij. Zij hebben geen vrije wil. Een mooi voorbeeld dat deze theorie ondersteunt is het onderzoek naar mensen en dieren met betrekking tot de vreselijke Tsunami dat plaatsvond op 26 december 2004.

Hoeveel mensen kwamen in de Tsunami om? Rond de 160.000 mensen. Hoeveel dieren kwamen om? Letterlijk enkele. Dieren waren als op een of ander manier aanvoelden dat er een Tsunami op komst was. Ooggetuigen hoorden en zagen dat olifanten schreeuwden en het hoger opzochten, honden weigerden naar buiten te gaan en flamingo’s verlieten hun laaggelegen broedplaatsen, dieren in de dierentuin overhaasten zich naar hun schuilplaatsen en waren door de bewakers niet over te halen uit hun schuilplaatsen te komen. De strand van Patanangala in Sri Lanka is een van de zwaarst getroffen gebieden waar diverse dieren leefden zoals olifanten, luipaarden en 130 soorten vogels. Daar zijn naast menselijke overblijfselen slechts twee dode buffels gewonden. Aan de Indische Cuddalore kust zijn duizenden mensen omgekomen, maar de gevonden buffels, geiten en honden waren ongeschonden. Ook hier zochten de flamingo’s – die aan de Calimere Punt broeden – het hoger op. Een uur voor de Tsunami zagen de mensen van het Nationale Park Yala drie olifanten middels de Patanangala strand wegrennen, vleermuizen die gehaast wegvlogen en honden die niet uitgelaten wilden worden. Ooggetuigen zagen dus dat dieren buitengewoon opgewonden waren. Dieren voelden een dreigend gevaar duidelijk aan. Aardbevingen veroorzaken namelijk op het vaste land vibratieveranderingen en in het water veroorzaken aardbevingen elektromagnetische veranderingen en dat schijnen dieren te kunnen horen én ruiken. Dieren beschikken duidelijk over een zesde zintuig. Dieren weten dus dingen wat wij niet weten omdat die kennis hen niet beïnvloeden. Zij hebben geen vrije wil te kiezen tussen goed en kwaad en zijn dus onontvankelijk. Omdat de mens dus zondig werd, heeft G’d de sporen van bewijs van Zijn bestaan voor de mens weggewist en zo ontstond het occulte: het verborgene. Een plek waar wij niets (meer) te zoeken hebben.

We begonnen dit verslag dat alles van Hasjem komt. Hij creëerde de wereld, maar ook ondefinieerbare realiteiten die deels onderdeel van deze Schepping zijn, maar deels ook niet: de Twilight Zone. De Twilight Zone is een tijzone en ruimte dat noch dag noch nacht is. De Halach geeft de optie dat de Twilight Zone een aparte tijdzone en ruimte is dat geen onderdeel is van ons bestaan hier.

Op alle werkdagen van de week heeft de Twilight Zone geen vat op ons, maar in de overgang van de zesde en de zevende dag wordt de Twilight Zone een issue voor ons: is het nu Sjabbat of niet?

Volgens de misjna zijn tien dingen tijdens deze Twilight Zone geschapen:

Opening van de aarde waar Korach en zijn aanhangers in verzwelgt werden
Opening van de bron die het volk in de woestijn water gaf
De sprekende mond van de ezelin van Bil’am
De regenboog
De manna
De wonderbaarlijke staf van Mosje
De sjamier (de worm die de stenen Tempelaltaar kon splijten)
De letters op de stenen platen
De manier waarom deze letters op de platen gegraveerd werden, inclusief de platen zelf
Sjediem, het graf van Mosje en de ram van Avraham.
De sjediem, demonen, werden dus ook door Hasjem geschapen. Zij zijn daardoor realiteit en in andere opzichte ook weer niet. Ze werden namelijk wel en ook weer niet op Sjabbat geschapen, maar tijdens de Twilight Zone tussen de zesde en de zevende dag. Volgens Rasji nam Noach de sjediem ook mee in de ark. Dit betekent dat sjediem in dat opzichte dus wel weer realiteit zijn, want zij kunnen dus verdrinken.

