Het leven van Mosje ben Maimonides (RaMBaM)

Geschreven door de redactie

Het leven van Mosje ben Maimonides in vogelvlucht

In de tijd van de eeuwenlange vervolgingen van de Joden in de EU, waren er enkele landen waar het lot van de Joden gunstiger leek. Een van die landen was Spanje, met de kanttekening dat dit vóór deinquisitie betrof. In Spanje kwamen de Joden en de Moslims tot een samenwerking en eencultuurwisseling. Een van de grote onder hen was RaMBaM, Mosje ben Maimon. In 1135 werd hij in Córdova geboren. Zijn vader heeft hem als deskundige op gebied van de fundamentele Joodse literatuur als Joodse filosoof gevormd. Hierdoor worstelde hij met geestelijke waarde die hij in evenwicht en harmonie wilde brengen. Daarnaast bestudeerde hij natuurwetenschappen, geneeskunde en vergelijkbare wijsbegeerte. Binnen wijsbegeerte was hij geïnteresseerd in Aristoteles, met de vermelding dat hij voor een aantal leringen van Aristoteles distantieerde. Tongen fluisterden dat hij contact had metAverroës, de vrijzinnige islamitische filosoof.

Helaas moest RaMBaM – toen hij een jaar of 13/14 jaar was – met zijn familie uit Córdova vluchten, omdat de Almohaden – opgericht door Mohammed ibn Toemart (1078-1129) -een zuivering van het Islamitische geloof met Alla’s eenheid als de strenge opvatting hielden. De Almohaden verwoestten synagogen en niet-moslims werden gedwongen tot de Islam (onderwerping). De volgende 10 jaar zwierf het gezin van de RaMBaM van stad tot stad. Zo kwamen zij in Fez aan – Marokko – maar ook de Joden in Fez werden gedwongen tot de Islam. Sommige Joden deden als of en net als de Marranen (scheldwoord wat letterlijk “varkens” betekent) onderhielden zij het Jodendom in het diepste geheim. Dit was enigszins mogelijk omdat de Almohaden de Joodse huishoudens niet controleerden. RaMBaM had begrip voor de tweeslachtigheid – ook al werden sommige niet meer als Joden beschouwd – en schreef een betoog op basis van traditionele literatuur. Hij ontkende niet dat de Jood voor zijn geloof zijn leven moest geven, maar zijn discussiepunt was: ben je Hasjem werkelijk ontrouw als je alleen maar de Islamitisch geloofbelijdenis uitspreekt? Is dit niet slechts de erkenning van de Islam door een niet-moslim? Omdat RaMBaM hiermee de Joodse schijnmoslims verdedigde, beweerden boze tongen dat hijzelf ook een gedurende periode een schijnmoslim is geweest. Omdat dit niet bewezen is, wordt dit ook niet binnen het Jodendom ondersteund. Ondertussen hebben zijn tegenstanders hem hiervan nooit beschuldigd. RaMBaM distantieerde zich duidelijk van de vermeende vereenzelviging door te verklaren dat iemand zo snel mogelijk het land moet verlaten wanneer je gedwongen wordt als een (schijn)moslim te leven. Kort daarna verliet zijn familie Marokko en vertrokken naar Erets Jisrael. Na een rumoerig zeereis van een maand kwam de familie Maimon in Akko aan. De RaMBaM was zo blij met de aankomst, dat hij besloot deze datum als feestdag voor de armen te maken. De RaMBaM was blij bevrijd te zijn van de toestand van afvalligheid en de sfeer van afgodendienst(en). De familie ging na een warm onthaal door de Joden en de rabbijn van Akko naar de ruïnen van Jeroesjalajiem om te dawnen, als ook bij Machpelah in Chevron.