We leren nu dus dat de Tora al redelijk snel sprak over occulte manifestaties. Rachel die sprekende afgodsbeelden voor haar vader Lavan bij zich verstopte om te voorkomen dat hij bij haar afwezigheid zijn afgoderij zou continueren. Pas na het geven van de Tora op Sinaj werd het duidelijk dat het volk absoluut zich niet met het occultisme in mochten laten. Ruim 40 mitswot van de 613 is daar aan gewijd. Een van de geboden van de zeven Noachidische wetten waar afgoderij verboden wordt voor alle niet Joden volstaat niet voor het Joodse volk.

Er zijn dus krachten en machten die de normale natuurwetten, het wetmatige, manipuleren. Hoe werkt dit? In de normale natuurwetten heeft Hasjem Zijn sporen dus uitgewist. Wonderen zijn acties die van het wetmatige, de normale natuurwetten, afwijken en G’ds aanwezigheid een klein beetje blootleggen. Dieren, bergen en zeeën, etc hebben geen benul van onderscheid tussen goed en kwaad en weten daarom wel van G’ds bestaan af (Jesjajahoe 35; Tehilliem 89, 96; 1 Kronieken 16; etc.) en zijn dus paranormaal. Normaliter hebben mensen die zesde zintuig niet, slechts op enkele na. Echter de profeten zijn mensen die wel een zesde zintuig hebben en G’ds Stem horen en met melachiem kunnen spreken. Tsaddikiem krijgen middels de Roeach hakodesj een zesde zintuig waardoor zij door de natuurlijke grenzen, de normale natuurwetten, kunnen doorbreken. Tsaddikiem kunnen met hun gaven omgaan omdat zij enkel en alleen G’ds wil willen doen. Zij zullen ook nooit openlijk over hun gaven spreken.

De Tora leert ons dat alles wat tamej, niet zuiver, is links gelaten moet worden. Tamej is een G’ddelijk fenomeen, want tamej is ontleend aan atoem, wat vergrendelen betekent. Wanneer iets moetar, toegestaan, is dan wordt je bekwaam in dat verhevene. Tamej betekent in feite dus “niet toegestaan zijn om verheven te worden”. Normaliter zitten wij er niet mee, want iedereen blijft graag binnen die natuurmatige grenzen. Wij blijven liever tussen onze eigen grenzen en de sjediem mogen deze niet betreden of visa versa. Echter is het volgens de traditie mogelijk de sjediem en andere geesten uit te nodigen om die grenzen van beide kanten te betreden. Dit doe je door jezelf aan hen over te geven door middel van occulte dansen, drugs, immorele seks, toverspreuken, etc. Zodra jij je overgegeven hebt aan dat bovennatuurlijke, zak je op het animalistische niveau waardoor je soms zaken kunt waarnemen wat dieren kunnen waarnemen. Het is een Jood absoluut niet toegestaan zelfs maar een halve stap in die richting te zetten. De Tora verbiedt het en niet omdat wij dan fenomenen kunnen waarnemen, maar omdat je handelingen hebt verricht om dit te bereiken dat Hasjem verboden heeft. Wij moeten ons bezig houden met de Tora, onszelf en onze omgeving gezond houden, in balans blijven middels de mitswot en Hasjem dienen binnen het raamwerk – de natuurlijke wetmatigheid – waar Hij Zijn sporen van Zijn bestaan gewist heeft. Wanneer wij uit onszelf uit dat raamwerk willen treden en ons inlaten met het occulte, is het mogelijk dat ons lichaam bewoond zal worden door andere identiteiten: diboek. Echter kan de diboek slechts gedeeltelijk van je lichaam in bezit nemen.

Er zijn twee redenen te verzinnen waarom iemand bezeten raakt:

Extreem zondig leven
Wanneer iemand extreem gestoord raakt: compleet in de war, niet in staat de realiteit onder ogen te zien waardoor de persoon zelfs niet meer in staat is beslissingen te nemen. Ze weten geen eens meer wat goed en wat kwaad is.
De diboek is dikwijls een geest die geen rust heeft en erg gefrustreerd is en op zoek gaat naar een lichaam om zich daaraan te kleven. Het lichaam daarentegen wilt iets doen wat wij normaliter niet kunnen en niet mogen. Een samenspel tussen de zondaar en de diboek ontstaat. De diboek heeft zijn gewenste lichaam en de zondaar heeft de bovennatuurlijke krachten om verheven te worden.

Dit kan ook andersom. Wanneer iemand zich 101% wegcijfert voor Hasjem en zijn naasten, is het mogelijk dat de geest van een Tsaddiek bezit van hem neemt waardoor hij in staat is buitengewone handelingen te verrichten. Verschil is dat in het laatste geval de persoon in kwestie niet om gevraagd heeft. Het overkomt hem. Maar wanneer je er naar zoekt, dán verlaag jij je tot de animalistische wereld.

Jodendom erkent door de erkenning van bezetenheid ook exorcisme. Een rabbijn werd in de week van Soekkot door een verpleegster van een bejaardentehuis gebeld en om hulp gevraagd. De verpleegster vertelde het volgende:

Een oude dame was bezeten geraakt. Ze kwam daar net wonen en betrok de kamer van Joodse vrouw die een week daarvoor overleden was. Deze overleden Joodse vrouw was off derech (seculier geworden) geraakt en had een slechte relatie met haar dochter. Ten slotte werd ze niet begraven, zoals het Jodendom prefereert, maar gecremeerd, zoals de gojiem dit vaak doen. Omdat het slachtoffer zelf oud is en in zichzelf leek te praten, heeft men niet direct ruchtbaarheid aan gegeven. Maar toen het slachtoffer riep dat Ruth bij haar bed stond, gingen er belletjes rinkelen. De verpleegster vroeg hoe Ruthie eruit zag en de dame beschreef haar feilloos. Opeens was de linker been van de dame gebroken, terwijl Ruthie door haar linker been mank liep. Ruthie brak de dames linker been zodat de dame meer op haar zouden lijken en ondertussen eiste het slachtoffer tijdens het ontbijt alleen de cornflakes dat Ruthie graag at. De verpleegster vertelde verder dat zij Ruthie vroeg waarom zij bezit nam van het slachtoffer en het slachtoffer antwoordde: ‘mijn familie haat mij en haar familie houdt van haar. Ik wil op die plaats zijn waar die liefde is. De rabbijn wist niet wat hij doen moest en vroeg raad aan Rabbi-Sjliach en hoorde dat hij tegen Ruth moest zeggen dat zij daar niet hoorde, dat zij naar de plaats moest gaan waar zij behoorde en dat hij de kaddiesj en tehilliem (Psalmen) moest opzeggen en tsadekka achter moest laten.

Zo gezegd zo gedaan. De rabbijn kwam het bejaardentehuis binnen in zijn Sjabbeskleren omdat het Soekkotweek was, deed het geld in de poesjka en zei een aantal hoofdstukken tehiliem. Vervolgens ging hij naar de oude vrouw, het slachtoffer, en vroeg of Ruth daar was. De oude vrouw vroeg: ‘wie? Wie? Ruth? Wie is Ruth?’ Toen zei de rabbijn: ‘Ruth bat Avraham, waar je ook zijn mag, je hoort hier niet. Ga naar de plaats waar je hoort. Ik zal proberen voor jou de kaddiesj op te zeggen.’ Toen hij dit allemaal gedaan had, gebeurde geen heftige dingen. De rabbijn ging weg en de volgende dag hing de verpleegster weer aan de telefoon en vertelde hem dat de oude vrouw weer normaal was en dat de familie een feestje organiseren omdat het slachtoffer weer normaal gedraagt zoals zij zelf is. De rabbijn vertelde de verpleegster dat als iedereen in het tehuis zich aan de zeven Bne Noachitische wetten zullen houden, dat er in dat gebouw geen demonie meer zal plaatsvinden.