Helaas was de immense vreugde van korte duur. De kruisvaders lieten – naast slachtoffers onder de moslims – een bloedbad onder de Joden achter en wederom pakte de familie Maimon hun koffers en vestigden zich in Egypte. Daar vonden zij rust. Samen met zijn broer Dawied, ging de RaMBaM in Forstat (bij Caïro) wonen en handelden zij voor de kost in  juwelen. Aantal jaren later verloor de RaMBaM Dawied. Dawied verdronk tijdens een storm in de Indische Oceaan. Niet alleen Dawied kwam om, maar alle passagiers met het vermogen van de RaMBaM en Dawied en al. De RaMBaM moest dit ernstig verlies van zijn broer verwerken en nam de tijd door een langere tijd niet te studeren en te werken.
Hij schreef ook dat Torastudie een afleiding en de wetenschap een compensatie voor het verlies van zijn broer waren, anders zou hij dit verlies nooit ten boven zijn gekomen. Hoe de RaMBaM zijn relatie met zijn broer beschreef, kun je de indruk krijgen deze te vergelijken met Issachar en Zevoelon, want hij schreef ook over zijn broer dat Dawied ter wille van het levensonderhoud van het gezin druk is geweest, terwijl hijzelf thuis rustig kon studeren.
De RaMBaM had de medische wetenschap goed bestudeerd en werd uiteindelijk lijfarts aan het hof van de sultan. Toen een aantal jaren later, toen de Engels koning Richard Leeuwenhart hem dezelfde baan aanbod, heeft de RaMBaM dit afgeslagen.

Ondertussen werd de RaMBaM als leider van het rabbinaat in Caïro gekozen. De RaMBaM wilde hiervoor geen geld ontvangen en heeft deze functie naar heel zijn vermogen invulling gegeven. Dit deed hij zonder zijn functie als lijfarts van de sultan te verwaarlozen. Omdat de sultan zijn kwaliteiten als Joods leider goed kon inschatten doordat hij zag hoe de RaMBaM zijn werk als Joods leider in Caïro zo’n goede invulling gaf en ook alle tijd nam vragen van mensen van heinde en verre te beantwoorden, heeft de sultan hem tot Joodse leider van de Joodse gemeenschap van Egypte aangesteld. Uit zijn schriftelijke betogen blijkt dat zijn werk aan het hof extreem veel van hem eiste. Dit kwam tot uiting dat hij soms tot diep in de nacht nog patiënten moest helpen en dat hij buiten de Sjabbes om niemand voor Joodse aangelegenheden kon ontvangen.
Ondertussen maakten de Joden van Jemen een geestelijke crisis door. Doordat de moslims zich te nadrukkelijk aan hen opstelden, heeft iemand zich voor gedaan als een “messias”. Alleen de meeste Joden erkenden hem niet als de messias. Door al deze rumoerigheid wendde de Joodse leider van Jemen zich tot de RaMBaM om deze problemen het hoofd te bieden. Middels een aanmoedigende brief en het advies om geen geloof aan de woorden van een pseudo-messias te hechten, wist hij de Jemenitische Joden op te beuren. Maar dat was niet alles. Hij kreeg van de sultan toestemming ten gunste van de Jemenitische Joden om te interveniëren. De RaMBaM had succes.

Tot zijn dood toe was de RaMBaM actief in al zijn werk. Hij deed zijn werk als arts zeer gronding en hij was een sublieme leider van de Joodse gemeenschap. Zijn publicaties binnen Jodendom, wijsbegeerte en geneeskunde zijn legendarisch. In 1204 overleed de RaMBaM op 69 jarige leeftijd. Zijn zoon Avraham volgde hem als lijfarts op. In Tiverja (Tiberias) werd hij begraven. Waarschijnlijk heeft Avraham deze rustplaats bedacht omdat Tiverja het symbool voor studie en geneeskunde was.

Mosje ben Maimon wordt vergeleken met Mosje ben Amram, Mosje Avinoe:

“Van Mosje tot Mosje was niemand als Mosje”
(zie foto bij zijn graf
©Kena).