Demonie is niet te zien, maar net als elektriciteit en zwaartekracht zijn de symptomen wel waar te nemen. In andere religiën spreekt men in tongen en men gaat op in de geest – wie dat ook zijn mag – maar daar gaat het allemaal niet om. Je moet je niet mee in laten vanuit je eigen initiatief. Tsaddikiem zijn in staat te spreken met wezens uit de andere dimensies omdat zij er geen interesse hebben in die geestelijke wereld. Daarom bepalen wij zelf of boze machten grip op ons hebben. Wij zijn in staat om geheel van hen af te sluiten. Hoe meer je er aan denkt, je ermee bezig houdt, hoe meer zij in je jouw realiteit kunnen door dringen. Hoe meer wij op hen focussen hoe meer realiteit zij worden. De Talmoed zegt dat je ze niet moet opzoeken door bijvoorbeeld in spookhuizen te dwalen, Helloween of andere feesten te ere van demonie, dood en spiritisme te vieren, met prostitutie in te laten of met drugs, etc.

Toch kan je nog meer doen dan alleen occulte situaties te vermijden: de mezoeza aan je deurposten ophangen. Wanneer je deze met de goede intenties (!) ophangt ómdat Hasjem dit überhaupt van ons in Dwariem/Deut. 11 van ons verlangt, dan is de mezoeza als het ware een helm of schild tegen ziekten, dood en demonie. De mezoeza is ontleend aan Sjamot/Ex. 12:7, 23: En zij zullen van het bloed nemen en zullen hem op de twee deurposten en op de latei aanbrengen, op de huizen waarin zij zullen eten. En het bloed zal voor jou een teken op de huizen zijn waar jij bent; en wanneer Ik het bloed zie, ik zal jou overslaan en zal daar geen plaag op jou komen om jou te vernietigen, wanneer Ik het land van Egypte vernietig. Zowel Mechilta 1 als de Zohar zegt dat deze verzen de bron van het begrip van de mezoeza zijn. Nadat de Tora in Dwariem/Deut. 11 het gebod van de mezoeza kenbaar maakte, vervolgt de Tora: En jij zult hen op de deurpost van jouw huis en op jouw poorten schrijven; dat jouw dagen misschien vermenigvuldigd zullen worden en de dagen van jouw kinderen, op het land dat de HEER naar jouw vaders vloekte om hen, als de dagen van de hemels boven de aarde te geven. Ook de tefillien geeft bescherming als je dit om de goede intenties doet: Het Eeuwige is jouw behoeder; het Eeuwige is jouw schaduw op de rechterhand. Tehelliem/Ps. 121:5.

De Zohar meldt dat wanneer een Jood een mezoezah aan zijn deurpost heeft, staat Hasjem niet toe dat de de mazzikiem (kwade machten) het des betreffende huis betreden. Het woord mezoeza is een combinatie van de woorden zaz en maveth, wat letterlijk betekent: dood, verwijder jezelf! Daarnaast staat op de mezoezot de Sjien van Hasjems G’ddelijke Naam Sjad-daj en op de achterkant van het perkament staat deze heilige Naam voluit. Sjad-daj – dat volgens Sjemot/Ex. 6:3 de Almachtige betekent – bestaat uit de drie letters Sjien-Dalet-Joed: Sjomer Delatot Jisrael – Wachter van de poorten van Israël. De Zohar verklaart: Wanneer de machten van het kwaad naar de deur van het huis komen, slaan zij hun ogen op en zien de Heilige Naam op de buitenkant van de mezoeza, Sjad-dai, Die macht over ieder van hen heeft. Zij vluchten in angst ver weg en komen niet meer in de buurt van de deur. De Zohar zegt ook dat waar ook Zijn Naam geschreven staat, zijn de kwade krachten zwak. Mordechaj schrijft in de naam van de Maharam: Een mazik (demon) kan geen enkel huis beheersen waar een kosjer mezoeza hangt.

Mezoezot beschermt ook tegen dwalende dode zielen. Rabbi Isaac Luria (de Arizal) stuurde zijn volgeling Rabbi Chayim Vital om een geval van een dibboek te onderzoeken en zei hem om de mezoezot te controleren. Het draaide er opuit dat in het huis mezoezot geheel ontbrak. Na het plaatsen van de mezoezot stopte de verschijning van de geest. Volgens de Rebbe z”l helpt een kosjere mezoeza naast je bed tegen nachtmerries of zelfs migraine. Wanneer er binnen een huishouding iets vervelends of zelfs iets naars gebeurd, is het een Joodse gewoonte direct alle mezoezot te onderzoeken en dan pas verder zoeken naar de oorzaak van de vervelende situatie.

Echter wanneer de mezoeza er niet hangt of je hangt hem op met de verkeerde bedoeling, dan is demonie geen straf van G’d, maar een gevolg van een ongezonde levensstijl en staat los van de mezoeza, zoals je dik wordt van te veel fastfood. Dat dik worden is ook geen G’ddelijke maatregel, maar een gevolg van een ongezond leven. Jodendom kent geen G’ddelijke straf zoals het christendom dit leert. Het Jodendom gelooft in de (zij het wel pijnlijke) tijdelijke loutering van de ziel, dat hetzelfde is als een flinke wasbeurt van de ziel om daarna onbesmet G’ds domein te betreden. Daarom zegt het Jodendom dat je ook voor ál je daden verantwoordelijk bent, of je nu bij je verstand bent of je nu bezeten bent. Een bezeten seriemoordenaar blijft ondanks zijn bezetenheid verantwoordelijk om zijn eigen daden.

Kelipot – demonische krachten – hebben echt geen vat op je als je als Jood je aan de 613 mitswot houdt en als Ben Noach aan de 7 Noachidische wetten. Jodendom houdt zich ten opzichte van het christendom geheel af van iedere contact met geesten. Zo dienen wij G’d niet. Wij kunnen namelijk geen onderscheid tussen goede en slechte geesten maken. Echter wanneer wij dawnen aan het graf van een Tsaddiek, nodigen wij hem niet uit om aan ons als geest te openbaren of te communiceren. Wij willen slechts interactie van zijn werk intensief in ons persoonlijk leven. Als meisjes aan het graf van Avraham dawnen, zullen zij gillend wegrennen wanneer Avraham opeens aan hen zou verschijnen. Nee, zij hopen dat zijn goede werken zodanig vat op hun persoonlijk leven hebben, dat die werken hun helpen een goede vrome man te vinden om daarmee te trouwen. Wij zeggen nogmaals met nadruk: wij zoeken géén contact met een dode Tsaddiek.

Christendom daarentegen hangt wel aan het spiritisme. De bron van het christendom is heidendom. Christendom wordt ook wel het Joodse heidendom genoemd omdat het een smeltkroes is van heidendom en Joodse ideeën. Vandaar dat christenen aan heiligen hangen, aan een messias die goddelijk of zelfs G’d Zelf zou zijn. Christenen zeggen zelf dat de geest – wie het zijn mag – door hen heen werken. Dat zij in de geest vallen en dan in tongen spreken. Jodendom erkent tongentaal, maar niet als werk van de Roeach hakodesj maar als een vorm en werken van diboek. In het Jodendom is namelijk mogelijk dat een geest in je openbaart en dus tot jou spreekt, wat christenen ook onder “vallen in de geest” categoriseert en dit onder G’ds handelen schaart. Voor ons is dat toema, niet kosjer. Wij ontwijken dit en wij willen dus niet vol raken van de geest – wie dat ook zijn mag. Dit alles is realiteit.

Bij demonie moet iemand zichzelf geheel nazoeken waar het mis is gegaan. Vervolgens moet je het goede doen en dat is – nogmaals – voor de Jood de 613 mitswot en voor de Ben Noach voor de 7 Noachidische wetten en je voortaan ver van het occultisme houden.

Zij het sporadisch, maar het is mogelijk dat iemand een geest van een Tsaddiek in zich krijgt en je kracht geeft. Het Jodendom erkent dat de geest van je geliefden je kracht geven en dat is goed zolang je geen contact met hen zoekt.

Pinchas doodde een midjanitische prins (zie Parasja Pinchas). In de midrasj leren wij – wat ook de reden is waarom de Haftarah over Elijahoe aan deze parasja is gebonden – dat Pinchas Elijahoe was. Hoe is dit mogelijk? Pinchas leefde 100 jaar voor Elijahoe. De nesjomme van Elijahoe, dat voor zijn eigen leven eerder een engelachtige kracht was, nam bezit van Pinchas op de positieve manier zodat hij zijn taak kon voldoen. Als je iets moet doen, maar je kunt dit niet op eigen kracht en je voelt opeens een enorme adrenaline door je lichaam stromen waardoor jij je eigen krachten te boven gaat, dan is het mogelijk dat je tijdelijk bezeten bent van een Tsaddiek of een of andere positieve macht. Er wordt je iets gegeven om iets goeds te doen. Maar de lijn tussen goede en kwade machten en krachten blijft dun. Wij kennen verhalen van Tsaddiekiem die in een dergelijke situatie kwamen waar zij bijna een compromis moesten maken tussen goede en kwade krachten waardoor zij bijna afdwaalden van het goede pad. Een zeker Nachman was een enorme Tsaddiek. Toen hij jong was verscheen een geest aan hem en vroeg hem of hij interesse had dat hij – de geest – hem – Nachman – de geheimen van de Tora aan hem zou introduceren. Nachman zei dat hij eerst aan zijn rebbie moest vragen of dit mocht. Zijn rebbie vroeg of hij de aanbod al aangenomen had en Nachman ontkende dit. ‘Heel goed, want deze geest is een onreine kracht en de geest van een valse messias’. Zijn rebbie zei verder dat hij er goed aan deed dit niet te hebben aangenomen, omdat dit zondermeer niet zonder te vragen toegestaan is.

Gelukkig komt dit haast niet voor. Ondertussen zijn er enkele mensen die gaven hebben en Hasjem alleen weet waarom Hij ze aan bepaalde mensen die gaven geeft. De krachten waarover zij beschikken kunnen een zegen en een vloek zijn, dus zulke mensen hebben extra begeleiding nodig om deze krachten op de goede en kosjer wijze te kanaliseren. Het gaat erom hoe je ermee omgaat.

Joodse bronnen vertellen ons dat er eens op deze wereld een hoge mate van gevoel voor het spirituele bestond. Er waren meer Tsaddiekiem, meer mensen die G’d op een hogere level dienden, meer wonderdoeners, etc. Het paranormale was heel gewoon en kwam ook overeen met het occulte en negatieve spiritualiteit. De Tora is er vol van en je kunt dit allemaal nalezen. Deze spirituele gevoel nam steeds sterker af en nu hebben we een mate van ongevoeligheid over ons heen. Ok, het bestaat nog steeds, maar het komt veel minder voor dan in de oudheid. Daarom wilt G’d dat wij ons alleen maar richten om het goede te doen. De Tora vertelt hoe we dit moeten doen. En als ons vreemde en zelfs nare dingen overkomt zal G’d ons later vertellen waarom het ons overkomt. We moeten geen raad vragen bij waarzeggers, magiërs, en zelfs demonen. Laten we daarom ons uitsluitend bezig houden met de Tora, want dat is de reden waarom wij hier zijn, zodat de komst van de Masjiach bespoedigd wordt. Dáár dienen wij ons bezig mee te houden!

Bronnen:
Kabbalah on witchcraft van rabbijn Mendel Kaplan
The Protective Power of Mezuzah van Alexander Poltorak
Did animals sense Tsunami was coming? Van Maryann Mott voor National Geographic News, 4 januari 2005
Misjnah Pirke Awot 5

© FAQ-online 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *